1.243
39

Schrijver en regisseur

‘In de werkelijkheid doen mensen al zo vaak alsof, dus in het doen alsof zoek ik naar de werkelijkheid’ Dat is het motto van theatermaker en schrijver Boy Jonkergouw (1975). De voorstellingen van zijn gezelschap Goed is Goed producties gaan met veel humor over menselijke schaamdingen als seksualiteit, neurose, macht en onmacht.

De strijd tegen terrorisme is een strijd van burgers zelf

Als je iets wilt bestrijden, moet je eerst vragen stellen. Wat ga ik precies bestrijden? Wie moet er gaan strijden? Wanneer beschouw ik de strijd als gewonnen? En vooral: is vechten wel de meest efficiënte oplossing?

Na elke aanslag moeten we het opnieuw horen, de goedbedoelde geruststellingen van onze politici: ‘we gaan de terroristen verdelgen. We roken ze uit hun hol, straks is alles voorbij’. De strategie: mannen die niks liever willen dan sterven, de oorlog verklaren. Natuurlijk, we leven in een democratie en een volk dat zich aangevallen weet, wil leiders die hun overdrachtelijke ballen op tafel leggen. Snap ik. Maar kennen we onze vijand eigenlijk wel?

Stel, onze wereld is een fiets en we zien een paar roestplekken. We kennen roest alleen van plaatjes, dus we zitten met onze handen in het haar. Eerst proberen we het eraf te poetsen met water, maar het wordt erger. Wellicht moeten we er gewoon méér water op doen. We kletsen er nog een paar emmers tegenaan, geen resultaat. Wat is nu de volgende stap? De fiets een week in bad leggen? Of moeten we wellicht met iets anders op de proppen komen dan water?

Als je iets wilt bestrijden, moet je eerst vragen stellen. Wat ga ik precies bestrijden? Wie moet er gaan strijden? Wanneer beschouw ik de strijd als gewonnen? En vooral: is vechten wel de meest efficiënte oplossing? Vragen stellen ligt politiek heel gevoelig. Een volk dat bang is wil antwoorden, het zit niet te wachten op een stelletje filosoferende druiloren. En toch zijn onze vragen misschien wel het enige juiste antwoord. Anders zit je voor je het weet, met een oplossing te koekeloeren die veel schadelijker is dan je oorspronkelijke probleem. Na een week in bad is onze fiets zo dood als de poeierige mummie van een Farao.

Laten we eens beginnen bij vraag één. Wat gaan we eigenlijk bestrijden? Terrorisme. Maar wat is terrorisme eigenlijk? Is dat de daad of de pleger? En moeten we dan de daad, de pleger of de oorzaak van de daad aanpakken? Blijkbaar is er in het hart van een terrorist iets gebeurd waardoor hij zo weinig liefde voelt, dat het lijden van anderen hem niet raakt of zelfs een gevoel van opluchting bezorgt. Ik ben geen psycholoog, maar volgens mij ben je dan zo vreselijk in de war, dat je leven een hel moet zijn. We zouden misschien voorzichtig kunnen concluderen dat de oorzaak van de terroristische daad ligt in pijn.

Goed moment om eens naar vraag twee te gaan. Wie moet er nou precies gaan strijden? Als pijn de vijand is, moeten we dan gewapende troepen naar Molenbeek sturen? Of een buslading hulpverleners? Het leuke aan hulpverleners is dat ze wel eens een vraag stellen. Als je pijn bestaat uit niet gehoord worden, kan het stellen van een vraag een fantastisch antwoord zijn. Het nadeel van deze oplossing is dat het ongevraagd verlenen van professionele hulp soms betuttelend kan overkomen.

Misschien moet de strijd niet gevoerd worden door politici, militairen of hulpverleners. Misschien moeten we het zelf doen. Wij, de burgers. Wat nou als wij zelf de strijd aangaan? Niet door te vechten, maar door contact te maken. Zullen we met onze bange billen van achter de beeldbuis vandaan komen en kennis gaan maken bij die ene moskee, of met dat groepje Marokkaanse jongens op de hoek?

Sinds een paar maanden zijn wij in onze wijk in Tilburg een nieuw initiatief begonnen. Het heet Welkom Gegeten. Elke zondag- en dinsdagavond gaan 15 Nederlanders met 15 vluchtelingen uit de plaatselijke noodopvang met elkaar aan tafel. Nederlanders doen boodschappen met Syriërs, ze koken en eten samen. De filosofie is dat mensen bang van anderen zijn omdat ze een beeld hebben. Als je de angst wilt stoppen moet je de beelden ontmantelen. Beelden sloop je door de werkelijkheid te ontmoeten. ‘De vluchteling’ of ‘de moslim’ krijgt dan een gezicht en vooral, een kans op een plek in je hart. Daar waar contact is, maakt angst plaats voor nieuwsgierigheid. Misschien is dat wel de echte Jihad, de strijd tussen de liefde en angst in ons hart. De terroristen hebben al verloren, nu moeten wij in onszelf nog winnen. Ik hoop dat u dit schrijven niet beschouwt als antwoord, maar als oproep om meer te vragen te stellen.

Geef een reactie

Laatste reacties (39)