Laatste update 19 mei 2016, 14:49
9.959
127

Politicoloog, journalist

Ali Al-Jaberi is politicoloog, journalist, debatleider en docent aan de Universiteit van Amsterdam.

Turken die racisme blootleggen zijn niet welkom bij PvdA

Vrouwen- en homorechten zijn niet op zichzelf belangrijk, maar zijn een stok geworden om 'niet-Westerse allochtonen' mee te slaan

Het opstappen van de twee Turkse PvdA-Kamerleden, onder druk van de partijtop, laat nog eens zien wat verwacht wordt van ‘allochtone’ volksvertegenwoordigers: racistisch beleid een acceptabele kleur geven, maar niet opkomen voor de kiezers die ze binnenhalen.

Daarom bleek de PvdA woedend toen Öztürk en Kuzu – samen goed voor meer dan 30.000 voornamelijk Turkse voorkeurstemmers – steun weigerden aan het besluit van minister en partijgenoot Asscher om vier Turkse organizaties te monitoren. De twee dissidenten hebben gelijk. Het besluit is ingegeven door racisme.

De minister zou vrezen voor de slechte invloed van de organisaties op de ‘integratie’ van Turken in Nederland. Dit komt tegen de achtergrond van een SCP- rapport dat Turken een ‘in zichzelf gekeerde’ gemeenschap noemt. Dat een recent onderzoek in opdracht van de Tweede Kamer spreekt van een ‘positieve bijdrage’ van Turkse organisaties aan ‘de sociaaleconomische ontwikkeling en maatschappelijke participatie van hun achterban’ was niet relevant voor Asscher.

Achterlijke cultuur
Als de vice-premier het over integratie heeft, gaat het er blijkbaar niet om of Turken werk hebben en kunnen participeren. In een kamerbrief over zijn besluit laat de minister zien dat hij juist de Turkse cultuur een probleem vindt. Hij beticht de vier organisaties van ‘versterking van de Turks-islamitische identiteit’ en mogelijk aanzetten tot ‘afstand nemen van Nederlandse gewoonten, normen en waarden’. Inderdaad, de PvdA en Wilders delen dezelfde basisopvatting over integratie: ‘zij’ hebben een ‘achterlijke cultuur’ en moeten ‘onze’ superieure ‘normen, waarden en gewoonten’ aannemen.

In zijn commentaar over de breuk met Öztürk en Kuzu laat PvdA politiek leider Samsom hier geen twijfel over bestaan. Hij noemt integratie ‘het hart van de PvdA’, omdat het gaat “over solidariteit, over gelijke rechten voor homo’s, voor vrouwen. Daarover is een groot meningsverschil ontstaan. De gehele fractie heeft een beroep gedaan op deze twee fractieleden om hun vertrouwen uit te spreken in de lijn van de PvdA en in minister Asscher. Dat hebben zij niet gedaan. Daarom scheiden onze wegen.”

Racistisch dicours
Hiermee maakt Samsom Turken/Marokkanen/moslims – want over hen gaat het woord integratie – verdacht van homofobie en misogynie. Hij stelt verder dat integreren in het (beschaafde) Nederland hen zuivert van deze achterlijkheid. Tot slot doet hij alsof de breuk met Öztürk en Kuzu niets te maken heeft met het besluit van Asscher, maar met een verdachte opvatting van de twee over integratie, vrouwen en homo’s. Een fraai staaltje populisme dat perfect past in het racistisch discours van vandaag waar Turken en Marokkanen structureel worden neergezet als barbaren.

Het is een teken aan de wand dat de Nederlandse politiek niet met een soortgelijke logica de integratie van bevindelijk gereformeerden bepleit. Zij vormen – en dat is hun goed recht – ‘in zichzelf gekeerde’ gemeenschappen in de Biblebelt en laten zich meestal vertegenwoordigen door de SGP. Dezelfde partij die in haar beginselen een ‘theocratie’ voorstaat, homoseksualiteit afkeurt en ‘de man’ ziet als ‘het hoofd aan wie de vrouw is onderworpen’. De verklaring voor de dubbele standaard is even pijnlijk als simpel. Vrouwen- en homorechten zijn niet op zichzelf belangrijk, maar zijn een stok geworden om ‘niet-Westerse allochtonen’ mee te slaan. Daarom is er niet een gelijke roep om ‘onze eigen’ witte christenen te ‘integreren’ in de zogenaamd vrouw- en homovriendelijke Nederlandse cultuur.

Gelijke ophef
Behalve om integratie maakt de PvdA zich ook zorgen over de banden die Turkse organisaties zouden hebben met de Turkse regering en intransparantie omtrent de financiele steun die ze ontvangen. Ook hier is een vergelijking leerzaam. Waarom is er bijvoorbeeld niet een gelijke ophef over de banden van talloze organisaties met Israël? Een land dat het oorlogsrecht stelselmatig schendt en volgens de VN de Palestijnen ‘terroriseert’ en een ‘apartheidsbewind’ voert. Neem het CIDI. De Joodse lobbygroep wordt door anonieme donateurs gefinancierd en is onomwonden loyaal aan de staat Israël. Volgens de NRC heeft de organisatie ‘veel macht in Nederland’. Een partij als de VVD zou ‘bijna dagelijks’ contact hebben met ‘aan het CIDI gelieerde personen’.

Wederom is de dubbele standaard te verklaren aan de hand van het diepgewortelde racisme tegen mensen die met de islam en de Arabische wereld worden geassocieerd. Zij zijn per definitie verdacht en vertegenwoordigen de dreigende ‘ander’, daar waar joden thuis zijn in de zogenaamd ‘joods-christelijke, humanistische’ traditie van het Westen. Daarom is het normaal dat Kamerleden samenwerken met het CIDI, maar wordt snel ‘clientelisme’ geroepen en duiken vragen over ‘loyaliteit’ op bij de PvdA als Turkse parlementariërs opkomen voor organisaties uit hun gemeenschap.

Met de perikelen omtrent Kuzu en Öztürk is voor mensen met een kleur de PvdA weer een stuk verder door de mand gevallen. Het hele witte establishment in Nederland bevindt zich op eenzelfde pad.

Geef een reactie

Laatste reacties (127)