Laatste update 31 mei 2017, 07:37
1.735
13

Analist internationale politiek, Brussel

Tijdens zijn loopbaan bij de Europese Commissie in Brussel vervulde Willem-Gert Aldershoff diverse functies in de departementen voor Internationale Betrekkingen en Binnenlandse Zaken en Justitie. Sinds enkele jaren werkt hij in Brussel als onafhankelijk adviseur en publicist inzake de betrekkingen tussen de Europese Unie en Israël-Palestina.

De afgelopen maanden verschenen bijdragen van hem in de Israelische krant 'Haaretz' en op het blog 'Open Zion' van Peter Beinart in New York. Daarnaast houdt hij zich bezig met Oekraïne.

Trump is gevaarlijker dan een klein kind

Kinderen zijn immers gevoelig voor sociale normen en vinden dat zij en anderen die moeten respecteren

Cartoon: Tjeerd Royaards

Sinds zijn aantreden als president wordt Donald Trump vaak afgeschilderd als een klein kind. Op politieke spotprenten zie je hem in een kinderstoel achter zijn werktafel in het Witte Huis, van waaruit hij ballorig dingen kapot maakt en de muren bekladt. De bekende New York Times-columnist David Brooks omschrijft hem als een mentaal 7-jarige die door de klas banjert. Voor David Axelrod, voormalig politiek adviseur van Barrack Obama, voelt het “alsof een 6- jarige de controle over een Boeing747 heeft terwijl wij allen in onze stoelen zitten vastgesnoerd en hopen dat hij het vliegtuig aan de grond zet of iemand anders co-piloot zal zijn. Maar intussen worden we constant hevig door elkaar geschud door de turbulentie. Dat is slopend.”

Het is inderdaad verleidelijk om Trump met zijn gebrek aan kennis, intellectuele luiheid, onvoorspelbaarheid en hufterig gedrag neer te zetten als een lastig, verwend kind.

Alison Gopnik, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Californië, ziet dit heel anders. Onlangs schreef zij in de Amerikaanse pers dat onderzoek van de afgelopen dertig jaar aantoont dat Trump zich absoluut niet als een klein kind gedraagt. Zeggen dat hij dat wél doet is volgens haar “uiterst unfair tegenover kinderen”.

De hoogleraar benadrukt hoe vierjarigen zeer begaan zijn met de waarheid en voortdurend proberen uit te vinden hoe hun omgeving in elkaar zit. Zij zijn onverzagdigbaar nieuwsgierig, met hun honderden vragen per dag. Trump daarentegen leest weinig en is verveeld door alles wat niet om hem draait.

Kleine kinderen kunnen heel goed aandacht schenken aan dingen, vooral aan zaken die tegenspreken wat ze al geloven. Trump weigert echter aandacht te geven aan dingen die niet overeenkomen met zijn vooringenomen ideeën.

Gopnik’s eigen onderzoek toont dat kinderen al op zeer jonge leeftijd inzien dat wat zij vroeger geloofden, onjuist kan blijken te zijn. Vergelijk dat eens met Trump die zichzelf zonder aarzeling tegenspreekt en geen tegenstelling lijkt te zien tussen wat hij vroeger geloofde en nu.

In tegenstelling tot wat men doorgaans denkt zijn kinderen niet egocentrisch of uitsluitend op zichzelf gericht. Ze begrijpen hoe anderen zich voelen en denken, vinden dat belangrijk en zien in dat anderen andere gevoelens en gedachten kunnen hebben dan zijzelf. Zelfs kinderen van anderhalf tonen empathie en altruïsme: ze zullen toegaan naar iemand die pijn heeft om hem te troosten en gaan spontaan iemand helpen. Trump toont intussen geen empathie of altruïsme. Gopnik noemt zijn egocentrisme ‘onthutsend’.

Vierjarigen hebben verder een sterk ontwikkeld moreel gevoel. Ze vinden dat het altijd fout is om een ander kind pijn te doen. Zelfs baby’s mijden poppen die gemeen zijn geweest tegen een andere pop. Zoals bekend bewondert Trump autoritaire leiders die er niet voor terugschrikken hun eigen bevolking kwaad te doen.

Kinderen zijn ook gevoelig voor sociale normen en vinden dat zij en anderen die moeten respecteren. Tijdens onderzoeken protesteerden zelfs twee- en drie-jarigen wanneer ze zagen dat iemand de regels schond. Trump evenwel heeft telkens weer zijn minachting bewezen voor normen die gelden in groepen of gezelschap waarvan hij deel uitmaakt.

Gopnik concludeert dat de meeste volwassenen, zelfs de meeste presidenten, en zeker de béste presidenten, erin slagen om bepaalde eigenschappen van kinderen te behouden – zoals nieuwsgierigheid, openstaan voor nieuwe ervaringen, gevoeligheid voor anderen en empathie. De wereld zou volgens haar beter af zijn wanneer president Trump ook zo zou zijn.

Dat gaat echter niet gebeuren. Het beste dat we eventueel mogen verwachten is dat Trump wat beter gaat luisteren naar zijn adviseurs, minder twittert, zijn dagelijkse veiligheidsbriefings leest en serieus wordt ingekapseld door ervaren democratisch georiënteerde adviseurs met een sterke persoonlijkheid.

In de huidige, nog altijd niet goed te bevatten, werkelijkheid met Donald Trump als Amerikaanse president zou het beste natuurlijk zijn dat er toch nog een afzettingsprocedure komt of dat artikel 25 van de Amerikaanse Grondwet wordt toegepast. Dat bepaalt dat de vice-president en de meerderheid van de regering de voorzitter van de Senaat en de voorzitter van het Huis van Afgevaardigden schriftelijk kunnen informeren dat de president onbekwaam is om zijn taken uit te voeren.

In beide gevallen volgt vice-president Mike Spence Trump op als president. Dat zal ook geen onverdeeld genoegen zijn. Pence heeft de reputatie weinig meer ideeën te hebben dan dat evangelisch Christendom bepalend moet zijn voor overheidsbeleid. Dat verklaart zijn twijfels over de evolutie-theorie en zijn strikte anti-abortus standpunt. Opmerkelijk is ook dat hij het verband ontkent tussen roken en kanker. En niet vergeten mag worden dat veertig procent van zijn uitspraken in het verkiezingsdebat tussen de twee vice-presidentiële kandidaten onjuist bleken te zijn. De doorslaggevende waarheid blijft echter dat grotere risico’s dan bij een Trump-presidentschap simpelweg niet mogelijk zijn.

Geef een reactie

Laatste reacties (13)