574
19

Redacteur BNNVARA

Dennis l'Ami is journalist en schreef onder voor Frontaal Naakt, State Magazine, AD, De Kanttekening, De Correspondent

Tête-à-tête: tussen een oud-verzetstrijder en een oud-Wehrmacht militair

'De jaarlijkse herdenking was in de ogen van de gesneuvelden een jaarlijks opgevoerd stuk slechte satire'

Gebroederlijk liggen ze naast elkaar, sinds maart 1945. Twee onbekende soldaten, omgekomen op dezelfde dag, in een waanzin die zij niet hadden veroorzaakt. De één een Nederlandse verzetsstrijder van 24, de ander een Duitse Wehrmacht militair van 21. Dat de twee naast elkaar lagen was nooit de bedoeling geweest, maar er was sprake geweest van onachtzaamheid. Twee kisten verwisseld door een medewerker.
Foutje.

Nu liggen ze hier. Ieder  jaar horen ze gezagsdragers holle woorden uitspreken. Over sneuvelen voor de vrijheid. Over offers brengen, over eer en vaderlandsliefde.  Ze voelen de bloedserieuze voetstappen boven hen en moeten dan altijd even lachen. Hadden ze toen geweten wat ze nu wisten, waren ze gedeserteerd. Gevlucht, met hun geliefdes naar een plek ver van hier.

Een heldendood sterven bestaat slechts bij de gratie van nabestaanden die zaken eren die ze nooit hebben gezien en daarom ook niet kennen. Als ze van de smerigheid van een explosie zouden weten, zouden ze zich hier niet vertonen. De jaarlijkse herdenking was in de ogen van de gesneuvelden een jaarlijks opgevoerd stuk slechte satire.

‘Het is weer bijna zover, Wim!’

Wim is even stil voor hij antwoordt. Bijna 70 jaar in een graf maakt de kaken wat stram.

‘Ach, hou op. Ik kijk niet uit naar die hypocrieten daarboven. Dat gratuite gebabbel over ónze daden; over verzoening hoor je ze nooit.’

Heinrich, de Duitser, vraagt Wim of hij zich eigenlijk met zijn Duitse vijand heeft kunnen verzoenen. Zijn Nederlandse buurman antwoordt resoluut.

‘Binnen een jaar na onze dood. Verzet na de oorlog, hokjes plaatsen om goede of foute medelanders – dat is meer iets voor cultuurpauzen. De gewone man moest na de oorlog zijn leven weer opbouwen, die had geen tijd voor ceremonies en heldenfetisjisme. Wérken moest je! Het land opbouwen.’

‘Hoe weet je dat allemaal?’

‘Mijn moeder vertelde, als ze me bezocht, over de wereld daarboven. Dat die niet veel veranderd is sinds de oorlog. Dat uitsluiting nog altijd bestaat. Dat gezamenlijk herdenken uit den boze is! Het is een schande, Heinrich.’

De Duitser draait zich om zijn graf, ieder jaar een beetje moeizamer. Wim volgt zijn voorbeeld.

‘Heinrich?’

‘Wim?’

‘Voor wie zijn wij eigenlijk  gestorven?’

Geef een reactie

Laatste reacties (19)