668
9

Onderzoeker fac. Rechtsgeleerdheid EUR

Wouter de Been is sinds 2008 postdoctoraal onderzoeker aan de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sinds 2009 werkt hij hier aan een onderzoeksproject over conflicten in de multireligieuze samenleving. In dit project wordt geprobeerd tot een meer dynamische en open interpretatie te komen van klassieke idealen als neutraliteit, scheiding van de kerk en staat, godsdienstvrijheid, gelijkheid en vrijheid van meningsuiting.

Te kiezen, of niet te kiezen, dat is de vraag

Politici moeten bij zichzelf te rade gaan waarom het electoraat het zo laat afweten bij de lokale verkiezingen

Met de gemeenteraadsverkiezingen zal de opkomst van de kiezers naar verwachting een nieuw dieptepunt bereiken. Nationale politici buitelen over elkaar heen om deze kiezerapathie aan de orde te stellen. “Met het overhevelen van tal van taken naar de gemeentes wordt gemeentepolitiek de komende jaren belangrijker dan ooit,” zeggen ze elkaar na: “En juist nu laten de kiezers het afweten.” Politici willen geen kiezers voor het hoofd stoten en zullen het niet hardop zeggen, maar de boodschap achter hun begripvolle aansporingen is eigenlijk dat de kiezers luie donders zijn die zelfs niet de moeite nemen even hun stem uit te brengen.

Maar is die kiezersapathie wel zo onbegrijpelijk. Een aantal maanden terug is er in Groot-Brittanië een onderzoek gedaan naar de apathie van de kiezers. Daaruit bleek dat kiezers niet zozeer lui waren, als boos. Er was nog steeds een grote woede over de kredietcrisis en de manier waarop die door bestuurders was aangepakt. De kiezers waren niet lui en ongeïnteresseerd, maar ziedend op het politieke establishment en niet bereid het nog langer met hun stem moreel te ondersteunen.

Dit sentiment flikkerde ook op toen de komediant Russel Brand in een interview met Jeremy Paxman niet-stemmen verdedigde als de meest rationele keuze onder de huidige omstandigheden — een interview dat op het internet snel viraal ging. Zijn niet-stemmen was geen apathie, stelde Brand, maar werd ingegeven door de absolute onverschilligheid en vermoeidheid, en uitputting, veroorzaakt door de leugens, de misleiding en het bedrog van de politieke klasse die de laatste jaren een absoluut hoogtepunt had bereikt. Dit had een machteloze, gedesillusioneerde, radeloze onderklasse in het leven geroepen die zich op geen enkele manier meer vertegenwoordigd zag in het politieke systeem. Stemmen betekende een soort stilzwijgende ondersteuning van de huidige gang van zaken en dat was niet iets waar Brand zich nog langer voor wilde lenen.

Er is zover ik weet geen soortgelijk onderzoek gedaan naar de gemoedstoestand van de Nederlandse kiezers, maar het lijkt me dat er ook hier veel teleurstelling is en onderhuidse woede. Politicoloog André Krouwel stelde onlangs in Trouw dat volgens zijn onderzoek ruim zestig procent van de niet-stemmers van mening is dat het helemaal geen zin heeft om te stemmen. Ze voelen zich machteloos en denken dat hun stem niets zal veranderen aan het huidige politieke klimaat.

Normaal gesproken hoort een hoogopgeleide academicus als ik nu sussende woorden te spreken en te zeggen dat het hoe dan ook belangrijk is dat mensen blijven stemmen. “Alleen als je je stem uitbrengt wordt je gehoord,” “het is een dure democratische plicht,” en meer van die gemeenplaatsen. Maar eigenlijk  vindt ik dat die zestig procent wel een punt heeft. Er wordt inderdaad niet naar ze geluisterd en ze zijn inderdaad machteloos. Dat heeft niet zozeer te maken met de vraag of ze getalsmatig een verschil zouden kunnen maken in de opmaak van de gemeenteraad. Dat is ongetwijfeld het geval. Dat heeft veel meer te maken met het feit dat die gemeenteraad dan vervolgens opereert in een soort parallelle wereld waar heel andere zaken de agenda domineren dan de problemen van de afgehaakte kiezers, waar in een jargon wordt gesproken dat voor veel burgers ontoegankelijk is, en waar de inbreng van gewone burgers vaak terzijde wordt geschoven als emotioneel en irrationeel. Kiezen, en de kleine verschuiving in de opmaak van de gemeenteraad die dat zal bewerkstelligen, zal daar geen verandering in brengen.

Het dedain waarmee bestuurders over gemeenteraadsleden praten helpt ook niet. Burgemeesters en wethouders lieten niet lang geleden weten dat ze zich ernstig zorgen maken over de kwaliteit van de gemeenteraadsleden. Gemeenteraadsleden zouden moeten worden bijgeschoold om de nieuwe taken van gemeente goed te kunnen controleren. (Lees: ze moeten geen gewone burgers blijven, maar braaf het beleidsdiscours leren spreken van de bestuurders en ambtenaren. Kennelijk is het ondenkbaar dat het bestuur en het ambtenarenapparaat zich in begrijpelijke termen verstaanbaar maakt aan de burgers en hun vertegenwoordigers.)

Het gehannes met gemeentes door de centrale overheid geeft burgers ook niet de indruk dat we hier te maken hebben met trotse eenheden van lokaal zelfbestuur, maar eerder met uitvoeringsinstanties van beleid dat grotendeels in Den Haag wordt gemaakt. Een machteloze bestuurslaag, bovendien, die nationale politici de bezuinigingen in de maag kunnen splitsen waarvoor ze in Den Haag geen politieke verantwoordelijkheid willen nemen.

Voordat politici de kiezers de les lezen over hun gebrek aan burgerzin, zouden ze eerst eens bij zichzelf te rade moeten gaan waarom het electoraat het zo laat afweten bij de lokale verkiezingen. Zijn die verkiezingen er vooral om van het electoraat te horen wat ze belangrijk vinden, of zijn ze er in de eerste plaats om bestuurlijke insiders een goed gevoel te geven over hun eigen hobbies en projecten?  

Geef een reactie

Laatste reacties (9)