792
10

Hoogleraar Forensische psychologie

Dr. Corine de Ruiter is hoogleraar Forensische psychologie aan de Universiteit Maastricht en tevens werkzaam in eigen praktijk. Zij verricht wetenschappelijk onderzoek op het grensvlak van psychiatrie en strafrecht. Daarnaast treedt ze regelmatig op als getuigedeskundige in de rechtszaal. Corine de Ruiter levert met enige regelmaat bijdragen in Nederlandse schrijvende en audiovisuele media. Met haar publieke optredens probeert zij de psychologie uit haar ivoren toren te halen en kennis over de relatie tussen psychische stoornissen en crimineel gedrag te verspreiden. Op het internet kunt u haar vinden op: www.corinederuiter.eu.

Tristan en de wapenvergunning

Co-auteur schrijver Peter Derks

Er bestaat in Nederland geen goede regelgeving wat betreft het verlenen van wapenverlof aan personen met ernstige psychiatrische ziekten. De beoordeling ligt geheel in handen van een politieambtenaar die hiervoor plaats moet nemen op de stoel van de psycholoog/psychiater. Dit is onprofessioneel en onwenselijk.

De ‘spree killing’ in Alphen aan den Rijn van 9 april dit jaar is voor Nederland tot nu toe uniek, maar in het buitenland, bijvoorbeeld de VS, Duitsland en Finland, bestaat hiermee al ruime ervaring. Het kwam in juli dan ook niet als een verrassing dat de psychologische autopsie van de dader Tristan van der V. als uitkomst de diagnose paranoïde schizofrenie opleverde. Een aanzienlijk deel van de daders van dit soort schietpartijen, waaronder de Koreaanse student Seung Hui-Cho , die in april 2007 31 dodelijke slachtoffers maakte aan de Amerikaanse Virginia Tech Universiteit, lijdt aan deze ziekte.

Fatale cocktail
In veel gevallen van catastrofale massamoorden uit het verleden lijkt sprake van een fatale cocktail van ernstige psychiatrische stoornissen, zelfmoordneigingen en een fascinatie met geweld en wapens. Vooral het laatste ingrediënt lijkt een doorslaggevende factor. Immers, alleen met een wapen kan vanaf grote afstand en in korte tijd een groot aantal slachtoffers gemaakt worden.

Het inperken van de legale toegang tot wapens voor personen met psychiatrische ziekten is dus een begrijpelijke stap op weg naar preventie van dit type incidenten. Uiteraard kan iemand in principe ook via illegale weg aan een wapen komen, maar hiervoor moet dan wel het eigen geweten gepasseerd worden. Het bemoeilijken van de legale weg werpt in ieder geval een drempel op.

Er bestaat in Nederland geen goede regelgeving wat betreft het verlenen van wapenverlof aan personen met ernstige psychiatrische ziekten. Dat maakt het gisteren verschenen rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid pijnlijk duidelijk. De beoordeling van een aspirant verlofhouder ligt geheel in handen van een politieambtenaar die hiervoor plaats moet nemen op de stoel van de psycholoog/psychiater. Dit vinden wij onprofessioneel en onwenselijk.

Hoe moet het dan wel?
Op die vraag geeft het rapport van de Onderzoeksraad geen concrete antwoorden. Nederland kan van diverse buitenlandse ervaringen leren. De tragedie op de Virginia Tech campus in 2007 leidde tot de aanname van een wet die Amerikaanse staten subsidies verstrekt om te zorgen dat een federaal register, het National Instant Criminal Background Check System, informatie bevat over personen die een ernstige psychiatrische ziekte hebben, naast de informatie over een eventueel strafblad en middelenmisbruik.

Een artikel in de New York Times van 10 juli 2011, maakte echter duidelijk dat deze wet nog lang niet het resultaat heeft dat men ervan verwachtte. In april van dit jaar hadden zes staten nog geen enkel GGZ dossier aan het federale wapencheck systeem aangeleverd. Negentien andere staten en het District of Columbia hadden ieder minder dan 100 GGZ dossiers aangeleverd. Wat kan Nederland van deze mislukte wet leren? Vooral dat de registratie niet afhankelijk gemaakt moet worden van de bereidwilligheid van instanties, maar dat op de persoon die de wapenvergunning aanvraagt de plicht moet rusten om aan te tonen dat hij psychisch stabiel is.

