Laatste update 10:53
5.721
77

eindredacteur Joop

Francisco van Jole is journalist en eindredacteur van Joop.
Verder is hij politiek commentator bij De Nieuws BV en presentator van Draad, een politieke talkshow in Arminius te Rotterdam.

De toekomst van Abou Jahjah

Abou Jahjah leed bij Zomergasten aan het gebrek waar ideologen wel vaker mee kampen: wel houden van 'de mens' maar niet van mensen

AbouJahjahZomergasten

Mijn favoriete motto luidt “alles is al eens gezegd, maar nog niet door mij”. Nee, dat heb ik natuurlijk niet zelf verzonnen. Maar daarom wil ik het, na iedereen, toch nog even hebben over Dyab Abou Jahjah bij Zomergasten. Ik bekeek die uitzending met behulp van magische technieken ergens hoog op een berg in een ver land en de discussie die er verder over ontstond in de Nederlandse media heb ik aan me voorbij laten gaan. Die ging, zoals te verwachten viel, vooral over antisemitisme. Jan Kuitenbrouwer beschreef in NRC treffend hoe er door de ‘critici’ met een loep naar gezocht werd. Zonder een spoor van bewijs te vinden.

Ondertussen zag ik iets anders in die uitzending. In Zomergasten toonde Abou Jahjah zich de wijze activist. Hij koppelde radicale standpunten aan genuanceerde, uiterst redelijke overwegingen. Hij schoffelde heersende opvattingen onderuit zonder iets te verwoesten. Hij deed denken aan revolutionairen uit oude tijden, niet vanwege zijn ideeën maar door zijn manier van overtuigen.

Het was ook een verademing iemand aan het woord te horen die zichzelf zonder omhaal of excuses socialist noemt. Dat gevoel viel op z’n plaats door het interview met Leonard Cohen. Het ging over de Val van de Muur, vaak gretig geduid als de totale overwinning van het kapitalisme op het socialisme, ook al had de DDR in de praktijk net zoveel van doen met socialisme als de Ku Klux Klan met het christendom.

Cohen vertelde over het nummer The Future dat hij kort na de omwenteling schreef met daarin de onheilspellende frase “I’ve seen the future, it is murder”. En dat werd het ook. Niks einde geschiedenis, niks ultieme overwinning. Na een korte roes van onoverwinnelijkheid en volmaaktheid in de jaren negentig is de Westerse wereld nu, na 9/11 en alles wat volgde, weer in een tijd van angst en woede beland.

Dat was een mooie, rake observatie en goed en verrassend uitgekozen door Abou Jahjah maar daarna ging het toch mis met het gesprek. Over de dag dat “they wounded New York” vertelde Abou Jahjah met de durf van een provocateur dat hij op 9/11 een gevoel van glorie had gevoeld. Pas later had hij zich gerealiseerd “van al die doden”. Het was eerlijk maar het is ook een mechanisme dat zich vaak voordoet onder mensen die smachten naar vergelding. Of het nu gaat om 9/11, het verdrijven van Saddam Hoessein, of andere vergeldingsacties, pas veel later lijkt het besef door te dringen van het leed dat ze aanrichten met hun verslaving aan victorie.

Empathie is nog al eens een strategisch wapen. Wat erg, heel erg dan wel verschrikkelijk gevonden wordt hangt samen met de belangen die er mee gediend zijn. Dat is logisch, een moord op een vriend heeft impact op je leven, de moord op een onbekende niet. Toch is dat precies wat Abou Jahjah de wereld, of liever gezegd het Westen, de kolonisator, verwijt. Die kritiek is terecht, maar Abou Jahjah leek er dezelfde methode op na te houden. “Dat zijn gewoon nare mensen”, zei hij later over de Brusselaars die uit de stad vertrekken omdat de diversiteit hen niet bevalt. Er sprak wederom weinig begrip uit voor menselijke driften, gevoelens, noch voor de kronkelpaden die gevolgd worden in de jacht op geluk. Als socialist streef je naar geluk voor alle mensen.

Abou Jahjah leed bij Zomergasten aan het gebrek waar ideologen wel vaker mee kampen: wel houden van ‘de mens’ maar niet van mensen. Die laatsten zijn nogal eens een hinderpaal bij het realiseren van de grote plannen van een ideoloog en dat is het punt waarop het gevaarlijk kan worden.

Erdbrink vroeg er niet naar. De interviewer, die in tegenstelling tot zijn voorgangers diep in de materie zit, verplaatste zich vooral in de onwetende kijker en stelde kritische vragen. Bij de fans van de gast veroorzaakte dat irritatie maar ze hadden Erdbrink dankbaar moeten zijn. Want laat dat nu net het punt zijn waar Abou Jahjah het meest bedreven in is: het pareren van kritische vragen. Het gaf de avond een hoog informatief gehalte, op zich een verademing, maar ik betrapte mezelf er op dat ik ineens verlangde naar Wilfried de Jong die door kan vragen op het gevoel. Waar zit de twijfel bij Abou Jahjah? Ik had het graag gezien. Zo’n anekdote over een strijder die een bomaanslag in een druk café vergelijkt met een vliegtuigbom die van veraf wordt bestuurd maar evenveel leed en verderf zaait, is weliswaar een treffende spiegel maar het is ook de taal van een macho die mensenlevens als ruilmiddel beschouwt. Linkse strijd voor een betere wereld gaat in mijn ogen om het vermijden van geweld en toch je doelen realiseren. Geweld is, net als bijvoorbeeld racisme, een maatschappelijke ziekte. En die moet je bestrijden met medicijnen, niet met executies.

Helemaal aan het einde van het gesprek ging het over het onderwerp waar ik het meest naar uit keek. Wat wil Abou Jahjah bereiken en hoe? Hoe moet de wereld verbeterd worden en de heersende kapitalistische manier van denken veranderd? Het kan zijn dat Abou Jahjah zich bewust op de vlakte hield omdat hij nog wil verrassen met zijn boek dat in oktober verschijnt. Maar dan nog bleef zijn antwoord niet alleen mager maar ook onzinnig. Hij kwam met voorbeelden van de zogenaamde ‘deeleconomie’, begon over bedrijven als Facebook en AirBnB die het mogelijk zouden maken het systeem van binnenuit te veranderen. Dat is kletspraat van ‘visionairs’ die vooral naar de pijpen van Silicon Valley dansen. In werkelijkheid komt het neer op überkapitalisme. In de deeleconomie wordt niet gedeeld maar wordt alles en iedereen gereduceerd tot economische producten waar een kleine groep zich vanuit een machtspositie buitensporig mee verrijkt.

Abou Jahjah is een scherp criticus en een gewiekst debater. Hij hoeft van mij geen denker of visionair te zijn en ik heb met veel interesse naar zijn verhandelingen geluisterd. Maar hij liet onbedoeld zien wat het probleem is van links dat zich concentreert op het leveren van – terechte – kritiek maar niet weet te begeesteren met een toekomstvisie. Hoe mooi was het geweest als hij had afgesloten met wat inspirerende fragmenten op dat gebied. Een alternatief voor de toekomst die ons wacht in The Future van Leonard Cohen. Een socialist moet die kunnen bieden.

Geef een reactie

Laatste reacties (77)