2.107
35

Publicist

Jan Krikke is voormalig correspondent voor de GPD en het FD in Tokio, managing editor voor uitgeverij Asia 2000 in Hong Kong en Azië-correspondent voor de Automatisering Gids en de IEEE. Hij is de auteur van 'A Corridor of Space' (Olive Press, Amsterdam) en thans semi-gepensioneerd in Thailand.

Turkije bijt in opgeheven vingertje

De suggestie dat een democratie gekozen regering boven kritiek is verheven

Vorige week kwam er kritiek uit Turkije op de Nederlandse behandeling van Turkse organisaties in Nederland. De Turken gebruikten harde woorden als ‘xenofobisch’, ‘islamofobisch’ en ‘racistisch’. Nederlandse bewindslieden reageerde als door een slang gebeten. Minister Asscher vond de Turkse kritiek “een voorbeeld van ongeïnformeerde, onjuiste en ongepaste bemoeienis met wat in een democratisch debat door een democratisch gekozen regering gebeurt.”

De minister ging niet in op de inhoud van de Turkse aantijgingen maar vond dat Turkije zich niet met interne Nederlandse aangelegenheden moet bemoeien. Maar met zijn woordkeuze gaf hij de indruk dat het beleid van een democratisch gekozen regering boven kritiek verheven staat. Nederland bemoeit zich regelmatig met het beleid van andere landen. Voorbeelden zijn Israël, Irak en Griekenland. Zelfs China wordt bij ministeriële bezoeken de les gelezen over mensenrechten – weliswaar pro forma, maar toch.

Nederland is, net als de meeste Europese landen, niet gewend aan kritiek, vooral uit niet-westerse landen. Deels is dit het gevolg van een eurocentrische kijk op de wereld en deels begrijpelijk: Nederland loop vaak voorop loopt in sociale kwesties zoals het homohuwelijk, abortus, euthanasie en andere ethische en morele zaken waarover mensen zelf moeten kunnen beslissen.

Niet-westerse landen hebben door culturele eigenschappen minder de neiging andere landen openlijk te bekritiseren. In Azië bijvoorbeeld, beperkt kritiek op het Westen zich meestal beperkt tot academische kringen en non-mainstream media. ‘Hypocriet’ is het meest gehoorde verwijt aan het westen. Het beroep op democratische waarden om acties of standpunten te verdedigen zou selectief worden toegepast.

Daar zit natuurlijk een kern van waarheid in. De Nederlandse regering ging eerder dit jaar diep door het stof voor Saudi-Arabië om de economische schade veroorzaakt door anti-Islam-uitspraken van de PVV te beperken. Saudi-Arabië is een anti-democratie. Het land onthoofde vorig jaar 69 mensen. Anderzijds wordt de Nederlandse militaire inmenging in Irak en elders gerechtvaardigd als onderdeel van de strijd van de democratie tegen de tirannie – met voor het Midden-Oosten aantoonbaar averechtse gevolgen. De strijd tegen het terrorisme heeft veel meer slachtoffers geëist dan terrorisme.

Nederland zou de kritiek uit Turkije, afgezien van de juistheid van de beschuldiging, als een leermoment moeten gebruiken. Hoe voelt het om door een ander land bekritiseerd te worden? Waarom reageerden de bewindslieden zo “geraakt”? Het is aannemelijk dat Nederland, en het westen in het algemeen, vaker te maken zullen krijgen met kritiek, vooral uit het (Verre) Oosten. Een beetje weerbaarheid tegen kritiek is gezond, vooral als het een gevoelige snaar raakt. Stel je voor dat je morgen in de NRC het volgende bericht leest:

De premier van Bhutan, Jigmi Y. Thinley, heeft gisteren zware kritiek geuit op het Nederlandse armoedebeleid. De Bhutaanse leider noemde het onaanvaardbaar dat steeds meer mensen in Nederland, een van de rijkste landen ter wereld, een beroep moeten doen op voedselbanken en dat een groeiend aantal kinderen in armoede opgroeit terwijl het verschil tussen arm en rijk blijft toenemen. Ook vindt de premier het onacceptabel dat veel Nederlandse bejaarden door bezuinigingen onvoldoende zorg krijgen en hun laatste jaren in vaak mensonwaardige omstandigheden moeten doorbrengen. De premier voegde er aan toe, “Het is onbegrijpelijk dat deze misstanden het resultaat zijn van het beleid van een democratische gekozen regering”.

Zou de Nederlandse premier contact opnemen met zijn Bhutaanse collega om zijn ongenoegen te uiten. Zou hij verklaren dat het groeiende aantal voedselbanken en de groeiende kloof tussen arm en rijk het gevolg is van een democratisch debat en een beleid van een democratisch gekozen regering?

Geef een reactie

Laatste reacties (35)