983
4

Freelance journalist/fotograaf

Peter Edel (1959) is freelance journalist/fotograaf en woont in Istanbul. Zijn artikelen en foto's zijn onder andere verschenen in de Engelstalige Turkse krant TodaysZaman. Ook is Peter Edel schrijver van De diepte van de Bosporus, een politieke biografie van Turkije (Uitgeverij EPO, Antwerpen, 2012).

Turkse president bezoekt Iran

Het wispelturige beleid van Turkije in de regio

De ambitie van de regerende Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (AKP) om via ‘zachte macht’ de politieke positie van Turkije in de regio te benadrukken leidde niet tot een daverend succes. Het ‘zero-conflict’ beleid klonk mooi, maar werd gevolgd door zoveel conflicten dat momenteel in drie landen in het Midden-Oosten geen Turkse ambassadeur te vinden is.

Recentelijk begon de combinatie van streven naar soennitische overheersing en het stimuleren van de Moslimbroederschap zich bovendien in de staart te bijten met de situatie in Jemen.

Saoedi Arabië
Recep Tayyip ErdoganJemen is de arena van de tegenstelling tussen het soennitische Saoedi Arabië en het sjiitische Iran. De Saoedi’s staan aan de kant van (voormalig) president Abd Rabbuh Mansur Hadi, terwijl de Houthi’s die hem tot vertrek naar Riyad dwongen, geld en wapens van Iran krijgen. Dit is uiteraard de situatie in een notendop. De werkelijkheid, waarin ook al-Qaeda een rol speelt, is complexer.

President Erdogan zei op 26 maart tegen het Franse kanaal France 24 dat al-Qaeda aangepakt moet worden in Jemen, maar pleitte vooral voor het bestrijden van Iraanse bemoeienissen in dat land. Daarom stond hij achter de militaire missie van Saoedi Arabië tegen de Houthi’s in Jemen. Hij overwoog de Saoedi’s daartoe ‘logistieke steun’ te bieden. 

Erdogan wekte zo de indruk dat hij zich nog verder in de sektarische heksenketel wilde storten dan hij in Syrië al deed door daar (niet al te matige) soennitische rebellen te steunen tegen het regime van al-Assad. 

Een belangrijk detail is dat Erdogan Saoedi Arabië te vriend wil houden. Gezien de teruglopende groei van de Turkse economie (in maart nog anderhalf procent) zal hij geen bezwaar hebben tegen (meer) ‘hot money’ uit Saoedi Arabië en de Golfstaten. Vooral wanneer in de tweede helft van het jaar de westerse kapitaalstroom krimpt als gevolg van een hogere Amerikaanse rente. 

Een complicerende factor is dat de Saoedi’s zwaar gekant zijn tegen de Moslimbroederschap, terwijl Erdogan zich daar juist nauw aan verbonden voelt. Hij toont hier een opvallende vergevingsgezindheid over richting Riyad. Met Egypte, dat naast Saoedi Arabië ook in de alliantie tegen de Houthi’s vertegenwoordigd is, ligt dat heel anders. 

Egypte
Erdogan is des duivels over de Egyptische generaal al-Sissi. Die maakte (met morele steun van Saoedi Arabië) immers een einde aan het bestuur van president Mohammed Morsi en de positie van de Moslimbroederschap in Egypte. Een dieptepunt in de relatie tussen Egypte en Turkije was het gevolg.

Vorig jaar werden pogingen ondernomen om de betrekkingen te normaliseren, maar die strandden door zware beschuldigingen van Erdogan aan het adres van al-Sissi. Toch is  Egypte nog steeds geïnteresseerd in een verbetering van de banden. Er is daartoe nog een lange weg te gaan. Erdogan eist de vrijlating van Morsi en een nieuw proces voor de vervolgde leden van de Moslimbroederschap. Het feit dat hij nu eisen stelt is echter een signaal dat hij een toenadering niet per definitie uitsluit.

Egypte zal daar eigen voorwaarden tegenover stellen. Mogelijk eist al-Sissi een einde van de Tv-programma’s die vanuit Turkije door de Moslimbroederschap worden uitgezonden, alsmede de arrestatie van leiders van deze organisatie die een toevluchtsoord vonden op Turkse bodem.

In ieder geval zal een nieuwe poging om de betrekkingen te verbeteren niet op gang komen voor de verkiezingen in Turkije op 7 juni.

Don Quichot
Erdogan beschuldigde Iran er bij France 24 verder van in Syrië tegen IS te strijden om de positie daarvan over te kunnen nemen. Klonk venijnig, en zo brak hij met de traditie in Ankara en Teheran om ondanks voortdurende rivaliteit vijandige taal over en weer uit de weg te gaan. 

Woedende reacties in Iran waren het gevolg. Die wogen extra zwaar omdat een staatsbezoek van Erdogan aan Teheran op het programma stond. Gezien de positieve onderhandelingen van de G5+1 met Iran over de nucleaire politiek van dat land viel het bezoek niettemin op een interessant tijdstip. 

In het Iraanse parlement leefde veel weerstand tegen Erdogan, maar niets wees erop dat hij overwoog om het bezoek af te zeggen. Wel viel op dat hij zich aan de vooravond ervan onthield van nog meer confronterende uitspraken. 

