368
1

Journalist

Brenda Stoter is geboren en getogen in Rotterdam. Sinds 2010 is ze als freelancer werkzaam in de journalistiek en schrijft ze voornamelijk voor het AD, stichtingen en bedrijven. Eerder schreef ze artikelen voor de Elsevier, Roest, HP/De Tijd, stichting Music Matters en werkte ze mee aan het Hoofdboek. Ze is gespecialiseerd in de multiculturele samenleving, jongerencultuur, Rotterdam, Egypte en Rwanda.

‘The Holy Kebab’

Rawan is Syriƫ ontvlucht. Niet vanwege de opstand, maar voor de heerlijke kebab in Koerdistan

‘Tien keer op een dag hetzelfde verhaal vertellen. Gek word ik ervan.’ De Syrische drukt een sigaret uit. De ober vraagt wat ze wil eten. Ze bestelt een kebab en een flesje water. Binnen een paar minuten staat het dampende bord op tafel. Ze valt enthousiast aan. Morgen vertrekt ze weer naar haar woonplaats; Damascus, in Syrië. In de tussentijd eet ze kebab.

De laatste dag van haar vakantie in Koerdistan (Irak) brengt ze met nieuwe en oude vrienden door. Tijdens gesprekken wordt steevast dezelfde vraag gesteld: Hoe is het daar nu, in Syrië?

Haar kortgeknipte haar piekt alle kanten op. Ze heeft een gladde, witte huid en donkerbruine, amandelvormige ogen, die speels het restaurant bekijken. De kleding die ze draagt is casual: een zwarte spijkerbroek en een wit T-shirt. Geen Syrische look. “Je zou eigenlijk langs moeten komen. Mijn land is prachtig. We hebben een rijke historie, maar daar hoor je niemand over. Veel kunst en natuur.”

Eerder woonde ze in een dorp vlakbij Damascus. Na de revolutie verhuisde haar familie naar de rand van de stad. Het huis bevindt zich naast een militaire basis. “Ons gebeurt niets”, zegt ze vol vertrouwen en steekt een nieuwe sigaret op. “Het enige wat veranderd is, zijn de tanks die nu door de straten rijden.”

Tijdens haar verblijf in Koerdistan vond een massaslachting plaats in een dorp ten noordwesten van Hama in Syrië. De 22-jarige Syrische schrok zich een hoedje en belde direct al haar familieleden. “Gelukkig waren ze veilig, zoals ik al dacht. Toch doet het pijn. Mijn landgenoten zijn bruut afgeslacht. Kelen werden doorgesneden, mensen verminkt… Kinderen, vrouwen en ouderen. Niemand in het dorp heeft het overleefd.”

De donkerblonde haartjes op haar armen staan rechtop. De kebab is inmiddels op.

Syrië was ooit een veilig land. Een land waar mensen elkaar beschermden, voor elkaar opkwamen en waar je ’s nachts met een gerust hart een ommetje kon maken. Nu moet de Syrische iedere dag om 22.00 uur thuis zijn en is ze sinds de revolutie werkloos. “De veiligheid is verslechterd, als je het vergelijkt met eerder. Ook in Damascus worden mensen zonder pardon neergeschoten, maar niet op reguliere basis. Syriërs zijn erg beschermend. Als ik op straat aangevallen zou worden, zouden er zeker tien man voor me opkomen. Nu ook. Daarom ben ik niet bang.”

“Ze reguleren het hele land.” Volgens haar doodt de president liever iedere Syriër, dan dat hij opstapt.
De Syrische is zich bewust van de tegenstellingen in haar betoog. “Niet wit, niet zwart, maar grijs. De situatie in Syrië is grijs. Mijn ouders zijn tegen de regering, maar zien wel in dat de situatie nu alleen maar erger wordt.”

Wie verantwoordelijk is voor de massale slachtpartijen, durft ze niet te zeggen. Syriërs weten net zoveel als Westerlingen. “President Assad, tja. Wat  moet ik van hem denken? Hij heeft goede en slechte dingen gedaan. Misschien wordt hij opgestookt door mensen binnen zijn regering. Je kunt hen vergelijken met een maffiafamilie. Ze reguleren het hele land en weten alles.” Volgens haar doodt de president liever iedere Syriër, dan dat hij opstapt.

Als haar landgenoten morgen de straat opgaan, is ze erbij. Niet omdat ze voor of tegen de president is, maar omdat ze tegen geweld is. “Mijn landgenoten vluchten massaal. Ik vind het verschrikkelijk. Je moet toch in je eigen land kunnen leven zonder bang te zijn?” Haar donkere ogen wenken de ober, die haastig aan komt lopen. De Syrische bestelt nog een bord kebab. In haar mondhoek prijkt een halfopgerookte sigaret.

Er schuiven drie Koerden aan tafel. Vrienden van vrienden die even een hapje mee-eten. Eén van de jongens introduceert haar aan zijn vrienden. “Dit is Rawan. Ze komt uit Syrië.” Een blonde jongeman vraagt of het veilig is in haar thuisstad. De amandelvormige ogen staren naar de grond. Daar gaan we weer, denkt ze, kunnen we het niet over iets vrolijkers hebben, kebab bijvoorbeeld? Het idee slaat aan. Langzaam verschuift het gesprek richting het sappige vlees, dat hier beter smaakt dan in Syrië. “Kebab in de ochtend, kebab in de middag en kebab in de avond. Kebab rules”, knipoogt ze. De spijkerbroek die ze aanheeft, zit na een week strak om haar billen. “Tja, dat krijg je ervan als je drie keer per dag ‘The Holy Kebab’ eet”, knipoogt ze. De jongens lachen.

Rawan staat op om haar koffers in te pakken. Over tien uur vertrekt het vliegtuig richting Damascus. Eigenlijk zou ze best een week langer in Koerdistan willen blijven. “Omdat het hier veiliger is?”, vraagt een Koerdisch meisje met een Amerikaans accent. De Syrische lacht, schudt haar hoofd en wijst naar de menukaart. “Nee, voor de ‘Holy Kebab’. Die shit is magisch.”

Dit artikel verscheen eerder op de weblog van Brenda Stoter

Volg Joop op Twitter, vind Joop leuk op Facebook. Of abonneer je op de dagelijkse nieuwsbrief met een handig overzicht van nieuws en opinies.

Geef een reactie

Laatste reactie