2.212
101

Historicus, Theoloog en Arabist

Gert Jan studeerde Geschiedenis, Theologie, Arabische Taal & Cultuur, Internationale betrekkingen, American studies en Middle East & Mediterranean Studies aan de Rijksuniversiteit Groningen, de Universiteit Utrecht, de University of Wisconsin-Madison, King's College London en de London School of Economics. Hij was in het verleden onder meer werkzaam voor de European Council on Foreign Relations in Londen en het Europees Parlement in Brussel en is thans woonachtig en actief in de Haagse Schilderswijk.

Streef naar middenweg tussen participatie en assimilatie

Laten we streven naar identificatie met Nederland

In hun opiniestuk ‘Straf dubbele loyaliteit van migrant niet af’ stellen Adriana Venceslau de Melo en Pieter Coppoolse dat we in Nederland veel meer kunnen bereiken met migranten warm welkom heten dan met assimilatie van hen verwachten, iets wat Ruud Koopmans eerder in de NRC bepleitte. De nadruk op Assimilatie kan volgens beide auteurs averechts uitpakken.Want, zo stellen de auteurs, mensen dwingen hun eigen cultuur los te laten kan uiteindelijk ertoe leiden dat zij zich afkeren van de Nederlandse samenleving.

cc-foto: Henk Kosters
cc-foto: Henk Kosters

Dat het afkeren van de Nederlandse samenleving door migranten iets onwenselijks is spreekt uiteraard voor zich. Maar waar deze auteurs voor pleiten is evenmin wenselijk. In hun stuk leggen ze eigenlijk allen participatie in de Nederlandse samenleving als verantwoordelijkheid en verwachting neer bij de migrant. Uiteraard is participatie noodzakelijk, maar vanuit het perspectief van de ontvangende samenleving is het niet het enige wat we van een migrant zouden mogen verlangen. Naast participatie is immers ook identificatie met Nederland en culturele aanpassing waar nodig van belang. Op het moment dat dit bij migratie niet het geval is bedreigt dit de sociale cohesie in een maatschappij. En uit deze sociale cohesie, uit de onderlinge verbondenheid van burgers in een samenleving met elkaar, vloeit ook solidariteit met de medeburger voort.

Voor elke samenleving is een zekere mate van sociale cohesie van belang. Wanneer deze afwezig is, of onder druk staat, ontstaan er problemen. Sociologen als bijvoorbeeld de Amerikaan Robert Putnam stellen dat een te grote diversiteit in een samenleving desastreus kan zijn voor de sociale cohesie en onderlinge solidariteit in deze samenleving. De Britse econoom en migratiedeskundige Paul Collier is daarnaast van mening dat de absorptiecapaciteit m.b.t. migranten in een maatschappij afneemt wanneer er in plaats van assimilatie op termijn sprake is van diasporavorming. Alleen integratie op sociaal-economisch terrein, oftewel participatie, waar Vencesclau de Melo en Coppoolse over spreken, is vanuit Nederlands perspectief dus niet genoeg. Integendeel, dit kan juist steun voor migratie ernstig ondermijnen.

In hun stuk halen de auteurs het voorbeeld aan van Turkse Nederlanders die hier vlaggen en toeteren voor Erdogan als voorbeeld van een groep met een binding met twee landen. De vraag is echter of dit voorbeeld wel het juiste is. Juist bij deze demonstrerende Erdogan-aanhangers is er sprake van een grote mate van eenzijdige binding, met Turkije welteverstaan. Zij zijn een schoolvoorbeeld van de diasporavorming die Collier aanhaalt. Men leeft weliswaar fysiek in Nederland, waar men participeert, maar daarnaast overwegend geestelijk in Turkije als ware men expats. Maar het punt is dat het hier niet om expats gaat, die eveneens participeren, maar om Nederlandse staatsburgers. Het burgerschap dat zij bezitten brengt een set van rechten mee, maar ook verantwoordelijkheden.

Verantwoordelijkheden
En die verantwoordelijkheden zouden voor burgers, in tegenstelling tot expats, verder mogen gaan dan alleen belasting betalen en je aan de wet houden. Wanneer je Nederlander bent is het, zowel voor de sociale cohesie in de samenleving als voor het wortelen van de migrant in dit land, ook van belang dat je als nieuwe burger je primair identificeert met Nederland en de Nederlanders. Je hebt immers de keuze gemaakt voor het Nederlandse burgerschap. Deze keuze hoeft niet automatisch cultuurverlies in te houden. Een goed voorbeeld hierbij zijn Koerdische Nederlanders die zichzelf weliswaar overwegend als Koerden zien, maar als Nederlandse Koerden, en niet per se als Turkse of Irakese Koerden. Men koppelt de cultuur en etniciteit hierbij aan Nederland, waardoor met zichzelf dus ook duidelijk identificeert als Nederlanders. Men hoef hierbij de eigen cultuur niet op te geven, maar daar waar botsingen plaats vinden tussen de eigen en de Nederlandse cultuur zou men moeten accepteren dat men in Nederland leeft, en dat men waarden die conflicteren met de Nederlandse los zal moeten laten. Vooral in de opvoeding van kinderen van migranten die hier geboren zijn en op zullen groeien is dit van belang

Aangezien zowel participatie als (afgedwongen) assimilatie dus geen uitkomst voor de toekomst van Nederland als diverse migratiesamenleving is een middenweg nodig. Binnen deze middenweg staat identificatie met Nederland en waar nodig culturele aanpassing van de kant van de migrant centraal, terwijl acceptatie van de migrant van de kant van de rest van de Nederlandse samenleving zou moeten komen. Om segregatie tegen te gaan en sociale cohesie te versterken zou een nieuw Nederlands, inclusief, nationalisme geen kwaad kunnen. Pas wanneer we voor deze middenweg kiezen kunnen we enerzijds als land open blijven staan voor migratie, en anderzijds garanderen dat de onderlinge verbondenheid en solidariteit van burgers in stand blijft en dat het gevoel van vervreemding, want zowel onder de gevestigde bevolkingsgroepen als onder nieuwkomers heerst, tegengegaan kan worden.

Geef een reactie

Laatste reacties (101)