4.698
50

Literatuurwetenschapper

Maya (1986, Amsterdam) is literatuurwetenschapper en schrijft stukken op persoonlijke titel. Zij studeerde literatuurwetenschap en culturele antropologie en was werkzaam als Research Assistant aan de UvA. Ze liep in 2012 stage bij het UNHCR en deed voor haar studie onderzoek naar het Nederlandse 1F-beleid toegepast op Afghaanse vluchtelingen.

Stop de mythologisering van het slachtofferschap

De discussie over Afghaanse 1F'ers heeft sinds de uitzetting van Feda Amiri een andere wending gekregen, en dat was hard nodig 

Na de uitzetting van de Afghaanse vluchteling Feda Amiri, die na achttien jaar van zijn gezin werd gescheiden omdat hij zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan oorlogsmisdaden, is het asielbeleid opnieuw ter discussie gesteld. Amiri valt onder het 1F-beleid, waaronder alle overheidsfunctionarissen die werkzaam waren tijdens het communistische regime in Afghanistan worden uitgesloten van een asielstatus. Het optreden van Natalie Righton in Jinek op maandag 16 februari 2015 heeft de discussie over de 1F-problematiek een andere wending gegeven.

Er werd voor het eerst openlijk gesproken over de positie van slachtoffers van het communistische regime in Afghanistan. Feda was ten tijde van dit regime werkzaam voor de staatsinlichtingendienst, de KhAD, een organisatie die in verband wordt gebracht met mensenrechtenschendingen.

Nu het asielbeleid opnieuw ter discussie gesteld wordt, lopen ook binnen de Afghaanse gemeenschap in Nederland de emoties hoog op. Met name bij Afghanen die gevlucht zijn tijdens het communistische regime in Afghanistan.

De enige manier waarop de discussie op een rationele wijze gevoerd kan worden is door openlijk met en over slachtoffers te spreken. En slachtoffers ook een stem te geven in het gesprek over het 1F-beleid ten aanzien van Afghanen.

Verdeeldheid

Achter het 1F-beleid gaat namelijk een trieste geschiedenis van bijna veertig jaar oorlog schuil. Voordat de Taliban de macht greep in Afghanistan, sloegen tijdens zowel de Sovjetoorlog als de burgeroorlog zes miljoen Afghanen op de vlucht. Zes miljoen Afghanen werden er gedood en zes van de 18 miljoen bleven achter. Vervolgens greep de Taliban de macht en brak er een nieuwe periode van hopeloosheid en oorlog uit voor de Afghaanse bevolking.

Slachtoffers van het communistische regime in Afghanistan voelen zich tekort gedaan in gesprekken over het 1F-beleid. Er wordt volgens hen in de media nauwelijks aandacht besteed aan de verschrikkingen van de Sovjetoorlog. Daarnaast gaan ze er veelal vanuit dat Afghaanse vluchtelingen met een 1F-status zich daadwerkelijk schuldig hebben gemaakt aan oorlogsmisdaden, terwijl dat nooit bewezen is. Hierdoor ontstaat er frictie. Het beleid creëert onbewust (meer) verdeeldheid binnen de Afghaanse gemeenschap in Nederland.

Op dit moment vinden er op sociale media hevige discussies plaats tussen kinderen van vermeende daders en kinderen van slachtoffers van het communistische regime. Kinderen van slachtoffers vinden dat er te weinig aandacht besteedt word aan de ontberingen die hun ouders geleden hebben tijdens de Sovjetoorlog. Daar staat tegenover dat kinderen van vermeende daders het oneerlijk vinden dat de Nederlandse overheid slechts een bepaalde groep vluchtelingen aan sancties onderwerpt. Alle overheidsfunctionarissen die werkzaam waren tijdens het communistische regime in Afghanistan worden uitgesloten van een asielstatus.

Schuldvraag niet van belang
De KhAD/WAD, de staatsinlichtingendienst waar de uitgezette vluchteling Feda Amiri werkzaam voor was, is vermoedelijk verantwoordelijk voor 100.000 tot 200.000 doden.  Kinderen van vermeende daders vragen zich af wie er verantwoordelijk wordt gehouden voor de overige miljoenen slachtoffers.

Maar eigenlijk doet de schuldvraag er niet per se toe binnen de discussie over het 1F-beleid. Het schenden van mensenrechten (door ze hier geen kans op asiel te bieden) om eventuele mensenrechtenschendingen te rechtvaardigen (mogelijke oorlogsmisdaden in Afghanistan) valt niet uit te leggen, maar het is toch belangrijk om meer aandacht te besteden aan een tamelijk blinde vlek in de publieke opinie: namelijk de verschillende vluchtelingenstromen die tijdens de oorlog in Afghanistan op gang zijn gekomen.

Mythologiseren
Gezien het pluriforme karakter van de Afghaanse geschiedenis is het niet gemakkelijk om slachtoffers en daders op een eenduidige manier te definiëren. Elke partij die ooit aan de macht is geweest in Afghanistan heeft mensenrechten geschonden. Daarom heeft de Afghaanse overheid, in het kader van vredes- en reconciliatieproces, alle Afghaanse oorlogsmisdadigers amnestie verleend.

Toch blijft de Nederlandse overheid slachtofferschap mythologiseren, door een specifieke groep Afghaanse vluchtelingen uit te sluiten van een vluchtelingenstatus. Terwijl nooit bewezen is dat de vluchtelingen in kwestie daadwerkelijk verantwoordelijk zijn voor het begaan van oorlogsmisdaden.

En het gesprek over het 1F-beleid wordt rustig verder gevoerd terwijl 1F’ers, die mogelijk onschuldig zijn, intussen vastzitten in een martelende onzekerheid. Door de omgekeerde bewijslast moeten zij namelijk aannemelijk maken dat ze in Afghanistan geen oorlogsmisdaden gepleegd hebben en dat kan alleen door bewijsstukken uit Afghanistan aan te dragen. Maar die worden op voorhand niet in behandeling genomen door de Immigratie en Naturalisatie Dienst. 1F’ers komen hierdoor vast te zitten in een juridisch vacuüm.

Het gesprek over het beleid benadrukt het belang van het inwilligen van het verzoek om onafhankelijk onderzoek te doen en 1F’ers individueel te berechten.

Daarnaast duidt de discussie in Nederland over het 1F-beleid ten aanzien van Afghanen op een groter probleem, namelijk het falen van het vredes- en reconciliatieproces voor zowel Afghanen in Nederland als buiten Nederland.

Geef een reactie

Laatste reacties (50)