Verklaring van Geen Bezwaar
Wij stellen een ‘Verklaring van Geen Bezwaar’ voor, waarmee men in Duitsland al ervaring heeft. Deze verklaring wordt afgegeven door een onafhankelijke professional. Er moet een protocol komen waarin staat onder welke voorwaarden deze verklaring al dan niet afgegeven mag worden. Gebruikers van bepaalde medicatiegroepen worden uitgesloten alsmede personen met bepaalde psychiatrische ziekten. De verklaring moet niet tijdsgebonden zijn zodat deze op elk moment herroepen kan worden. Psychische klachten en gebruik van medicatie kunnen immers altijd op korte termijn wijzigen.

Medische of psychologische screening
Nergens in de huidige procedure rond de verstrekking van een wapenvergunning komt ook maar iets van een medische of psychologische screening voor. De tweede auteur van dit artikel is een ervaringsdeskundige op dit terrein. Ondanks een verleden van herhaalde psychoses en depressies werd hij, terwijl hij deze zaken gemeld had bij het schietverenigingsbestuur, zonder enige beperking toegelaten tot de vereniging en heeft hij jaren kunnen schieten.

De nieuwe Verklaring van Geen Bezwaar moet minimaal jaarlijks alsook bij ieder bezoek aan de huisarts ‘oplichten’ in diens registratiesysteem. De schutter dient goed gemarkeerd te worden. Bij optreden van problematiek die onder de regelgeving valt, moet een automatisch signaal van de huisarts of andere behandelaar richting de gemeente (B&W) die vervolgens gepaste actie onderneemt richting de schutter en zijn vereniging.

Luchtdrukwapens
De behandelaar overtreedt hiermee niet zijn geheimhoudingsplicht omdat hij niet in hoeft te gaan op de actuele medische status van de betreffende schutter. Natuurlijk dient ook de huidige generatie schutters met terugwerkende kracht deze verklaring te overleggen. De kosten van de Verklaring van Geen Bezwaar komen voor rekening van de schutter. Immers, hij wil deze dure en niet ongevaarlijke hobby gaan beoefenen. Overigens is het opmerkelijk dat de Onderzoeksraad in haar rapport met geen woord rept over luchtdrukwapens, maar alleen vuurwapens noemt, terwijl met de eerste categorie wapens ook dodelijk letsel kan worden toegebracht.

Gewelddadig gedrag
Een speciale rol is wat ons betreft weggelegd voor professionals in de geestelijke gezondheidszorg. Zij zouden veel systematischer risico’s op gewelddadig gedrag bij hun patiënten moeten taxeren en indien nodig preventieve maatregelen nemen. Het rapport van de Inspectie voor de Gezondheidszorg laat zich kritisch uit over het feit dat uit het GGZ dossier van Tristan niet blijkt dat er voldoende aandacht is besteed aan het risico van suïcide en het risico voor derden, als gevolg van eventueel vuurwapenbezit van Tristan.

Kennis over risicofactoren voor geweld ontbreekt vaak en veel behandelaars zien het niet als hun taak om hierover met hun patiënten in gesprek te gaan. De GGZ zal zich ook dienen te bezinnen op haar geheimhoudingsplicht. Er kunnen uitzonderingen nodig zijn op die geheimhouding, wanneer de hulpverlener weet krijgt van het ontstaan van gevaar voor derden door toedoen van de patiënt. Want je neerleggen bij de constatering dat ‘dit soort dingen nu eenmaal kunnen gebeuren’, is de gemakkelijkste weg, en doet geen recht aan de trauma’s van de nabestaanden en de gewonden van de schietpartij in Alphen aan den Rijn.

Dit opiniestuk verscheen op 30 september 2011 in de Volkskrant.

Peter Derks is schrijver van politieke columns maar heeft ook een verleden als psychiatrisch patiënt en was Nederlands Kampioen Luchtgeweer.

Geef een reactie

Laatste reacties (10)