In Iran werd Erdogan met minimaal protocol verwelkomd. President Rouhani liet hem door een van zijn ministers van de luchthaven ophalen, waarmee het weinig hoopgevend begon.  

In een spotprent vergeleek de hervormingsgezinde krant Shahravender Erdogans droom over een restauratie van het Ottomaanse Rijk met het gevecht van Don Quichot tegen windmolens. Een cartoonist in Turkije zou zo risico op vervolging lopen. 

U-bocht
Eenmaal aan tafel maakte Erdogan een ongeëvenaarde U-bocht. Hij noemde Rouhani ‘zijn broeder’, sprak over het risico dat de islam uiteenvalt door sektarische tegenstellingen en toonde zich bereid tot bemiddeling bij het vinden van een diplomatieke oplossing voor het conflict in Jemen. 

De Iraanse media konden Erdogans bezoek dan als een excuusmissie opvatten, maar hij leek hier zowaar de kiem te leggen voor een vernieuwd Turks buitenlandbeleid. Dat klonk positief, want als bemiddelaar komt Turkije het best uit de verf binnen de regio. De verrassing was er niet minder om. Na Erdogans offensieve taal tegen Iran twee weken eerder stond menig waarnemer perplex.

Hoe Erdogans switch in Riyad werd ontvangen is onduidelijk. Wel is bekend dat hij een paar uur voor zijn bezoek aan Iran een onderhoud had met een minister van Saoedi Arabië. 

Handelsbetrekkingen
Omdat het alsnog gezellig werd in Teheran kon Erdogan een ballonnetje oplaten over handelsbetrekkingen. Gezien de mogelijkheid van een overeenkomst tussen de G5+1 en Iran was dat zeker niet onverstandig. 

Of het voor de gestelde deadline van 30 juni tot een deal komt met Iran moet nog blijken. Rouhani zei op 9 april zijn handtekening pas te zullen zetten wanneer de sancties tegen Iran worden opgeheven, terwijl Washington van een traject uitgaat waarbij eerst aan de westerse eisen wordt voldaan. 

Komt het echter tot een afspraak en worden de sancties opgeheven, dan ligt de weg vrij voor westerse handel met Iran, en daarmee ook voor Turkije. Logisch dus dat Erdogan graag over de handelsbetrekkingen wilde praten.  

Levendige handel met Iran kan compenseren voor de recentelijk teruggelopen export van Turkije in de regio. Bovendien staat Iran wanneer de sancties worden opgeheven niets in de weg om olie en gas naar Europa te exporteren, waarbij de meest veilige en economische route dan over Turks grondgebied loopt. 

Dit zijn ook voor Iran belangrijke kwesties, wat wellicht verklaart waarom Rouhani geen punt maakte van Erdogans felle uitspraken twee weken eerder over Iraanse bemoeienissen in Jemen en Syrië. 

Mehmet Ögütcü
Mehmet Ögütcü, de voorzitter van het in Londen gevestigde Global Resources Partnership, meent dat er op de langere termijn ook een nadeel voor Turkije verbonden kan zijn aan het opheffen van de sancties tegen Iran. Het land van de Ayatollahs kan dan  uitgroeien tot een leidende chemieproducent en ook in andere opzichten zoveel economische bloei tegemoet gaan dat het Turkije op den duur in de schaduw plaatst.  

Ögütcü stelt dat wanneer Iran over tien jaar succesvol is geïntegreerd binnen  internationale financiële, technologische en commerciële netwerken, het in staat geacht moet worden om ‘de rol van Turkije te stelen.’ 

Turkije kan volgens Ögütcü aan dit scenario ontsnappen door zijn economie verder te ontwikkelen. Veel olie en gas heeft het in tegenstelling tot Iran niet, maar beter onderwijs, meer exportgerichte industrie, democratisering, een goed functionerende rechtstaat en bestrijding van corruptie kunnen wonderen doen. Hervormingen dus die ook los van het economische potentieel van Iran belangrijk zijn voor Turkije, wil het minder gevoelig worden voor internationale ontwikkelingen zoals de olieprijs, de waarde van de dollar en rentefluctuaties. 

Rode appel
Terug van zijn bezoek aan Iran zei Erdogan: ‘de strijd voor een Nieuw Turkije is onze rode appel.’ Voor sultan Süleyman de prachtvolle was de ‘rode appel’ (kizilelma) het symbool van het Ottomaanse verlangen om Rome te veroveren. Daarna werd dat Wenen. In de negentiende eeuw kozen ultranationalistische panturkisten de rode appel tot het symbool van hun idealisme over een ‘Groot Turkije’. Daarom blijft het, mede gezien de neo-Ottomaanse ideologie van de AKP, bijzonder dat Erdogan hieraan refereerde. 

Erdogan deed deze uitspraak naar aanleiding van de nieuw gecomponeerde ‘Nieuw Turkije hymne’, waarin hij geprezen wordt als ‘onze leider’ (wat wanneer dit artikel in het Duits was verschenen tot een wat pijnlijke vertaling had geleid…).

cc-foto: Global Panorama

Peter Edel is schrijver van De diepte van de Bosporus, een politieke biografie van Turkije (Uitgeverij EPO, Antwerpen, 2012).
 
Volg Peter Edel ook op Twitter.


Laatste publicatie van PeterEdel

  • De diepte van de Bosporus

    een politieke biografie van Turkije

    2012


Geef een reactie

Laatste reacties (4)