3.514
62

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Turkije getuigt van nationale onvolwassenheid

Een volwassen natie kan de confrontatie met haar eigen verleden aan, juist ook als dat vol gruwelijkheden is

cc-foto: Ashnag

Nederland heeft het in de ogen van veel Turken weer eens gedaan. Ditmaal komt het door het verlangen van de Tweede Kamer dat de regering de Armeense genocide officieel erkent. Het schijnt dat het kabinet van plan is zich te laten vertegenwoordigen bij de volgende officiële herdenking van deze oorlogsmisdaad.

In Turkije is daarover grote ophef ontstaan. Op de sociale media en in de pers moet Nederland het ontgelden. Ook de regering van Erdogan is woedend. Ankara wil wel erkennen dat er een eeuw geleden de nodige slachtoffers zijn gevallen onder de Armeniers maar van volkerenmoord was geen sprake. Dat wordt afgedaan als een infame leugen en een belediging van het Turkse volk.

Wat is de achtergrond van dit alles? Het oude Ottomaanse rijk was een multi-etnische staat. De sultan regeerde over vele volkeren, waarvan de meeste in de negentiende eeuw besmet waren geraakt met het virus van het nationalisme. Zij eisten op steeds hogere toon zelfbeschikking en de sultans hadden anderhalve eeuw van nederlagen achter de rug tegen nationalistisch gemotiveerde opstandelingenlegers. In 1908 nam een Comité van Eenheid en Vooruitgang de macht over om te redden wat er te redden viel. Het bestond uit jonge officieren die het oude sultanaat snel wilden moderniseren. Recept: centralisatie, eenheid van wetgeving en Turkificering van alle onderdanen. Toen dat niet goedschiks lukte, deed men het kwaadschiks. Kemal Pasja, de latere Ataturk, behoorde tot het tweede echelon van dit gezelschap dat in de wandeling aangeduid werd als de jonge Turken. Binnen het comite speelden Enver Pasja en Talaat Pasja de leidende rol.

Omdat de jonge Turken weinig op hadden met het zelfbeschikkingsrecht van de minderheidsvolkeren in het Ottomaanse Rijk, kregen zij te maken met veel oppositie waartegen met allengs hardere hand werd opgetreden.

Toen in 1914 de eerste wereldoorlog uitbrak, sloot het Ottomaanse Rijk zich na enige aarzeling aan bij Duitsland. Het raakte zo in oorlog met Rusland en Engeland, die allebei invasielegers stuurden, respectievelijk in de Kaukasus en het Midden-Oosten. De Engelsen deden succesvolle pogingen om de Arabische onderdanen tegen de sultan op te zetten, de Russen wierpen zich op als beschermers van de christelijke Armeniers. Toen bleek dat het Ottomaanse leger in de Kaukasus nederlaag op nederlaag leed, ontstond er een soort paniek onder de jonge Turken. Zij vreesden een grote opstand van de Armeniërs achter het front. Voorkomen was beter dan genezen en men besloot om dit gevaar voorgoed te bezweren. Talaat Pasja nam de taak op zich de Armeniers voorgoed te neutraliseren. Ze werden door soldaten uit hun huizen gehaald – mannen, vrouwen, kinderen, en in geforceerde marsen naar het zuiden geleid, dwars door de woestijn, Milities en vrijwilligers uit andere etnische groeperingen terroriseerden, plunderden en vermoordden de weerloze vluchtelingen. Met name de Koerden hebben een smerige rol gespeeld bij deze massamoord door middel van evacuatie. Aan documentatie en getuigenissen ontbreekt het niet ook van Turkije´s bondgenoten, zoals Duitse officieren en diplomaten.

Niettemin wordt deze genocide van een eeuw geleden heftig ontkend. Turkije wil niet weten wat zich heeft afgespeeld. Dat getuigt van nationale onvolwassenheid. Anders zou de Turkse maatschappij wel een middel weten om met deze historische misdaad in het reine te komen. Kennelijk is het fundament van het Turkse zelfbesef poreuzer dan men wil toegeven. Van een gezond zelfbesef kan geen sprake zijn als men een drama als dat met het Armeense volk uit de eigen geschiedenis schrapt. Het is daarnaast treurig en veelzeggend tegelijk  dat een partij als Denk niet in staat is om afstand te houden van dit ontkenningsgedrag.

Niet dat Nederland veel reden heeft om zich op de borst te kloppen. Ook ons kost het moeite in het reine te komen met zaken als de koloniale oorlogen of de slavenhandel. Maar dat is geen reden om Turkije niet aan te spreken op een gedragslijn die alleen maar met holocaustontkenning te vergelijken is. Een volwassen natie kan de confrontatie met haar eigen verleden aan juist ook als dat vol gruwelijkheden is.


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Nepnieuws

    Een wereld van desinformatie

    Februari 2018


Geef een reactie

Laatste reacties (62)