446
9

Redacteur BNNVARA

Dennis l'Ami is journalist en schreef onder voor Frontaal Naakt, State Magazine, AD, De Kanttekening, De Correspondent

Tête-à-tête: Obama en een anonieme gevangene in Guantánamo Bay

'Neem uw vrijheid mee en laat me gaan'

Zijn adviseurs hadden het hem sterk afgeraden. ‘Ze zullen op uw emoties werken’, hadden ze hem gezegd. ‘Ze zullen u vertellen over hun families. Hun kinderen, hun vrouwen en vrienden, hoezeer ze die missen. Het zal uw beoordelingsvermogen vertroebelen.’
Hoewel hij andere dingen aan zijn hoofd had, bleef de kwestie maar door de media zingen en nu kon hij het niet langer voor zich uit schuiven. Ach, het kon wel, hij was immers de machtigste man ter wereld, maar dit gezwel stond een waardig afscheid in de weg. Egoïstische overwegingen zijn de katalysator van de wereldgeschiedenis en daar schaamde hij zich geen moment voor.
‘Meneer de president? Ben u er klaar voor?’

Barack Obama liep achter de bewaker aan, gevolgd door vier bodyguards. In een afgesloten ruimte trof hij een gevangene aan. Zittend op een stoel, geboeid aan de leuning met tie-straps, reageerde de man amper op de aanwezigheid van zijn grootste vijand. Obama nam plaats op de enige andere stoel  in de ruimte. Hij had zich voorgenomen niet stil te staan bij de martelingen die hier  uit zijn naam hadden plaats gevonden. Maar als iemand je vertelt niet aan een roze olifant te denken zie je direct een roze olifant voor je.

‘Laat ons alleen.’

Nerveus geroezemoes. Een in zijn oortje fluisterende bodyguard.

‘Weet u het zeker?’ vroeg een gorilla in een maatpak.

‘Laat ons alleen.’

De gevangene, die zichtbaar in hongerstaking was, keek nu langzaam op. Het was een Jemeniet die al drie jaar economie studeerde in Chicago, zo was Obama verteld.

‘Hoe gaat het met u?’ vroeg de president.

Het was een zwakke openingsvraag van iets dat moest lijken op een verzoenend gesprek. Hij had het miezerig hoopje mens tegenover hem net zo goed een blauw oog kunnen slaan; het effect zou hetzelfde zijn geweest.

‘Hoe kun u leven met uzelf, meneer Obama?’ vroeg de man tegenover hem.

De president trok zijn stropdas recht.

‘Ik doe mijn best, meneer eeh… Shaheed.’

De paar seconden stilte leek een half uur te duren.  De gevangene slikte voordat hij zachtjes begon te fluisteren.

‘Hoe kun je iemand haten die je niet kent? Hoe kun je besluiten een dorp weg te vagen met onbemande vliegtuigjes, alsof je een game speelt? Hoe doe je dat?’

De president rechtte zijn rug. Hij was hier voor een mooi gebaar en hield zijn ogen op de bal.

‘Ik haat u niet, meneer Shaheed.’

De president schoof zijn stoel wat dichter bij de tafel.

‘Ik heb te maken met een politieke realiteit’, zei hij om zijn verdediging af te ronden.

Shaheed haalde zijn neus op.

‘Als een land dat zegt op te komen voor de vrijheid onschuldige mensen hun vrijheid ontneemt, is dat land moreel failliet en gedoemd tot de ondergang, meneer de leider van de vrije wereld.’

‘Vrijheid is kwetsbaar. Daar moet je soms voor vechten, meneer Shaheed.’

‘Uw vrijheid bestaat uit drones, propaganda en totaal verziekte politieke verhoudingen die ervoor zorgen dat mensen die al jaren naar huis mogen Guantánamo niet kunnen verlaten omdat het geld dat nodig is om ze te vervoeren niet wordt vrijgegeven door uw vrienden in Washington. Uw  zogenaamde vrijheid is een smeermiddel om een oorlog te verkopen.’

De president stond op en stak zijn hand uit. Hij realiseerde zich te laat dat zijn gesprekspartner geketend was. Terwijl Obama met enige gêne op de deur klopte ten teken dat hij eruit wilde, riep de gevangene hem na:

‘Een uitgestoken hand van iemand die mijn onschuldige handen boeide. Neem uw vrijheid mee en laat me gaan, meneer Obama. Meer vraag ik niet.’

De machtigste man ter wereld liep weg zonder iets te zeggen.

Geef een reactie

Laatste reacties (9)