2.061
6

ex-voorzitter Jonge Democraten

Thomas Bakker (23) was van oktober 2009 tot oktober 2010 voorzitter van de Jonge Democraten (JD), de politieke jongerenorganisatie gelieerd aan D66.Nog altijd zet hij zich binnen en buiten de JD in voor het voorkomen van een kloof tussen jong en oud als gevolg van de vergrijzing. Thomas groeide op in Alkmaar. Hij ronde daar zijn vwo af aan de o.s.g. Willem Blaeu, nadat hij eerst drie jaar op het Murmellius Gymnasium had gezeten. Momenteel woont hij in Utrecht waar hij bestuurs- en organisatiewetenschap studeert aan de Universiteit Utrecht.

Stop de omgekeerde solidariteit in ons pensioen

Zonder afschaffing doorsneepremie geen pensioenakkoord - Co-auteur: Ilja Boelaars, bestuurslid Jonge Democraten

De politiek verplicht vrijwel iedere werknemer om pensioen op te bouwen. Terecht, want de praktijk wijst uit dat zonder die verplichting veel mensen onvoldoende zorg draag voor hun oude dag. Hoe de verplichte pensioenopbouw precies wordt vorm gegeven, wordt overgelaten aan de werknemers- en werkgeversorganisatie die al maanden onderhandelen over een nieuw pensioenstelsel. De uitkomsten zijn ongewis, maar het heeft er alle schijn van dat pensioenen van ouderen zoveel mogelijke gegarandeerd zullen worden, waardoor de ontstane tekorten worden doorgeschoven naar de generaties geboren na grofweg 1965.

Politiek Den Haag mag jongeren niet verplichten om mee te doen in een stelsel waarin hun premies niet worden gebruikt voor de eigen pensioenopbouw, maar waarin deze rechtstreeks wegvloeien naar gepensioneerde oud-collega’s. Kortom, politici moeten duidelijke kaders stellen voor het nieuwe pensioenakkoord. Zij mogen niet langer passief langs de zijlijn blijven staan.

In het huidige stelsel betalen jongeren voor een groot deel mee aan de pensioenen van ouderen. Dat komt grotendeels door de doorsneepremie. En kwalijker nog, door de doorsneepremie wordt de inleg van mensen met een laag inkomen gebruikt voor het pensioen van mensen met een hoog inkomen. Gek genoeg is deze vorm van omgekeerde solidariteit nooit een reden geweest voor de werknemersorganisaties om voor het afschaffen van de doorsneepremie te pleiten. De Jonge Democraten doen dat wel. Daarom zullen zij op het D66 congres, komende zaterdag, een motie indienen om D66 te vragen in de Tweede Kamer de minister er toe te dwingen een nieuw pensioenakkoord niet te accepteren, zolang de doorsneepremie hier nog deel van uitmaakt.

De doorsneepremie is een methode om de premiehoogte van alle deelnemers in een pensioenfonds te berekenen. Deze wordt bij vrijwel alle grote pensioenfondsen gehanteerd. Jonge werknemers zouden normaliter voor een gelijke pensioenaanspraak (in euro per jaar na pensioendatum) een lagere premie betalen dan ouderen. De reden hiervoor is dat hun spaarpremie nog decennia kan renderen. Bovendien is de kans groter dat een jongere voor zijn pensioendatum overlijdt dan bij een oudere. Er is ooit echter besloten om voor iedereen een gemiddelde premie te hanteren. Hierdoor krijgen ouderen een te hoge pensioenaanspraak in verhouding tot hun premie en voor jongeren geldt het omgekeerde. Uit berekeningen van het ABP in 2007 blijkt dat een gemiddelde deelnemer van 25 jaar bijvoorbeeld meer dan 2000 euro per jaar te veel aan premie betaalt door de doorsneepremie.

Indien de leeftijdssamenstelling van een pensioenfonds te allen tijde gelijk is en iemand gedurende zijn hele arbeidzame leven aangesloten blijft bij eenzelfde fonds heeft de doorsneepremie geen overhevelend effect van jong naar oud of andersom. Echter, fondsen vergrijzen waardoor de gemiddelde premie snel stijgt. De huidige jongeren – lees 45 minners – betalen hierdoor relatief veel mee aan het pensioen van ouderen.

