1.388
25

Historicus, Theoloog en Arabist

Gert Jan studeerde Geschiedenis, Theologie, Arabische Taal & Cultuur, Internationale betrekkingen, American studies en Middle East & Mediterranean Studies aan de Rijksuniversiteit Groningen, de Universiteit Utrecht, de University of Wisconsin-Madison, King's College London en de London School of Economics. Hij was in het verleden onder meer werkzaam voor de European Council on Foreign Relations in Londen en het Europees Parlement in Brussel en is thans woonachtig en actief in de Haagse Schilderswijk.

Het is te vroeg om te spreken van een humanistische wind binnen de islam

Godsdienstvrijheid is pas volledig wanneer zij ook geldt voor ex-moslims

Er waait een humanistische wind in de islam, stellen Enis Odaci, Arnold Yasin Mol en Jonas Slaats in hun stuk voor Joop. Naar aanleiding van de recent uitgevaardigde Marrakesh Verklaring concluderen de auteurs dat in tegenstelling tot het negatieve beeld dat ‘de media’ schetsen over de islam er ook wel degelijk positieve ontwikkelingen zijn met betrekking tot (godsdienst-) vrijheid, (religieuze) tolerantie en rechten van minderheden in overwegend islamitische landen. De Marrakesh Verklaring, een recentelijk in Marokko opgestelde verklaring waarin ruim 250 soennitische en sjiitische geestelijken en intellectuelen zich hard maken voor de rechten van religieuze minderheden in overwegend islamitische landen, is hier volgens hen een belangrijk voorbeeld van.

Seculiere mensenrechten
Wie kijkt naar de tekst van de Marrakesh Verklaring kan hier eigenlijk alleen maar positief over zijn. De ondertekenaars maken zich hard voor religieuze tolerantie, rechten van religieuze minderheden, onderwijs dat extremisme tegengaat en spreken zich uit tegen religieus geweld jegens religieuze minderheden. Het meest positieve aan deze verklaring, iets wat Odaci, Mol en Slaats eveneens opmerken, is dat de opstellers van de Marrakesh Verklaring niet de Caïro Verklaring van de mensenrechten in de islam – die de islamitische wetgeving Sharia als enige referentiebron neemt en stelt dat de in de verklaring genoemde rechten en vrijheden ondergeschikt zijn aan de Sharia – noemen, maar expliciet verwijzen naar de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens als in overeenstemming zijnde met het Handvest van Media – een document uit de begintijd van de islam waarin de rechten en vrijheden van religieuze minderheden werden vastgelegd. De opstellers gaan dus primair uit van seculiere mensenrechten, en stellen niet dat mensenrechten alleen gelden wanneer zij in overeenstemming zijn met de Sharia.

Maar ondanks het feit dat de Marrakesh Verklaring zeker een aantal positieve elementen kent ontbreken er ook een aantal cruciale zaken, en is het nog veel te vroeg om te spreken van een ‘humanistische wind’ binnen de islam. Ten eerste is het de vraag hoeveel draagvlak en achterban het beperkte aantal, 250, geleerden en intellectuelen dat in Marrakesh aanwezig was heeft onder moslims wereldwijd. Prominente soennitische en sjiitische religieuze instituten hebben overwegend een veel minder humanistische benadering. Daarnaast zwemmen de opstellers van de Marrakesh Verklaring eerder tegen de stroom in dan dat zij met de wind meewaaien. Zowel in overwegend islamitische landen als onder moslims in het Westen hebben conservatieve en orthodoxe denkbeelden en stromingen de afgelopen decennia sterk aan kracht gewonnen. Daarbij is er de laatste decennia ook sprake van een sterk afnemende diversiteit in overwegend islamitische landen, met name in het Midden-Oosten. Het is mooi dat de opstellers van de Marrakesh Verklaring de rechten en vrijheden van religieuze minderheden willen garanderen, maar hoeveel is dat waard wanneer deze minderheden overwegend islamitische landen in grote getalen verlaten en het maar de vraag is of hun gemeenschappen in het Midden-Oosten zullen overleven. Is het al niet te laat? Ook hebben we in de geschiedenis van de islam vaker gezien dat rationalistische, meer humanistisch georiënteerde scholen opkwamen. Maar keer op keer moesten deze scholen het afleggen tegen de meer orthodoxe en fundamentalistische geloofsstromingen. De vraag is – wanneer deze ‘humanistische wind’ echt opsteekt – hoe lang dit het geval zal zijn.

Afvalligen
Tenslotte is er een vraagstuk dat cruciaal is voor het garanderen van godsdienstvrijheid binnen de islam dat in de Marrakesh Verklaring onbeantwoord blijft: namelijk hoe om te gaan met afvalligen, met moslims die de islam verlaten. De rechten en vrijheden van de zogeheten ex-moslims zijn nu niet gegarandeerd, niet binnen de islam noch in de wetgeving van overwegend islamitische landen. Afvalligheid is verboden binnen de islam en de meeste islamitische wetsscholen achten het een misdrijf waar in een islamitische staat de doodsstraf op staat. In veel overwegend islamitische landen is het voor moslims verboden om zich tot een andere religie te bekeren en in landen met Sharia wetgeving is de doodsstraf voor afvalligheid in de wetgeving opgenomen, een straf die in sommige landen ook daadwerkelijk voltrokken wordt. Ondanks het feit dat het Handvest van Media ooit is opgesteld zijn moslims binnen de islam in principe niet vrij om hun religie te verlaten. De rechten van religieuze minderheden zijn weliswaar gegarandeerd, maar over de rechten van niet-religieuze minderheden wordt niet gesproken. Ook niet in de Marrakesh Verklaring, die hier met geen woord over rept. Op dit moment is er in diverse overwegend islamitische landen, als wel onder overwegend islamitische minderheden in het Westen, sprake van een groeiende atheïstische en agnostische beweging. De rechten van deze individuen met betrekking tot godsdienstvrijheid zijn op dit moment niet gegarandeerd. Sterker nog, zij worden vaak op grove wijze geschonden. En niet alleen wanneer het gaat om de godsdienstvrijheid die overheden garanderen (verticale godsdienstvrijheid), maar ook wanneer het gaat om de horizontale godsdienstvrijheid, een recht dat vanuit de samenleving gegarandeerd dient te worden.

Over beide vormen van godsdienstvrijheid wordt in de Marrakesh Verklaring niet gesproken wanneer het gaat over ex-moslims. En dit is een grote lacune die absoluut geadresseerd dient te worden voordat we kunnen spreken over godsdienstvrijheid en de rechten van minderheden die waarlijk gegarandeerd worden door de islam. Het is een gemiste kans dat de Marrakesh Verklaring hier geen aandacht aan besteed. En het is zaak dat ook onder islamitische geleerden en intellectuelen het debat over afvalligheid en het verlaten van de islam gevoerd wordt. Pas wanneer ook de rechten en vrijheden van ex-moslims gegarandeerd zijn kunnen we daadwerkelijk spreken van een ‘humanistische wind’ die in de islam waait. Tot die tijd is het van belang dat moslims, ex-moslims en niet-moslims zich gezamenlijk hard maken voor deze zaak.

Geef een reactie

Laatste reacties (25)