1.101
44

Onderzoeker, campaigner

Researcher en trade campaigner voor The Centre for Research on Multinational Corporations en het Economic Justice Programme
Transnational Institute.

TTIP is in een nieuw juridisch jasje nog net zo link

Het geeft buitenlandse investeerders nog steeds een krachtig politiek wapen om nationaal beleid naar hun hand te dwingen

Amsterdam heeft zich onlangs ‘TTIP-vrij’ verklaard. Europees handelscommissaris Malmström bezoekt woensdag onze hoofdstad om de onrust rond het handelsakkoord waarover zij met de Amerikanen onderhandelt te bezweren. Dat zal haar niet lukken. Kern van de zorgen is dat TTIP mogelijk zal maken dat Amerikaanse investeerders miljardenclaims indienen tegen Europese overheden. Malmströms hervormingsvoorstellen nemen die zorgen niet weg.

Politiek wapen
In TTIP zal, zoals alle moderne handelsverdragen, een investeringsgeschillenbeslechtingsmechanisme bevatten. Dit ISDS zorgt voor veel commotie: het stelt buitenlandse investeerders in staat om overheden aan te klagen als deze in het algemeen belang maatregelen doorvoeren die de bedrijfsresultaten kunnen schaden. Bedrijven eisen en krijgen torenhoge schadevergoedingen. ISDS geeft zo buitenlandse investeerders een krachtig politiek wapen om nationaal beleid naar hun hand te dwingen. Geen wonder dat ruim 3 miljoen burgers uit de hele EU zich in een burgerinitiatief hebben uitgesproken tegen ISDS in TTIP.

Het antwoord van de Europese Commissie is het ‘omkatten’ van ISDS tot ICS. Dit Investment Court System wordt ook door onze eigen minister Ploumen omarmd als een fundamentele hervorming, die aan alle bezwaren tegen ISDS tegemoet komt. Niets is echter minder waar. ICS is ISDS in een nieuw jasje. ICS omkleedt investeringsgeschillenbeslechting met iets meer juridische waarborgen. Partijen in het geschil zouden niet meer hun eigen rechter mogen aanwijzen. Er zou niet meer ad hoc geoordeeld worden in geschillen, maar er wordt jurisprudentie opgebouwd. En er komt een beroepsmogelijkheid. Maar de onafhankelijkheid van de arbiters wordt niet gegarandeerd. Zij zullen ook onder ICS grotendeels per zaak worden betaald. De perverse prikkel om te oordelen ten gunste van buitenlandse investeerders blijft bestaan. Want ook de eenzijdigheid van het systeem – alleen buitenlandse investeerders kunnen een zaak aanspannen – blijft overeind.

Brede bescherming
Nog wezenlijker is dat die buitenlandse investeerders nog altijd aanspraak kunnen maken op dezelfde brede bescherming die nu maakt dat vrijwel elke overheidsmaatregel onderwerp kan worden van een eis tot schadevergoeding. Milieumaatregelen, maatregelen voor het beschermen van de volksgezondheid, maatregelen om arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden te waarborgen, om bedrijven belasting te laten betalen of om publieke diensten betaalbaar te houden: op al deze terreinen hebben buitenlandse investeerders reeds claims ingediend. Met de schadevergoedingen zijn tientallen tot vele honderden miljoenen gemoeid. Bedragen die de belastingbetaler mag ophoesten en die ten koste gaan van overheidsbudgetten.

Arbitragezaken worden veelal in het geheim en achter gesloten deuren afgehandeld. In Europa zijn 127 bekende arbitragezaken gevoerd, maar het werkelijke aantal kan veel hoger liggen. Hoe vaak er wordt gedreigd met claims, waarop vervolgens een schikking wordt getroffen is al helemaal amper bekend. Van slechts 14 zaken weten we hoeveel er uiteindelijk is betaald. Samen 3,5 miljard euro. Oftewel ongeveer 250 miljoen per zaak. Geen geringe bedragen. En ook schikkingen kunnen veel geld kosten. Met de schikking in een geschil tussen Eureko tegen Polen was 2 miljard gemoeid.

Dreigen
In Roemenië probeerde een Canadees mijnbouwbedrijf onlangs een omstreden milieuvergunning af te dwingen door te dreigen met een claim van 3 miljard. Dat is 2 procent van het Roemeense BNP. Achmea probeerde in Slowakije middels een investeringsclaim hervorming van het zorgverzekeringsstelsel van tafel te krijgen. De politieke dreiging die van dit soort geschillenbeslechting uitgaat, moge duidelijk zijn. En ICS verandert hier niets aan. Want de bepalingen op grond waarvan dit soort claims wordt aangespannen, worden in het ICS-voorstel nauwelijks aangescherpt en de vrijheid van overheden om te reguleren wordt niet eenduidig vastgelegd.

Als investeringsgeschillenbeslechting in TTIP wordt opgenomen, kunnen de ruim 47,000 Amerikaanse bedrijven die in Europa actief zijn, zich straks allemaal van dit instrument bedienen. Dat Amerikaanse bedrijven uit hoofde van hun eigen rechtssysteem al gewend zijn snel naar de rechter te stappen bij een conflict, maakt het er niet beter op. Een paar van de ‘nieuwe’ lidstaten van de EU hebben nog bilaterale investeringsverdragen met de VS die dateren van voor hun lidmaatschap van de EU. Op grond van die verdragen lopen al 9 claims.

Misplaatst idee
De risico’s van investeringsgeschillenbeslechting – of je dat nu ISDS of ICS noemt – zijn enorm. Daarom moet zo’n mechanisme buiten TTIP blijven, en worden geschrapt uit het CETA-verdrag met de Canadezen dat binnenkort ter ratificatie wordt voorgelegd. De EU, de VS en Canada vertrouwen elkaars rechtssystemen voldoende om verdachten van misdrijven aan elkaar uit te leveren. En dan zouden buitenlandse investeerders op diezelfde rechtstaten niet kunnen bouwen? De omvang van de investeringsstromen tussen deze drie grote economische spelers zijn enorm en geven geen enkele aanleiding voor zo’n misplaatst idee. Een extra rechtsgang voor buitenlandse investeerders is in TTIP en CETA volledig overbodig en weegt op geen enkele manier op tegen de risico’s voor de speelruimte van overheden en de kosten voor de belastingbetaler.

Om tegemoet te komen aan de gerechtvaardigde zorgen van het groeiend aantal gemeenten in Europa dat zich TTIP-vrij verklaart en hun burgers, zal Malmström echt met iets beters moeten komen.

Geef een reactie

Laatste reacties (44)