Bovendien geldt voor bijna niemand meer dat hij of zij levenslang bij één pensioenfonds zit. De nadelen de doorsneepremie kunnen enorm zijn wanneer iemand vroegtijdig een fonds verlaat, omdat hij of zij bijvoorbeeld zelfstandig ondernemr wordt of ZZP’er. Deze werknemer heeft jarenlang een veel te hoge premie betaald in relatie tot gemaakte aanspraken. De jaren dat deze werknemer na zijn 45ste kan gaan profiteren van de doorsneepremie zal hij niet meemaken, omdat hij of zij in die periode niet langer deelnemer is in het pensioenfonds. Voor iemand die bijvoorbeeld na 10 dienstjaren op haar 35 besluit ondernemer te worden, ligt het verlies in de tienduizenden euro’s.

Naast de doorsneepremie dragen jongeren overigens ook op andere manieren bij aan het pensioen van ouderen. In een vergrijzend fonds dragen jongeren ook bij aan het pensioen van ouderen omdat een toename in de levensverwachting niet leidt tot een verlaging van de pensioenaanspraken. Ditzelfde effect treedt op doordat tegenvallende beleggingsresultaten en een stijgende levensverwachting niet automatisch leidt tot bijstelling van de pensioenuitkering. Op het moment dat het fonds vervolgens in onderdekking komt, moet altijd eerst de premie worden verhoogd alvorens aanspraken mogen worden verlaagd. Tegelijkertijd worden meevallers niet vertaald in verhogingen van aanspraken. Er wordt op deze manier geschoven met de rendementen en tegenvallers tussen generaties.

Het is niet transparant hoe groot deze effecten zijn, maar het gaat om substantiële bedragen. Zolang pensioenfondsen bestuurd worden door vergrijsde vakbonden ligt het bovendien niet in de lijn der verwachting dat er in de toekomst meer zal worden ingezet op snelle verlaging van aanspraken bij tegenvallers. Het huidige concept pensioenakkoord laat dit ook zien. Tegenvallers worden over een periode van 10 jaar vertaald in lagere aanspraken en de hoogte van de buffers wordt kunstmatig hooggehouden door te rekenen met veel hogere verwachte rendementen dan in de huidige situatie het geval is.

De doorsneepremie leidt niet alleen van herverdeling van jong naar oud, maar ook van arm naar rijk. De doorsneepremie zorgt er zoals gezegd voor dat jongeren te veel betalen en zo ouderen subsidiëren die te weinig premie betalen. Doordat laagopgeleiden veel minder inkomensgroei doormaken hebben zij een stuk lager inkomen hebben op het moment dat zij ‘subsidie’ krijgen over hun pensioenpremie. Deze subsidie is in hun geval dan ook veel lager dan voor hoogopgeleiden. Uit berekeningen van o.a. het CPB blijkt dat laagopgeleiden hierdoor wel 10 tot 20 % van hun pensioen mislopen waarvoor zij feitelijk wel premie hebben betaald. Een buitengewoon wrange uitkomst in een stelsel dat geroemd wordt om haar solidariteit.

Politiek Den Haag voelt zich terecht verantwoordelijk voor een goede oudedagsvoorziening van alle Nederlanders. Dat schept de plicht om niet alleen het pensioen van de oudere werknemers van nu te redden, jongeren moeten ook een eerlijke kans krijgen om geld opzij te zetten voor hun eigen oude dag. Daarom rekenen wij erop dat de leden van D66 tijdens het congres met ruime meerderheid zullen instemmen met het voorstel om de doorsneepremie af te schaffen in een nieuw pensioenakkoord. Het zou van veel lef getuigen als andere partijen, en in het bijzonder minister Kamp, dit voorbeeld durven volgen. Een middelgrote partij als D66 alleen kan jongeren geen eerlijke kans op een pensioen garanderen. Daarvoor moeten ook andere partijen politieke moed tonen door de sociale partners geen vrijbrief te geven in de onderhandelingen over een nieuw pensioenakkoord. Een eerlijk akkoord is een akkoord zonder doorsneepremie. Die eis moet keihard op tafel.

Geef een reactie

Laatste reacties (6)