2.489
22

Columnist

Kevin Levie (1986) schrijft over politiek en technologie. Hij is actief binnen links van links en was eerder o.a. voorzitter van de SP Rotterdam. Hij woont in Amsterdam en werkt als ZZP'er in de ICT.

Toegenomen macht van het kapitaal kost jou €2.000,- per jaar

Werknemers hebben flink wat in te halen

Veel mensen hebben het gevoel dat anderen er met de winst vandoor gaan, terwijl zij te weinig overhouden aan hun werk. Te weinig mensen vragen zich af hoeveel te weinig. Daarom een ruwe schatting: alleen al de toegenomen macht van het kapitaal in de afgelopen vijf jaar, kost iedere werkende Nederlander jaarlijks ruim 2000 euro.

Afgelopen week verschenen twee interessante publicaties over de positie van arbeid ten opzichte van kapitaal. De eerste is van De Nederlandsche Bank, die onderzocht in hoeverre de flexibilisering van de arbeidsmarkt invloed heeft op de daling van de arbeidsinkomensquote. De arbeidsinkomensquote — klik niet weg, ik leg het uit! — is simpel gezegd: het gedeelte van wat we met z’n allen verdienen dat ook daadwerkelijk naar werknemers en zelfstandigen gaat. Daartegenover staat de kapitaalinkomensquote: het deel dat gaat naar mensen en bedrijven, die geld krijgen dankzij het feit dat ze al geld hadden.

Het deel van de koek dat werkenden krijgen daalt al heel lang: van 81 procent halverwege de jaren negentig, naar 72,5 procent in 2017. Uit het onderzoek van De Nederlandsche Bank blijkt nu dat in de onderzochte sectoren ruim de helft van die daling wordt veroorzaakt door de flexibilisering van de arbeidsmarkt. Werkenden worden tegen elkaar uitgespeeld en hun onderhandelingspositie verzwakt door het inzetten van steeds meer tijdelijke contracten, payroll-constructies en ZZP’ers — en daardoor pakt wat ze verdienen een stuk lager uit.

Het andere deel van de daling van de arbeidsinkomensquote is te wijten aan wereldwijde economische ontwikkelingen, zoals concurrentie met lage lonen-landen. In combinatie met de steeds verder dalende vennootschapsbelasting, die het kabinet Rutte-III nóg verder wil verlagen, zorgt dit alles ervoor dat de netto winst voor kapitaalverstrekkers in twintig jaar is verdubbeld.

Uit een onderzoek over inkomen dat de Rabobank deze week uitbracht, rijst hetzelfde beeld op: steeds meer geld komt bij vermogende Nederlanders en vaak buitenlandse aandeelhouders terecht, terwijl intussen het besteedbaar inkomen van huishoudens al bijna 40 jaar nauwelijks is gestegen.

Wat de daling van de arbeidsinkomensquote betekent voor een individuele Nederlander is lastig precies te berekenen, zeker als je geen CPB bent. We kunnen het wel schatten, op basis van een versimpelde werkelijkheid en wat middelbare school-economie. Daarbij kijken we naar de laatste vijf jaar: van 2013, toen de economie net weer begon te groeien, tot en met 2017. In die periode daalde de arbeidsinkomensquote van een tijdelijke piek van 78 procent naar onder de 73 procent.

Om te zorgen dat het deel van de koek dat werkenden krijgen in die vijf jaar even groot was gebleven, hadden de lonen ongeveer evenveel moeten stijgen als de arbeidsproductiviteit en de inflatie bij elkaar. Tussen 2013 en 2017, komen die twee samen voor de marktsector cumulatief op 11,4 procent. De feitelijke stijging van de totale lonen in die vijf jaar was 5,6 procent. Het verschil tussen de twee percentages benadert hoeveel de lonen in vijf jaar zijn achtergebleven, en hoeveel er dus extra naar kapitaalverstrekkers is gegaan.

Stel nu dat we dat verschil eerlijk over alle werknemers en zelfstandigen zouden verdelen. Het bruto modale inkomen in 2018 is € 37.000. Als dat met 5,5 procent extra was gestegen, was het € 39.036 geweest. Dat zou de gemiddelde werkende Nederlander dus ruim € 2.000 per jaar schelen.

Voor de duidelijkheid: we hebben het hier niet over nieuwe politieke maatregelen die de inkomens- en vermogensongelijkheid in Nederland écht aanpakken. Niet over het terugdraaien van een deel van de verlaging van de vennootschapsbelasting — waarvan het toptarief steeds verder daalt van tegen de 50 procent in de jaren tachtig, tot nog maar 21 procent in 2021. Niet over een einde maken aan belastingontduiking, niet over het belasten van multimiljonairs of flitskapitaal, of over het aanpakken van woekerwinsten in de financiële sector. Deze 2000 euro betreft uitsluitend hoeveel de positie van aandeelhouders en vermogenden in een paar jaar verder verbeterd is ten koste van werknemers, onder andere door de flexibilisering van de arbeidsmarkt.

De FNV stelt voor 2018 een looneis van 3,5 procent. Gezien de verwachte economische groei vindt ook werkgeverskoepel VNO-NCW een loonstijging van zo’n 3 procent niet onredelijk. Alleen al uit het feit dat de werkgevers het met de vakbond eens zijn, kun je afleiden dat deze looneis eigenlijk te laag is. Er mag nog wel een paar procent bij: werknemers hebben flink wat in te halen. En ook wie niet onder een CAO valt moet de achterstand inlopen: het minimumloon en uitkeringen moeten eveneens zeker vijf procent omhoog.

De dalende arbeidsinkomensquote. Bron: CBS

Dit artikel verscheen eerder op de website van Kevin Levie

 

Geef een reactie

Laatste reacties (22)