1.881
58

Opiniepeiler

In 1971 ben ik afgestudeerd als Sociaal Geograaf bij de UvA in Amsterdam. Na een korte periode als wetenschappelijk medewerker ben ik 15 jaar actief geweest als onderzoeker, tussen 1973 en 1975 bij Inter/View, daarna samen met Hedy d’Ancona (Cebeon) en vanaf 1980 als mededirecteur van Inter/View. Vanaf 1976 was ik in de media actief op het terrein van verkiezingsonderzoek. Eerst bij Vara’s In de Rooie Haan. Later o.a. in Achter het Nieuws en NOVA.
In 1984 werd ik assistent van Anton Dreesmann, waarbij onder andere het project Micro Computer Club Nederland werd opgezet en ik directeur werd van Headstart in de Verenigde Staten. Bij de beursgang van Inter/View in 1986 werd ik gevraagd als voorzitter van de raad van commissarissen te functioneren. Dat heeft tot 1999 geduurd. Na vier jaar (1991-1995) te hebben gewerkt bij ITT Gouden Gids op het terrein van marketing en business development was ik drie jaar CIO bij Wegener Arcade. Daarbij onder meer verantwoordelijk voor de interne IT en de internetactiviteiten. Van 1998 tot en met 2001 ben ik CEO geweest van Newconomy.
Sinds 2002 run ik www.peil.nl, een opiniepanel, waarmee actuele ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving op de voet gevolgd kunnen worden. En ik ben betrokken bij een aantal vernieuwingsprojecten op het terrein van technologie en media.

Tussenbalans

Welke posities nemen de verschillende politieke partijen in, ruim een maand voor de verkiezingen? En wat wordt voor hen doorslaggevend?

We zitten nu in een windstille periode van deze verkiezingen. Het startschot van de campagne is eigenlijk gegeven op 1 april, toen de 20 ambtelijke commissies met hun bezuinigingssuggesties kwamen. Toen beseften de kiezers dat het hoofdthema van deze verkiezingen de bezuinigingen zullen zijn. In de loop van de maand april kwamen vervolgens de partijen met hun verkiezingsprogramma’s, verkiezingscongressen en de samenstelling van de kandidatenlijst.

Nu is er even niets, maar in de komende week starten de debatten en de verkiezingsbijeenkomsten. Het radiodebat van de NOS met 9 lijsttrekkers is op 16 mei en het RTL4-televisiedebat met 4 lijsttrekkers is op 23 mei. Tot aan 9 juni zullen deze verkiezingen op allerlei manieren veel media-aandacht krijgen.
Deze korte rustige tussenperiode biedt de mogelijkheid een soort tussenbalans op te maken. We kunnen bekijken welke posities de verschillende partijen innemen en welke elementen een belangrijke rol zullen gaan spelen voor de afzonderlijke partijen.

Tussen 20 februari en eind april is het Nederlandse politieke landschap ingrijpend veranderd. De val van het kabinet, het aftreden van Bos en de bezuinigingsvoorstellen van de ambtelijke commissies hebben gezorgd voor forse verschuivingen in politieke voorkeur. In de tabel hieronder is goed te zien welke grote verschuivingen in die periode onder de kiezers hebben plaatsgevonden. PvdA is gestegen van 15 naar 33 zetels en de VVD van 22 naar 32. PVV en D66 zijn in die periode 8 zetels kwijtgeraakt, Groen Links 4, SP 3 en Partij voor de Dieren 2. In februari had geen enkele regeringscoalitie van 3 partijen de meerderheid, nu is dat het geval met 4 combinaties: PvdA+CDA+VVD=92,  PvdA+VVD+PVV= 83, PvdA+VVD+D66=77 en VVD+CDA+PVV=76.

Deze verschuivingen in ruim 2 maanden laten al zien dat de volatiliteit onder de kiezers groot is en dat er in de volgende 6 weken nog behoorlijke verschuivingen kunnen plaatsvinden. Aan de andere kant zijn het niet geheel willekeurige processen: er is sprake van een bepaalde logica. Kiezers reageren op hetgeen er op het gebied van de politiek gebeurt en door wie of wat ze zich het meest aangesproken voelen. Verschuivingen zijn niet geheel willekeurig. Kiezers blijven doorgaans binnen een bepaalde groep partijen. Die volatiliteit van de kiezers is goed herkenbaar als de tabel bekeken wordt welke partijen kiezers een kans geven op een stem.

Verticaal in die tabel op de volgende pagina staat aangegeven welke andere partijen worden genoemd met een kans op een stem.. Als we beginnen met de kolom van de PVV-kiezers dan zien we bij voorbeeld dat zij dan voor bijna 50% ook de VVD noemen als partij die ze een kans geven op hun stem! Dat zijn dus kiezers die nog kunnen overlopen van de PVV naar de VVD.

VVD-kiezers noemen dan tussen de 20% en 30% de PVV, D66 en CDA. Dus dat zijn de kiezers die de VVD kan kwijtraken. De huidige CDA-kiezers op hun beurt noemen tussen de 30% en 35% ook de VVD en de ChristenUnie. De ChristenUnie-kiezers noemen voor circa 40% ook het CDA als partij die men een kans geeft.  D66-kiezers noemen tussen de 30% en 40% ook de VVD, PvdA en Groen Links.

