767
9

Freelance journalist

Tan Tunali is freelance journalist in Istanbul.
Voor zijn scriptie deed hij onderzoek naar de relatie tussen economische liberalisering en autoritarianisme. Hij studeerde een jaar aan de Bogazici Universiteit in Istanbul.

Turkije, kijk eerst naar jezelf

Als Erdoğan en Turkije willen overleven doen ze er verstandig aan eerst werk te maken van hun eigen interne problemen

Terwijl de Nederlandse verkiezingscampagne voorbijging alsof Nederland louter buitenlandse betrekkingen onderhoudt met Griekenland, bracht Minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal onlangs een tweedaags bezoek aan Turkije. Het lastige vaarwater waarin Rosenthal zich de afgelopen twee jaar manoeuvreerde staat in schril contrast met de problemen die zijn collega Ahmet Davutoğlu voor zijn kiezen krijgt. Zijn gedurfde toenadering tot landen in het Midden-Oosten blijkt nu een beleidswijziging met te veel onvoorziene risico’s.

Beide collega’s bespraken de situatie in Syrië, die met de dag uitzichtlozer wordt. Waar de EU afgelopen week 50 miljoen euro voor noodhulp aan Syrische vluchtelingen uittrok, zag Turkije voor de kust een afgeladen bootje op de klippen lopen en herbergt het volgens officiële gegevens zo ‘n 80.000 vluchtelingen in tentenkampen nabij de grens. Ondertussen sterven er iedere dag tientallen mensen. Nederland noch Turkije slaagt er zonder brede internationale steun in het Syrische bewind verder onder druk te zetten.

In de tien jaar dat de AK-partij Turkije regeert, is het in diens buitenlands beleid langzaam maar zeker een steeds activistische koers gaan varen. Waar veel buurlanden sinds jaar en dag als vijand te boek stonden, werd een nul-problemen politiek het nieuwe credo; ook banden met andere landen uit het Midden-Oosten werden aangehaald. Dit beleid werd vanuit de westerse wereld met argusogen bekeken, maar wierp zijn vruchten af. Na jaren van vijandschap werden visa-vrij verkeer en vrijhandelsakkoorden de nieuwe kenmerken van veel buitenlandse betrekkingen. Syrië was de parel in de kroon van het nieuwe beleid en Turkije zag zijn invloed in de regio groeien via investeringen, handel en soft-power. Het profiteerde daarmee van de schijnbare stabiliteit.

Toen braken de opstanden in de straten van Tunis en Caïro uit. Opeens bleken de aangehaalde banden, aangehaalde banden met dictators onder druk. Na de val van Ben-Ali en Mubarak sprong Turkije behendig in het vacuüm en presenteerde zich als een seculier moslimland met een succesvol economisch model dat als inspiratie zou kunnen dienen voor de landen die hun dictators verjaagden. Toen ook Khadaffi in de problemen kwam, raakte Turkije verstrikt tussen de belangen van de koopman en de imam. In Libië waren meer dan 20.000 Turken werkzaam en de Turkse investeringen liepen op tot 12 miljard euro.

Het noopte tot een plotselinge koerswijziging van 180 graden. Nadat Turkije eerst pleitte tegen elke buitenlandse interventie, droeg het vervolgens  toch zelf bij aan de NAVO-missie. De Turkse werknemers werden in allerijl per boot geëvacueerd. Ook Turkije bleek overvallen door de veranderende realiteit in het Midden-Oosten. Als deze draai de eerste haarscheurtjes in het nieuwe beleid blootlegde,  begonnen de problemen pas echt toen ook Assad serieus in de problemen kwam in Syrië.

Aanvankelijk koos Turkije de weg van bemiddeling. Het probeerde ‘de goede vriend’ ervan te overtuigen dat het niet te laat was om te hervormen. Dat lukte niet en al gauw liet Turkije Assad vallen, in de veronderstelling dat hem spoedig hetzelfde lot zou resten als zijn Tunesische en Egyptische ambtgenoten. Het gebruikte steeds grotere woorden en noemde Syrië onlangs bij monde van Erdoğan zelfs een “terroristische staat”. De rode loper ging uit voor de Syrische Nationale Raad en het Vrije Syrische Leger, die mochten zetelen in Istanbul. Daarnaast is het een publiek geheim dat Turkije met hulp van Saudi-Arabië en Qatar rebellen van wapentuig voorziet.

Het heeft allemaal niet mogen baten. Een menselijk drama duurt voort zonder veel hoop op een uitweg. De VS zijn druk met hun presidentsverkiezingen en laten Turkije het vuile werk opknappen. Iran zal profiteren van de groeiende instabiliteit in de regio, maar kan Turkije niet te veel van zich vervreemden. De balanceeract die beide landen met regionale ambities de afgelopen jaren met elkaar opvoerden gaat door. Het kan verkeren. Niet al te lang geleden kon Turkije zich profileren als een modelland en inspiratie voor de regio. Nu is het een land dat ten onder dreigt te gaan aan diens eigen ambities. Erdoğan zelf droomt ervan over twee jaar tot president te worden verkozen, terwijl zijn regering de gedroomde neo-Ottomaanse vergezichten steeds verder uit het zicht ziet verdwijnen. Beide dromen komen samen in de Koerdische kwestie.

Het geweld is de laatste maanden opgelaaid. Met het presidentschap en de nationalistische achterban in het achterhoofd, is Erdoğan teruggekeerd naar repressie en ontkenning van de bestaande problemen. Daar komt bij dat in het noorden van Syrië de Koerdische PYD een vorm van onafhankelijkheid verkreeg. Dit voedde de Turkse angst voor aanwakkerend separatisme op eigen bodem. De verslechterde relaties met Iran en Syrië leidden tot steun van beide landen aan de PKK. Verdere escalatie van geweld zal de druk op heilloze vergelding doen toenemen en een nieuwe smet op het blazoen van het voormalige modelland betekenen.

Als Erdoğan en Turkije willen overleven doen ze er verstandig aan eerst werk te maken van hun eigen interne problemen, vooraleer aan een leiderschapsrol in het Midden-Oosten te denken. Doen ze dat niet, dan ligt er voor hen een grote crisis in het verschiet.

Volg Tan Tunali ook op Twitter

Geef een reactie

Laatste reacties (9)