1.874
0

schrijfster/journalist

Annemarie Haverkamp is 42 jaar. Geheel onverwacht kwam haar zoon Job in 2004 ernstig gehandicapt op de wereld. Eenmaal van de schrik bekomen, besloot Annemarie in De Gelderlander een column te schrijven over Job. Omdat ze de buitenwereld graag wil laten zien hoe het echt is, het dagelijks leven met een gehandicapt kind. De columns werden gebundeld in twee boeken. Haar eerste non-fictieroman Dolgelukkig zijn wij verscheen 19 oktober 2010 bij uitgeverij Nieuw Amsterdam. Het taboedoorbrekende boek genereerde veel media-aandacht. Annemarie studeerde culturele antropologie, werkte als redacteur, redactiechef en columnist bij De Gelderlander, was chef van het Arnhem/Nijmegen-magazine Luxity en is nu hoofdredacteur van universiteitsblad Vox.

Trui

Zie ik eruit als een lijk in een grijze trui, dan hoeven we hem Job niet eens aan te trekken

Job – vijftien – is door een chromosoomafwijking verstandelijk en lichamelijk gehandicapt.

cc-foto: Maria Rantanen

De postbode bezorgt een pakje met drie nieuwe jongenstruien. Een voor een trek ik ze aan, loop ermee naar de spiegel, draai een rondje voor Rob.

Mijn man vraagt of ik mijn armen wil strekken. Kijkt kritisch naar de manchetten en knikt.

Inmiddels weten we precies was Job past. Een smalle trui met lange mouwen. Zijn armen zijn exact even lang als de mijne. Zit een trui bij mij wat krap in de schouders, dan sluit hij bij Job perfect aan. Ik buig voorover om te testen of de stof goed mee rekt. Ons kind heeft een flinke bochel op zijn rug, die moet wel ruimte hebben. Aangezien ik van voren twee bulten heb, voel ik bovendien snel genoeg of de trui niet trekt. De kleur kunnen we ook prima testen. Job en ik hebben hetzelfde blonde haar en dezelfde blauwe ogen. Zie ik eruit als een lijk in een grijze trui, dan hoeven we hem Job niet eens aan te trekken.

Ook zijn schoenen pas ik nu hij, net als ik, maat 39 heeft. Maar zijn pootjes zijn extreem dun, dus bestellen we een smalle maat. Ik loop door de kamer om te voelen of de schoenen geen harde naden hebben of een knellende neus. De laatste Piedro’s wilde ik eigenlijk houden. Ze liepen zó zacht, als slofjes. Maar de zwarte boots met gouden letters waren me net iets te hiphop – te breed helaas voor Job, dus moesten ze terug.

Job maakt het niets uit wat hij draagt, als ellenlange passessies hem maar bespaard blijven.

De derde trui die ik uit de verpakking haal, is in de schouders te wijd voor Job. “Dat zie je toch meteen”, zeg ik tegen mijn man.

“Maar hij is zo leuk!”

Dat vind ik nou ook. De geruite jongenstrui verdwijnt direct in mijn eigen kledingkast.


Laatste publicatie van Annemarie Haverkamp

  • Egbert

    De achtste dag

    Roman

    Maart 2019


Geef een reactie

Laatste reacties (0)