1.062
54

Journalist

Maarten Zeegers (1982) is een freelance journalist en schrijver. Hij behaalde een MA in Arabisch en een MSc in Internationale Betrekkingen in Nijmegen en studeerde twee jaar Islamitisch Recht aan de universiteit van Damascus.

​Zeegers heeft veel kennis over de Arabische wereld. Hij werkte als correspondent voor NRC Handelsblad tijdens het uitbreken van de revolutie in Syrië. Over die tijd schreef hij het boek Wij zijn Arabieren.

​​Als theoloog is Zeegers gespecialiseerd in de islam. Hij deed langdurig onderzoek naar islam en de multiculturele samenleving in Den Haag. Daarover publiceerde hij het boek Ik was een van hen.

Syrië en ik zijn voor altijd met elkaar verbonden

Het framen van mijn artikel als een aanval op de islam of de Arabische cultuur zegt meer over de gespannen verhoudingen tussen bevolkingsgroepen in Nederland, dan over mijn analyse van de situatie in Syrië

Naar aanleiding van mijn stuk in de Volkskrant, ‘De revolutie is ten dode opgeschreven’, kreeg ik nogal wat kritiek op mijn bord. Ik zou een te pessimistisch beeld scheppen van de revolutie in Syrië en de opstandelingen afschilderen als op wraak beluste barbaren. Tevens zou ik de gewelddadigheden, martelingen en executies van gevangenen door de rebellen toeschrijven aan de Arabische of islamitische cultuur. Een beschuldiging waar ik mezelf niet in herken.

In Syrië zijn er momenteel twee processen naast elkaar aan de gang: een geweldloze protestbeweging én een militaire strijd tussen aan de ene kant de gewapende opstandelingen en aan de andere kant het leger en regeringsgetrouwe milities. De demonstraties gaan door, maar zijn ondertussen vrijwel volledig overschaduwd door de militaire strijd, met het vreedzame ideaal als grootste slachtoffer.

Natuurlijk is het niet meer dan logisch dat na maanden van protest en keiharde repressie van de veiligheidsdiensten mensen de wapens opnemen. Ik heb tijdens de revolutie zelf genoeg nare dingen meegemaakt. Veiligheidsdiensten pakten demonstranten op, sloegen hen beurs, elektrocuteerden hen en schopten hen vervolgens weer op straat. Tijdens een demonstratie in een voorstad van Damascus werd een vriend op tientallen meters afstand van mij in zijn buik geschoten. Die dag kookte ik van woede. Het enige wat ik wilde was wraak.

Maar hoe meedogenloos het regime ook is, mijn standpunt is en blijft die van geweldloos verzet. Van het Vrije Syrische Leger moet ik niets hebben. De schuld van de escalatie mag dan primair bij het regime liggen, maar de gewapende opstand heeft de situatie alleen maar verergerd. Het Vrije Syrische Leger beweert bijvoorbeeld dat zij de demonstranten beschermen, maar tegelijkertijd trekken ze door hun aanwezigheid het vuur aan van het leger. En in de wijken waar de rebellen zich verschuilen wonen gewone burgers.

De afgelopen maanden komt ook steeds meer informatie naar buiten over mishandeling en executies van (vermeende) aanhangers van het regime. Wanneer ik supporters van het Vrije Leger hiermee confronteer, wordt dit doodleuk ontkend of wordt er agressief op gereageerd. Alsof het regime de duivel is en de rebellen een moreel zuivere strijdkracht, verheven boven alle vormen van kritiek. Zo zwart-wit is de situatie helemaal niet. Het regime is ongetwijfeld  een bende moordenaars, maar dat neemt niet weg dat zich ook onder de oppositie allerlei tinten grijs bevinden.

Het is de taak van een journalist om niet alleen de misdaden van het regime te rapporteren, maar ook om misstanden van de rebellen aan de kaak te stellen. Ik weiger dan ook om de mishandelingen en executies weg te moffelen, alleen maar omdat het de revolutie zou schaden.

Dat ik zou suggereren dat Syrische gewapende opstandelingen per definitie niet deugen, omdat ze uit een islamitische cultuur van wraak komen, of dat standrechtelijke executies een uitsluitend Arabisch of islamitisch fenomeen zouden zijn, is gewoon niet waar. Natuurlijk vind ik dat niet. In elke oorlog komen dit soort zaken voor. Vrijwel alle opstandelingen hebben wel familieleden of vrienden verloren door het regeringsgeweld. Dat ze wraak nemen is heel begrijpelijk en staat los van welke culturele achtergrond dan ook.

Het is wel zo dat veel opstandelingen de kritiek van met name westerse mensenrechtenorganisaties simpelweg niet begrijpen. Zij interpreteren de executies van militieleden immers niet als een oorlogsmisdaad (in tegenstelling tot de mensenrechtenorganisaties), maar als vorm van rechtvaardigheid. Het recht van de slachtoffers is in het Midden-Oosten immers belangrijker dan dat van de daders. Zoals een strijder van het Vrije Leger verklaarde: ‘Waarom maken jullie je druk om die executies, en waarom zijn jullie niet blij dat de slachtoffers en hun familie recht wordt aangedaan?’

Hier spelen culturele verschillen wel degelijk een rol. In Nederland kunnen we deze redenatie namelijk maar moeilijk begrijpen (In Nederland is voor de doodstraf bijvoorbeeld nog steeds geen meerderheid). Hoewel het lang heeft geduurd, heeft ons strafrecht zich uiteindelijk ontwikkeld tot een systeem waarbij vergelding (of gepaste vergoeding) niet meer het centrale element is. In het Midden-Oosten is de ‘oog om oog, tand om tand’ argumentatie echter nog altijd dominant.*

Syrië en ik zijn voor altijd met elkaar verbonden. Niet alleen door de tweeënhalf jaar die ik voor en tijdens de revolutie in het land doorbracht. Maar ook door mijn huwelijk met een Syrische, die ik tijdens een van de eerste demonstraties tegen het regime heb leren kennen. Een band van verleden en toekomst die ik koester en met trots uitdraag. De beschuldigingen deze week dat ik oriëntalistische of zelfs racistische denkbeelden zou uitdragen treffen mij dan ook in het hart.

Ik heb mij in Syrië altijd ingezet voor religieuze tolerantie en een goede verstandhouding tussen christenen en moslims. Het framen van mijn artikel over de misstanden van het Vrije Syrische Leger puur en alleen als een aanval op de islam of de Arabische cultuur, alsmede de spastische reacties op internet, zeggen in mijn ogen meer over de gespannen verhoudingen tussen bevolkingsgroepen in Nederland, dan over mijn analyse van de situatie in Syrië.

* Zie reactie J. van Ginkel onder het artikel ‘Executies islamitisch fenomeen’ van Abdel Karim al-Fassi?

Maarten Zeegers is de auteur van Wij zijn Arabieren, Portret van Ondoordringbaar Syrië (2012)


Laatste publicatie van MaartenZeegers

  • Ik was een van hen

    drie jaar undercover onder moslims

    April 2016


Geef een reactie

Laatste reacties (54)