1.408
19

Europarlementariër voor de SP

Mineur is sinds 2014 europarlementariër namens de SP en lid van de commissie internationale handel. Eerder was zij medewerker van een sociale-werkvoorzieningsbedrijf, fractievoorzitter van de SP in Provinciale Staten van Utrecht en raadslid in De Bilt.

Cc-foto: Karen Veldkamp / SP

TTIP en het Bruto Nationaal Geluk

'Met TTIP verliezen we het eigene, het kleinschalige, het maatwerk'

In het Financieele Dagblad van 2 september wijst SCP-directeur Kim Putters terecht op het gevaar van een al te economische kijk op de samenleving. “In het pensioendebat dreigt de economische rationaliteit te domineren”, schrijft hij, en hij noemt meer voorbeelden waar elke maatschappelijke handeling vertaald wordt in financiële termen. Een uitkering is geen vangnet meer, maar beloning voor een tegenprestatie aan de samenleving, een studielening is geen investering voor de toekomst, maar een bijdrage aan de economie. “Wat zou het opleveren als we de rijksbegroting eens lieten doorrekenen op haar sociale en culturele effecten?” vraagt hij zich af, en hij stelt voor om het bruto nationaal geluk te laten meewegen.

Ik onderschrijf de kritiek van Kim Putters van harte. De al te nauwe focus op financiële waarde doet de rijkdom en complexiteit van de samenleving onrecht aan. Dat voelt Putters goed aan. Het is alleen jammer dat Putters niet de voor de hand liggende link legt met TTIP, het vrijhandelsverdrag met de Verenigde Staten. Uitgangspunt van TTIP is dat schaalvergroting te allen tijde zaligmakend is. Door de Europese en de Amerikaanse markt samen te voegen, en daarmee ook de voorschriften te harmoniseren die de beide markten moeten reguleren, wordt het voor bedrijven gemakkelijker om hun productie op te voeren, en hun producten op een veel grotere afzetmarkt aan te bieden, zo is de gedachte. Dat het wellicht niet wenselijk is om de voorschriften van beide continenten te harmoniseren, wordt niet eens meegenomen in de beschouwingen. 

Voor varkensboeren is het verdrag een grote bedreiging. De strenge regels over dierenwelzijn die Nederland hen oplegt, hebben invloed op de prijs van het Nederlandse varkensvlees. Dat vindt op de Nederlandse markt zijn weg wel, vanwege de groeiende afkeer die Nederlandse consumenten hebben van kiloknaller en plofkip. Maar op de internationale markt heeft de Nederlandse boer het steeds moeilijker. Met een heel leger aan Amerikaanse concurrenten wordt hun positie nog lastiger. De onmogelijke keuze wordt dan om te kiezen voor de boer of voor het dierenwelzijn. 

Een vergelijkbaar probleem dreigt voor de arbeidsomstandigheden van Nederlandse werknemers. Er is veel aan te merken op het afkalvende sociale beleid van opeenvolgende kabinetten. Maar Nederland en de Europese Unie hebben ten minste de internationale arbeidsstandaarden van de ILO ondertekend, waarmee onder andere een verbod op dwangarbeid en discriminatie en het recht zich aan te sluiten bij een vakbond vastgelegd worden. De Verenigde Staten geven die garanties niet, en er zijn zelfs regio’s in de zuidelijke staten van de VS die tot vakbondsvrije zones zijn bestempeld. Wie zijn werknemers met de wet in de hand mag uitknijpen, zal allicht goedkopere producten kunnen leveren. Ook hier levert dat een concurrent op die wij met onze 36-urige werkweek niet kunnen verslaan. Met TTIP geven we ruim baan voor schaalvergroting. 

Met TTIP verliezen we het eigene, het kleinschalige, het maatwerk. In mijn jeugd in Oss kochten we speelgoed bij Speet, een nieuwe bril bij Bogaerts en huishoudelijke artikelen bij Van Bon. Al die winkels zijn gesloten, of op zijn best overgenomen door landelijke ketens: Bart Smit, Hans Anders en — zo lang het nog duurt — Blokker. Gaan we ook die verliezen, enkel omdat wij ons alleen hebben laten leiden door de economische voordelen van schaalvergroting en geen oog hebben gehad voor de sociale, culturele en duurzaamheidskosten?

Geef een reactie

Laatste reacties (19)