913
18

Antropoloog, vredesactivist, publicist

Antropoloog, vredesactivist, publicist en oud-docent Niet Westerse Sociologie aan de Vrije Universiteit. Zijn veldwerkregio’s zijn Zuid-Azie en Afrika. Ook Z-Afrika ten tijde van de 'apartheid', wat leerzaam was, ook door de botsingen met het regime.

Mede-oprichter van GroenLinks

Hij was actief in de christen-radicale beweging in de jaren 70. Tevens is hij initiatiefnemer en adviseur van De Linker Wang. Hij is voorzitter van de gandhiaanse Beweging van Geweldloze Kracht en columnist in onder meer het VredesMagazine.

Te laat voor een geweldloze oplossing in Syrië

De alevieten en christenen onderschatten het geweld van het baath-regime. De onderdrukte soennieten zien niet dat je dit regiem niet met geweld moet uitdagen, omdat dan een bloedbad onvermijdelijk lijkt. En deze dynamiek van geweld zal erger worden door militaire interventie van het westen

Febroniya Atto van de Syrisch-Orthodoxe gemeenschap in NL voorziet een machtsstrijd na een vertrek van president Assad en meent dat ‘christenen in Syrië een onzekere toekomst tegemoet gaan’. Ze noemt onlangs in een ochtendblad terecht de recente ‘aanslagen op een kerk en een eeuwenoud klooster’ als voortekenen daarvan. Ik begrijp hun dilemma zeker. Atto wijst er terloops op dat de lange arm van de staat individuen en ook de kerken weinig vrijheid gunt. Dat bijvoorbeeld een huwelijk en het inwijden van een priester ondenkbaar is zonder goedkeuring van de overheid.

Baath
Wat in vele analyses over het hoofd wordt gezien, althans minder accent krijgt, is dat Syrië sinds 1943 een baath-regime kent dat vele overeenkomsten vertoont met vroegere Oost-Europese regimes, de ideologie van het communisme daargelaten.

Beheersing of onderdrukking van de meerderheid van het volk, – niet in de laatste plaats van de (traditioneel religieuze) plattelanders, op wie wordt neergekeken – door een vaak stedelijke en seculiere elite, voorts nationalisme, een machtig leger, aparte milities en een enorme geheime dienst: ziedaar de kenmerken van een baath-regime.

Vele Arabische landen hebben of hadden zo’n regime. Tot voor kort eveneens Turkije via vooral de in 1923 opgerichte Republikeinse Volkspartij, de CHP, op dit moment enigszins getemd als de grootste oppositie in het parlement. Arabische landen namen na WO I dit regime over van Turkije. De CHP heet niet voor niets ‘de moeder van alle baath-partijen’. De journalist Yavuz Baydar zei dat nog eens expliciet op een symposium in Istanbul, dat ik onlangs met enkele Nederlandse journalisten bijwoonde.

Christenen en moslims
In de jaren tachtig was ik in het kader van een studie vrij frequent in het Midden-Oosten. In gesprekken met christenen in Damascus werd me toen duidelijk, dat zij zich over het algemeen bewust waren, dat het Syrische baath-regime verre van mals is en op den duur een opstand zou kunnen uitlokken. Dit omdat een centralistische elite de soennitische meerderheid niet voor altijd kan onderdrukken.

Ik raadde hen aan zoveel mogelijk een kracht van vriendelijkheid te zijn in het land, intensief de dialoog aan te gaan met de islamieten, niet in de laatste plaats met de soennieten, hun band met het regime zo los mogelijk te maken en zich in te zetten voor democratisering.

Ze zeiden te weten van de vredesweg, die Mahatma Gandhi en in wezen ook Jezus ging, maar verwezen naar hun kwetsbare positie als minderheid die hen angstig maakte. Dat Israël onrechtmatig de Golan Hoogte bezet houdt, noemden ze tevens als argument om het baath-regime in hun land niet al te hard te vallen, althans het voordeel van de twijfel te geven. Ik zei daar in te kunnen komen, maar herhaalde bij het afscheid, wijzend ook op mijn ervaringen zowel in de DDR van toen als op die in Zuid-Afrika tijdens de ‘apartheid’, dat angst niet de beste raadgever is en dat elk baath-regime te erg is om zich er mee te verbinden, ook met het oog op een mogelijke burgeroorlog.
Burgeroorlog
Nu die burgeroorlog is uitgebroken in Syrië, gaat het mij in dit artikel minder om de vraag hoe die tot een oplossing te brengen. Uitvechten lijkt momenteel de enige optie. Dit omdat de rebellen op een gegeven moment de vreedzame oppositie wegduwden en bewust voor de wapens kozen en omdat een baath-regime door zijn militaristische machtsdimensie zich niet gauw gewonnen geeft tegen binnenlands geweld.

