3.563
32

Emeritus hoogleraar Gezondheidszorg

Ivan Wolffers (1948) studeerde af als arts. Sindsdien schrijft hij over medische onderwerpen, variërend van medicijnen tot zijn eigen prostaatkanker. Hij promoveerde in de medische antropologie en werd in 1989 benoemd tot buitengewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam waar hij tot zijn emeritaat in 2014 Gezondheidszorg en Cultuur doceerde.

Testosteron

'Onze ouders hadden misschien te veel toegekeken toen de oorlogshitsers hun legers op de been brachten, maar wij zouden het anders doen'

Ik twijfel en weet niet bij wie ik me aan moet sluiten, bij de mensen die vanuit het diepst van hun hormonen om wraak schreeuwen of bij degenen die zeggen dat alles met liefde moet worden opgelost. Het bloed ligt verdorie op de straten, een man sleept het lijk van zijn vriend doelloos door een steeg, een jonge vrouw hangt uit het raam en roept: “Help me, ik ben zwanger.”

Vrijdagavond voor we heel laat gingen slapen hebben Marion en ik Imagine van John Lennon opgezet en zachtjes meegezongen. Allebei vroegen we ons af hoe het zo mis heeft kunnen gaan. De oorlog waarop alle ideeën over goed en kwaad gebaseerd waren was net voorbij toen we naar school gingen. De juf en de meester vertelden hoe we discriminatie, racisme, fascisme en de opkomst van andere populistische ideologieën moesten voorkomen. En oorlog? Dat zou er nooit meer komen, want dat lieten we niet nog een keer gebeuren.

De bom
Onze ouders hadden misschien te veel toegekeken toen de oorlogshitsers hun legers op de been brachten, maar wij zouden het anders doen. We gingen de straat op tegen de bom en de strijd in Vietnam. We waren trots te behoren tot een generatie die vond dat er belangrijkere dingen zijn dan rijk worden, riepen “de verbeelding aan de macht” en schreven “je hebt recht op geluk, eis daarom het onmogelijke” op de muren. Waarschijnlijk zijn we die steeds meer als slechts dichtregels gaan beschouwen en trapten we uiteindelijk toch in de val van de junkwereld waarin alles goedkoop verkrijgbaar is en de echtheid vervangen werd door producten waarvan we wisten dat ze ons niet echt gelukkig konden maken.

We stemden op partijen die de wereld van dat soort geluk wilden beschermen en er was uiteindelijk ook geen partij meer die op een andere wijze stemmen wist te vergaren. Toch bleven we het al die jaren meezingen:

You may say I’m a dreamer, but I’m not the only one. I hope someday you’ll join us and the world will live as one.”

We behoorden tot de mensen die wilden dat het meer werd dan een droom.

Opstand
Terwijl ik werkte in Bangladesh, India, Indonesië, Vietnam, Cambodja, Mali, in de stadssloppen waar mannen geen werk vinden en vrouwen en kinderen niets anders dan hun lichaam hebben om te verkopen, of op het verwaarloosde platteland waar de mannen weggetrokken zijn naar de Golfstaten om geld te verdienen, om de leningen af te betalen voor zaaigoed en mest dat de multinationals aan hen verkochten, en voor de tractoren die het oerwoud moesten opruimen om velden voor cassave (het voer voor de Europese varkens) aan te leggen, dacht ik wel vaak: “Hoe komt het toch verdorie dat al die mensen dat pikken, niet in opstand komen?”

In onze veilige wereld vierden we gewoon Sinterklaasfeest, dachten dat die mensen ver weg zo vriendelijk bleven omdat ze nog onbedorven waren en met zo weinig toch altijd lachten en gelukkig wisten te zijn. “Goh, konden wij dat nog maar”, hoorde ik wel eens iemand zeggen. Ik dacht aan die mensen die in gebieden moeten leven die aangetast zijn door de hebzucht van de grote bedrijven (die palmolie verbouwen om junkfood te kunnen maken en jaarlijks de boel afbranden zodat de apen in het vuur omkomen en de bewoners er bijna in stikken), of onderdanen zijn in landen waar het gesubsidieerde vlees uit Europa op de markten goedkoper is dan het geitenvlees van de boeren in de Sahel. waardoor het niet meer de moeite is die beesten te slachten en ze wat er nog in de woestijn wil groeien wegvreten. Wat als die mensen elkaar allemaal eens zouden vinden in een ideologie die het onrecht wat hen is aangedaan wil wreken? Wat zouden we dan vreselijk vervelende dingen mee gaan maken. Want dan komen ze bij ons halen waar ze recht op denken te hebben. Zo niet goedschiks, dan wel kwaadschiks.

Citaat
Ik dacht dat allemaal te weten, maar ik begrijp er steeds minder van. Mannen met te veel testosteron in hun lijf vieren een orgie van geweld. Ik snap waar ze vandaan komen en ik kan wel doen net als alle mensen die zeggen dat ze niet bang zijn, maar ik maak me wel degelijk vreselijk veel zorgen. Niet om mezelf, maar om mijn kleindochters en alle mensen die nog geboren moeten worden. Want als eenmaal de geest uit de fles is, dan helpen bommen op al kapot geschoten steden niet meer.

Toch is er een sprankje hoop. Dat testosteron dat mannen die een wapen in hun hand gedrukt krijgen agressief maakt is hetzelfde hormoon dat er tijdens de kogelregen in het Parijse theater voor zorgde dat de mannen in een wanhopige poging op hun vriendin gingen liggen om haar te beschermen, hen te redden zodat ze later nog de baby’s kunnen krijgen, die misschien weer willen geloven dat als we het ons voorstellen de aarde best een leuke planeet kan zijn om op te leven, maar dan wel samen. Imagine.

Mijn testosteron is niet meer wat het geweest is en dat is een eufemisme omdat ik vanwege de kankerbehandeling flink uit de castratiepot heb gesnoept, maar ik bid tot een god die ik nooit om iets gevraagd heb of ik, als ik in Bataclan was geweest, wat me lief is met mijn lijf zou hebben beschut. Mag ik in hemelsnaam het schild zijn, niet de schutter.


Laatste publicatie van IvanWolffers

  • Broer van God

    Oktober 2017


Geef een reactie

Laatste reacties (32)