1.432
3

voorzitter Algemene Onderwijsbond

Toezichthouder onderwijs kan veel beter

Adviezen voor de strenge waakhonden van de Onderwijsinspectie

De mogelijke consequenties van het deze week te verschijnen jaarverslag van de Inspectie van het Onderwijs zijn te verstrekkend om onverschillig te reageren. Toch durf ik vooraf te constateren dat de Inspectie beter kan. Het onderwijs zou meer onder de indruk zijn als de toezichthouder zich zou concentreren op de hoofdtaken en de moed zou verzamelen zich eens te verweren tegen de wensen en grillen van politiek Den Haag. Met de resultaten van het AOb-onderzoek onder leraren en directieleden vers in het achterhoofd, bied ik onze waakhond vast wat handvatten voor het verbetertraject.

Dat een verbetertraject noodzakelijk is, zal de Inspectie met mij moeten afleiden uit het onderzoek dat de Algemene Onderwijsbond eerder deze maand presenteerde. We kwamen er immers achter dat meer dan driekwart van de 3500 ondervraagde leraren en directieleden een punt maken van de bureaucratische druk die de Inspectie veroorzaakt en dat de helft de meerwaarde niet ziet omdat het onderwijs niet beter wordt van de Inspectie.

De Inspectie reageerde sportief op de resultaten, maar slaagde er niet in mijn zorgen weg te nemen. Om te beginnen stelde de Inspectie geen papierberg aan data nodig te hebben. Als dat waar is, is onze toezichthouder meer dan bij machte om in te grijpen. Ons onderwijs zucht immers onder de hoge werkdruk. Iedere minuut die in rapportages wordt gestoken, kunnen mijn collega’s beter benutten aan begeleiding van leerlingen, lesvoorbereiding of het bijhouden van vakkennis.

In plaats van een terechtwijzing voor een overkill aan informatie, gaat de Inspectie nu doodleuk met het geleverde aan de gang om vast te stellen of een school toevallig zelfs ‘goed’ of ‘excellent’ is. En wordt een instelling dus beloond voor het feit dat men de administratie blijkbaar belangrijker vindt dan de leerlingen. Of bedoelde de Inspectie het niet zo en is het stiekem toch een gelegenheidsargument?

Vrijheid van onderwijs
Eigenlijk is het uitgangspunt van de AOb simpel: minder Inspectie leidt tot minder bureaucratie. Zo kun je er best voor kiezen de actieve controle in de klas te schrappen. In plaats daarvan kan men bij het bestuur informeren naar het aandeel bevoegd gegeven lessen. Temeer omdat de lessen-met-inspecteur dikwijls worden voorgekookt in generale repetities en dus nauwelijks als representatief kunnen worden gezien.

atelier PRO - Lorentzschool, Leiden 14Het blijft voor de AOb en vele anderen ook een heikel punt dat de Inspectie zich mengt in discussies over de didactische koers van een school. In ons onderzoek kwamen voorbeelden bovendrijven over Montessorischolen die meer klassikale lessen gingen geven en werden we op de hoogte gebracht van toenemende toetsdruk naar aanleiding van inspectiebezoek.

Daarmee bevindt ze zich op het gladde ijs van de vrijheid van onderwijs en daar hoort ze niet: de Montessorimethode kan voor de ene leerling het beste werken, de volgende heeft meer behoefte aan het houvast van het vaak als ouderwets bestempelde klassikale onderwijs en een derde heeft baat bij een grotendeels digitale variant. Die keuzes zijn aan de scholen zelf. En aan de ouders en leerlingen die de instelling zoeken die het beste bij ze past.  

Daarnaast zou de Inspectie minder aan de leiband van de politiek mogen lopen. Het zou binnen het onderwijs wonderen doen voor het aanzien van de organisatie wanneer Monique Vogelzang als nieuwe inspecteur-generaal eens ‘nee’ zou verkopen aan de Hoftoren omdat nu bijvoorbeeld het onderwijs aan excellente leerlingen in de mode is. Naast de bureaucratische druk die de Inspectie ermee zou wegnemen, kan ze er de rol van haar instituut als onafhankelijk controleapparaat mee bestendigen. In het grillige politieke klimaat van de laatste pakweg vijftien jaar is het verstandig als een kwaliteitsbewaker zich wat onttrekt aan de Haagse waan van de dag.

Serieus
In één ding heeft de Inspectie volkomen gelijk: een bezoek hoeft niet als leuk te worden ervaren. Het onderwijs wordt ter verantwoording geroepen door de maatschappij en dient openheid van zaken te geven. Dat blijft voor alles een uitermate serieuze zaak. Maar er zit een wereld van verschil tussen de ernst van een serieus bezoek waarbij de school wordt doorgelicht op hoofdlijnen en de ergernis van een vermoeiend bezoek waarbij karrenvrachten aan persoonlijke ontwikkelingsplannen en de hoeveelheid toetsen bepalen of een school voldoende, goed of excellent is. En in dat stadium zijn we onderhand wel beland. Die zucht om gedetailleerde informatie wordt als wantrouwen ervaren. Waar vertrouwen op de professionele houding van leraren op zijn plaats is.

Gelukkig zien veel politieke partijen net als de AOb dat het wel een onsje minder mag met de Inspectie. Ik ben dan ook zeer benieuwd naar het op handen zijnde debat waarom D66 terecht vroeg. Overigens is een politiek pleidooi om een kleinere Inspectie saillant: partijen die deze wens onderschrijven, zullen de discipline moeten opbrengen het onderwijs niet meer op microniveau te willen sturen. En moeten accepteren dat een controleapparaat ‘nee’ moet kunnen zeggen als er weer eens een tijdrovend verzoek uit Den Haag binnenkomt.

De Inspectie is ambitieus en op zich is dat te prijzen. De kritische vriend van het onderwijs moet echter meer reflecteren op de eigen prestaties. Omdat wij te vaak negatieve signalen over inspectiebezoek binnenkrijgen, hebben we besloten de spiegel maar eens voor ze op te houden. Hopelijk helpt het de Inspectie aan nieuwe inzichten en benut de nieuwe inspecteur-generaal de gelegenheid van de schone lei. Op zijn minst zal ze moeten onderkennen dat haar organisatie ook baat heeft bij stevige repliek. Met andere woorden: onze kritische vriend kan wel wat kritische vrienden gebruiken. 

Walter Dresscher is voorzitter van de Algemene Onderwijsbond  

cc-foto: Atelier Pro

Geef een reactie

Laatste reacties (3)