De fout van de Alevieten lijkt dat ze, het geweld van het baath-regime te weinig onderkennend, er de steunpilaar van werden, net als overigens in mindere mate de christenen. De onderdrukte soennieten doorzien aan de andere kant nu te weinig dat je een baath-regiem niet met geweld moet uitdagen, ook omdat dan een bloedbad onvermijdelijk lijkt. Deze dynamiek van geweld zal erger worden door een om meerdere redenen onwenselijke militaire interventie van het westen.

Syriërs hadden lering kunnen trekken uit het baath-regime in Irak met Saddam Hoessein als de meest bekende exponent van hoe een autocratische en bluffende machthebber uiteindelijk in zijn eigen zwaard valt.

Turkije
Maar ze hadden zich vooral kunnen spiegelen aan Turkije, waarin het baath-regime van de CHP decennia lang de dienst uitmaakte via een in het geheim opererende (semi-)militaire en bureaucratische kliek in naam van secularisme en nationalisme. Een bureaucratisch centralisme, dat zelfs de islam van bovenaf beheerste, ook via controle op de imams. Dit terwijl er door dat regime en de stedelijke elite van Istanbul en Ankara op de islam en andere godsdiensten werd neergekeken tot op de dag van vandaag, evenals in het algemeen op de bewoners van het platteland. Vanaf de verloren oorlog in 1919 tot de jaren negentig was in Turkije de baath-onderdrukking minstens zo erg als nu in Syrië.

Het verschil is echter, dat in de jaren zeventig de progressieve islam-geleerde en soefi-mysticus Fetullah Gülen, de door de staat beheerste moskeeën latend voor wat ze waren, rondtrok door het platteland van Anatolië, er lezingen houdend, religieus geinspireerde zomerkampen organiserend en vooral scholen oprichtend.

Hij zag, dat de op onderwijs, tolerantie en democratie gerichte emancipatie die zo ontstond, in wezen een soort opstand was. En hij hield de mensen voor, dat die vooral geweldloos moest verlopen, omdat anders een burgeroorlog onvermijdelijk zou worden in het land. Samen met andere activisten uit Koerdische en christelijke kring heeft de succesrijke beweging voor emancipatie, democratie en dialoog van Gülen er indirect voor gezorgd, dat aan de oppermacht van het baath-regime van de CHP in Turkije in de jaren negentig een eind kwam en daarmee naar het lijkt ook aan de enorme macht van de militairen.

Er is door deze Turkse ‘lente’ van onderop in Anatolië een nieuwe klasse ontstaan, die nu ook vraagt om een deel van de koek. De oude klasse en elite zien dat ongaarne, maar moeten het toestaan. Er is nog wel polarisatie over en weer, met soms ook zwartmakerij tot in het buitenland toe, als zou het islamisme in opmars zijn, maar het is aan de geweldloze opstelling van de Gülen-beweging te danken dat deze polarisatie binnen de perken blijft. Ik voorzag dit nog niet in genoemde gesprekken in Damascus, maar zonder geweld en burgeroorlog de oppermacht ontnemen aan een baath-regime kan dus wel. In Syrië lijkt het daar nu helaas te laat voor. Een  bijltjesdag bij de val van het regime lijkt nu onvermijdelijk, net als recent in Libië.

Dr Hans Feddema is antropoloog, oud-docent aan de Vrije Universiteit, publicist, vredesactivist en initiatiefnemer van De Linker Wang


Laatste publicatie van HansFeddema

  • Een keizer zonder kleren, Ken JeZelf, God als Kracht en het Dogma Voorbij

    2016


Geef een reactie

Laatste reacties (18)