1.987
35

Tweedekamerlid SP

Harry van Bommel (1962) is tweedekamerlid voor de SP. Sinds 1986 is hij lid van de partij. In 1990 werd hij voor de SP lid van de deelraad Amsterdam Oost en voorzitter van de afdeling Amsterdam Oost. In 1994 werd Van Bommel het eerste SP-gemeenteraadslid in Amsterdam. Sinds de entree van de SP in de Tweede Kamer is Van Bommel beleidsmedewerker Onderwijs en Defensie voor de nieuwe fractie. Hij werkte onder andere mee aan het spraakmakende rapport over (het gebrek aan) kansen voor jongeren "Alles Kids?".

Van Bommel studeerde politieke wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam (afgestudeerd in 1994) en doceerde hij enkele jaren Nederlands en Engels op een MBO-school.

Turkse president verdient stevige kritiek

De vrijheid van meningsuiting en persvrijheid hebben het zwaar in Turkije

De mensenrechten staan in Turkije onder grote druk. Wie afgaat op alle festiviteiten en andere activiteiten die deze week plaatshebben in het kader van vierhonderd jaar betrekkingen tussen Nederland en Turkije, merkt daar echter niets van. Ik pleit ervoor dat Nederland de Turkse president tijdens het staatsbezoek stevig aanspreekt op de vele mensenrechtenschendingen.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken verwijst iedereen die iets meer wil weten over de viering van de vierhonderd jaar bilaterale betrekkingen met Turkije naar een speciaal hiervoor opgezette website. Daarop vind je bijvoorbeeld dat op de eerste dag van het bezoek een Turkije-Nederland Business Forum wordt gehouden. De tweede dag is er een lunchconcert met een Turkse pianiste. Ook is er logischerwijs de nodige aandacht voor de band tussen de twee landen in het verleden. Volgende week is er daarom een symposium over Turks-Nederlandse contacten in onze Gouden Eeuw. 

Wie echter op de website zoekt naar activiteiten rond het thema mensenrechten, kan zoeken totdat die hij een ons weegt. ‘Sorry, er is niets gevonden dat overeenkwam met uw zoekcriteria’, is het antwoord op de zoekopdracht op de term ‘mensenrechten’ op de website over de bilaterale betrekkingen. Dat is onterecht en zelfs verontrustend.

Nog verontrustender is de reactie van de minister van Buitenlandse Zaken Rosenthal en de Tweede Kamer op de motie die ik maandag tijdens het debat over het mensenrechtenbeleid indiende. In de motie vraag ik de regering president Gül tijdens het staatsbezoek aan te spreken op de mensenrechtenschendingen in Turkije. Specifiek vraag ik om hierbij aandacht te besteden aan wetsartikel 301, de vrijheid van meningsuiting, het gevangenzetten van kinderen, journalisten en gekozen Koerdische politici, de problematische anti-terrorismewetgeving, de Armeense genocide en de godsdienstvrijheid. De minister ontraadde de Kamer om de motie aan te nemen en de Kamer stemde daar in meerderheid ook tegen.

Die gang van zaken vind ik onbegrijpelijk. De mensenrechtenschendingen in Turkije zijn zo omvangrijk dat hier niet ongemerkt aan voorbij kan worden gegaan. Bovendien heb ik sinds mijn werkbezoek aan Turkije vorige maand sterk de indruk gekregen dat de mensenrechtenschendingen de laatste tijd in Turkije eerder toe- dan afnemen.

De vrijheid van meningsuiting en persvrijheid hebben het zwaar in Turkije. Het land staat op nummer 148 op de persvrijheidindex van Reporters Without Borders van vorig jaar. Dat is, zeker voor een land dat zich graag als een voorbeelddemocratie presenteert voor de buurlanden, bijzonder laag. Het is slechts enkele plaatsen boven Afghanistan en Irak. Bovendien valt aan de lijst op dat Turkije ten opzichte van 2010 maar liefst tien plaatsen is gedaald – een zeer zorgelijke ontwikkeling.

Critici van de regering en verdedigers van de rechten van Armeniërs en Koerden worden in Turkije op grote schaal strafrechtelijke vervolgd. Vooral de bijzonder problematische anti-terrorisme wetgeving baart hier grote zorgen. Individuen kunnen hierdoor veel te gemakkelijk worden veroordeeld. De Koerden in Turkije, wier culturele identiteit stelselmatig wordt onderdrukt, zijn het voornaamste slachtoffer. Vooral het opsluiten van democratisch gekozen Koerdische volksvertegenwoordigers valt op. Van alle veroordeelden voor terrorisme wereldwijd is meer dan één op de drie in Turkije veroordeeld – meer dan in elk ander land.

Natuurlijk vind ook ik dat vierhonderd jaar vriendschap tussen Turkije en Nederland met gepaste trots gevierd moet worden. Echte vrienden durven echter ook kritiek op elkaar te hebben. En gezien de hachelijke mensenrechtensituatie in Turkije is er helaas meer dan genoeg reden om nu kritiek te hebben op Turkije. Dat de mensenrechtenschendingen waar ik specifiek aandacht voor vroeg kennelijk niet aan de orde mogen komen, heeft voor mij de feestvreugde in belangrijke mate bedorven.

Harry van Bommel, Tweede Kamerlid SP

Volg Harry van Bommel ook op Twitter of lees zijn weblog

Geef een reactie

Laatste reacties (35)