488
5

Onderzoeker fac. Rechtsgeleerdheid EUR

Wouter de Been is sinds 2008 postdoctoraal onderzoeker aan de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sinds 2009 werkt hij hier aan een onderzoeksproject over conflicten in de multireligieuze samenleving. In dit project wordt geprobeerd tot een meer dynamische en open interpretatie te komen van klassieke idealen als neutraliteit, scheiding van de kerk en staat, godsdienstvrijheid, gelijkheid en vrijheid van meningsuiting.

Tien jaar na de aanslag op de Twin Towers

Terrorisme is geen exercitie in waarheidsvinding, en de doelstelling van terroristische daden is niet om verborgen realiteiten te openbaren

Het is bijna tien jaar geleden dat de aanslag op de Twin Towers plaatsvond. De aanslag is sindsdien emblematisch geworden voor het eerste decennium van de 21ste eeuw. We leven in het post-9/11 tijdperk, wordt vaak gezegd, een tijdperk waarin alles anders is geworden. Tien jaar geleden wachtte de neoconservatieve Bush administratie niet lang om 9/11 te duiden. George W. Bush stelde in zijn toespraak voor het Amerikaanse Congres op 20 september dat de aanslag op de Twin Towers het werk was van mensen die de vrijheid haten: “They hate our freedoms ― our freedom of religion, our freedom of speech, our freedom to vote and assemble and disagree with each otter.” Amerika had al eerder met dergelijke types te maken gehad. “They are the heirs of all the murderous ideologies of the 20th centurie”, zo beweerde Bush: “By sacrificing life to serve their radical visions, by abandoning every value except will to power, they follow in the path of fascism and Nazism and totalitarianism”. Het remedie hiertegen kon niets anders zijn dan strijd, een Global War on Terror.

Deze strijd leidde overal ter wereld tot een uitbreiding van de bevoegdheden van overheden, tot een erosie van klassieke grondrechten van burgers, en tot uitgesproken wantrouwen jegens alle moslims. In Nederland gebruikte Pim Fortuyn woorden waarin de boodschap van Bush weerklonk: “De tragedie in de Verenigde Staten maakt het nog eens duidelijk. Het is niet genoeg waakzaam te zijn. We zullen de barricaden op moeten om onze normen en waarden uit te dragen en te beschermen. Een koude oorlog met de Islam is onvermijdelijk.”

Maar doet dit dominante beeld van een manicheïstische strijd tussen het vrije Westen en de vijanden van de vrijheid in de islamitische wereld, achteraf gezien, wel recht aan de ontwikkelingen van de laatste tien jaar? Osama Bin Laden heeft met de aanslag op de Twin Towers ― een media gebeurtenis die de hele wereldbevolking gebiologeerd gadesloeg ― het aloude anarchistische idee van de ‘propaganda van de daad’ op een heel nieuw plan getild. De indringende beelden van 9/11 verdrongen iedere andere voorstelling dan die van de islamitische wereld en het Westen verwikkeld in een existentiële strijd. Lange tijd werd iedereen die het beeld van de moslims als rabiate zeloten wilde nuanceren, of die vraagtekens wilde plaatsen bij de vermeende ‘botsing van beschavingen’, overschreeuwd door de megafoon van Osama Bin Laden en zijn snode daad. Als Islam vrede is, waarom zijn de Twin Towers dan veranderd in smeulend massagraf? Als Islam respect en tolerantie predikt, waarom werden er dan 3000 onschuldige mensen voor geslachtofferd?

Maar terrorisme is geen exercitie in waarheidsvinding, en de doelstelling van terroristische daden is niet om verborgen realiteiten te openbaren. Een terroristische daad wordt gepleegd om een politiek effect te sorteren, om impulsieve reacties uit te lokken, om propaganda te maken. Vreedzame coëxistentie, of toenadering tussen de Islam en het Westen, was niet bepaald het doel dat Bin Laden nastreefde. Het vergroten van wederzijds wantrouwen, daarentegen, was duidelijk wel een oogmerk.  De vraag is of we ons tien jaar na dato nog langer moeten laten meeslepen door de propaganda van Al Queda; of we onze realiteit blijvend door Al Queda moeten laten definiëren. De beelden van 9/11 zijn onwillekeurig in ons geheugen gegrift en houden ons gevangen, maar langzaam zijn er andere beelden tegenover komen te staan. In landen als Tunesië, Egypte, Syrië en Libië hebben we moslims gezien die hun leven in de waagschaal stellen voor een waardig bestaan, voor een vrij en democratisch leven. Osama Bin Laden hield ons zodanig in de ban en dat we niet zagen dat er in het Midden Oosten grote demografische, sociale en culturele veranderingen aan de gang waren. De Arabische Lente kwam als een volslagen verassing.

Bush eindigde zijn historische toespraak voor het congres met een positieve noot: “Some speak of an age of terror. I know there are struggles ahead and dangers to face. But this country will define our times, not be defined by them. As long as the United States of America is determined and strong, this will not be an age of terror. This will be an age of liberty here and across the world.” Er is niet veel van dit vrome voornemen terechtgekomen. Bush heeft met zijn kruistocht tegen het terrorisme precies het tegenovergestelde bereikt. Hij heeft de burgerlijke vrijheden uitgehold en moslim fundamentalisten in de kaart gespeeld met zijn onbesuisde avonturen in Irak en Afghanistan. Het wordt tijd om onze aandacht los te weken van de gruweldaden van een miniscule, radicale minderheid, en die te verschuiven naar de ingrijpende ontwikkelingen die grote groepen, met name jonge moslims in het Midden Oosten en Noord Afrika bewerkstelligen.  

Geef een reactie

Laatste reacties (5)