271
4

Medewerker rijksoverheid

Geboren en getogen in een troosteloze gemeente in de Oostelijke Mijnstreek. Na, of door, twee jaar fabrieksarbeid overtuigd van de meerwaarde van een universitaire opleiding, Nederlands recht gestudeerd. Via de route Middelburg, Rotterdam en Utrecht weer afgedaald naar, en thans wonend in, Den Bosch. Daar verdient hij ook zijn boterham, in dienst van de Rijksoverheid. In zijn vrije tijd wordt hij steeds meer bezocht door de behoefte zijn gedachten via het toetsenbord te verwoorden.

Tijdgeestcamouflage

Het kleine nuanceverschil van oordopjes had hem verheven van vreemd zwaar gestoord tot vertrouwd asociaal

Hij viel op als hij door de stad liep. Hij viel letterlijk uit de toon. Druk gebarend voerde hij diepe en soms emotionele discussies. Hij foeterde, schold, stelde indringende vragen en gaf bevlogen antwoorden. Hij leek zijn gesprekspartners nooit te sparen.

Dat hoefde ook niet. Want ze waren er niet. Niet echt. Niet voor ons. Hij bewoog zich door zijn eigen wereld, misschien wel universum. Vermoedelijk onmetelijk groot. Maar meer waarschijnlijk kwetsbaar klein. Alhoewel; kwetsbaar?

De spottende blikken die vanaf de zomerse terrassen op hem werden geworpen, leken niet tot hem door te dringen. De joelende kreten van de schoolkinderen die hem soms volgden, bereikten hem evenmin. De sneeuwballen die ze ’s winters naar hem gooiden, schenen hem nooit écht te raken al waren ze nog zo trefzeker geplaatst. Beschermd door de muren van zijn doolhof. Maar hij viel wel op.

Zijn moeder is enkele maanden geleden naar een andere stad verhuisd. Hij verhuisde mee.
Vorige week moest ik er zijn voor zaken. In die andere stad. Met aan het eind van de dag, ter bezegeling van een nieuwe samenwerking, een uitgebreid diner. Het aangename weer en de behoefte om tussen de gangen te kunnen roken, dirigeerden ons, met dank aan de terrasverwarming, naar buiten. Tijdens het nagerecht zag ik hem naderen.

Dezelfde kordate stappen. Dezelfde drukke bewegingen. Dezelfde luidruchtigheid.

Ik maakte me op voor de onvermijdelijke uitwisseling van schampere reacties en flauwe grappen.
Om me eraan te kunnen onttrekken, boog ik me voorover naar mijn bord. Het gekeuvel aan de tafels werd echter niet onderbroken. Verbaasd hief ik mijn hoofd op en zag slechts een enkele licht verstoorde blik en één paar fronsende wenkbrauwen.

Tussen twee paar schouders tegenover me zag ik het allesbepalende verschil. Hij droeg oordopjes. Zo’n setje dat je nu standaard bij je mobiele telefoon krijgt. Met zo’n smal rond langwerpig microfoontje dat aan het linkerkabeltje een beetje voor je mond danst als je loopt. Zodat je al lopend handsfree kunt bellen. Altijd contact.
Ik was waarschijnlijk de enige die op dat moment besefte dat zijn oortelefoontjes nergens op aangesloten waren; dat er geen sprake was van verbinding met iets of iemand. En toch verbonden ze. Want in samenspel met zijn luidruchtige gedrag riepen ze nu een herkenbaar beeld op. Opgehangen aan een kabeltje met oordopjes, presenteerde zich nu de schets van iemand die zijn omgeving naar believen buitensloot. Ook zijn afgetrapte schoenen, spijkerbroek met scheuren, vale jasje en verwarde kapsel leken nu het resultaat van een bewuste keuze. Hier liep iemand met belangrijke dingen aan zijn hoofd. Te belangrijk voor conformisme en fatsoen.

Het kleine nuanceverschil had hem verheven van vreemd zwaar gestoord tot vertrouwd asociaal; nauwelijks opvallend.

Geef een reactie

Laatste reacties (4)