De PvdA-kiezers noemen voor circa ook de helft D66 en Groen Links. SP-kiezers noemen voor circa 40% Groen Links en circa 30% de PvdA. De Groen Links-kiezers ten slotte noemen voor 40 a 45% ook de PvdA en D66.

Deze tabel laat ook zien dat de verschuivingen tussen partijen vooral binnen de vleugels zelf plaatsvinden: PVV, VVD en CDA aan de ene kant en PvdA, SP, Groen Links aan de andere kant. Alleen bij D66 zien we dat de VVD en de PvdA/Groen Links als alternatieve mogelijkheden gezien kunnen worden en door de verschuivingen op die plek kan de combinatie PVV, VVD + CDA samen kiezers winnen of verliezen.

Per partij wordt de stand van zaken nu besproken en de  electorale kansen en gevaren:

PvdA
De PvdA is gedurende de regeerperiode van het kabinet-Balkenende IV gedaald naar een dieptepunt van 14 zetels (minder dan 10%). De uitslag van de Europese Parlementsverkiezingen leverde met 12% het slechtste verkiezingsresultaat op sinds de oprichting van die partij. Het percentage kiezers dat de PvdA nog een kans gaf was lager dan het percentage dat in 2006 op die partij had gestemd. De opluchting dat de PvdA het kabinet had laten vallen, was direct uit de peilingen af te lezen. Met Cohen als nieuwe lijsttrekker en premierskandidaat staat de PvdA weer op het (nog steeds lage) niveau van 33 zetels. En als mensen om de argumentatie gevraagd worden om PvdA te stemmen wordt vaker Cohen genoemd dan inhoudelijke argumenten.

Dit is zowel de kracht als de zwakte van de PvdA bij deze verkiezingen. Er zullen veel (potentiële) PvdA-kiezers twijfelen tussen het kiezen van de PvdA (dus voor Cohen als premier) of de inhoud van de andere partijen (zoals Groen Links, SP of D66). Daarbij gaat het er niet alleen om hoe goed Cohen het bijvoorbeeld bij de debatten doet, maar ook om de kwestie hoe het afwegingsproces bij de linkse kiezers zal verlopen. Ook als Cohen het niet zo goed doet, kan het zijn dat het vooruitzicht van Balkenende of Rutte als premier hen doet besluiten wel PvdA te kiezen. Maar het is zeker niet zo dat men zich met een stem op de PvdA ook automatisch achter het verkiezingsprogramma van de PvdA schaart.

De voordelige positie van Cohen wordt ook gesymboliseerd door het eerste televisiedebat bij RTL4. Cohen staat dan tegenover Balkenende, Rutte en Wilders. Dat is dus één vertegenwoordiger voor de ‘linkse’ kiezers en drie vertegenwoordigers voor de ‘rechtse’ kiezers. Het is dan voor Cohen veel gemakkelijker om dat debat te winnen dan voor de 3 anderen, die last hebben van het feit dat de rechtse stem zich kan verdelen over drie vertegenwoordigers.

Als het echt op een nek-aan-nek-strijd aankomt vlak voor de verkiezingen, dan zou de PvdA nog tussen de 35 en 40 zetels kunnen eindigen.

Aan de andere kant loopt de PvdA een fors electoraal risico als het erop lijkt dat de PvdA gewoon weer afstevent op een regering met het CDA. Dat is iets wat de (potentiële) PvdA-kiezers – net zoals in 2006 – niet echt zien zitten. 

CDA
De positie van het CDA is duidelijk anders dan in 2006. Toen stond het CDA in mei 2006 nog op 29 zetels. Maar toen het kabinet, met daarin ook de VVD en D66, eind juni viel, scoorde het CDA eind juli al meer dan 40 zetels. Balkenende werd toen ook heel positief gewaardeerd door de VVD-kiezers.

Nu komt het CDA (en Balkenende) uit een regering met de PvdA – niet een rol die het CDA en Balkenende veel positieve gevoelens heeft doen opwekken bij de PVV- en VVD-kiezers uit 2006. Waar Balkenende in november 2006 onder VVD-kiezers nog een 7.5 scoorde, is dat nu rond de 4.5.

De enige groep waarbij het CDA en Balkenende het goed doen, zijn die mensen die nu zeggen CDA te stemmen, maar dat betreft maar 18% van de Nederlanders (27 zetels). Bedenk ook dat het CDA bij de gemeenteraadsverkiezingen op 3 maart jl. het slechtste resultaat ooit behaalde bij een verkiezing.

De enige manier waarop het CDA in de buurt van de 35 zetels kan komen (en op die manier de grootste zou kunnen worden) is als die partij fors van de VVD gaat winnen. Maar dan zouden de VVD-kiezers beduidend minder enthousiast moeten worden over de partij en Rutte. Bedenk ook dat men onder de CDA-kiezers duidelijk positiever is over het verkiezingsprogramma van de VVD dan de VVD-kiezers dat zijn over het verkiezingsprogramma van het CDA.

Het CDA loopt daarbij nog een fors risico dat de CDA-kiezers bij een nek-aan-nek-strijd tussen de Pvda en de VVD gaan overstappen naar de VVD om op die manier Cohen ervan te weerhouden premier te worden.

Daarnaast kan het CDA ook nog in de problemen komen als een VVD+CDA+PVV-coalitie getalsmatig haalbaar is. Er zijn potentiële CDA-kiezers die dat als reden zien om daardoor niet op het CDA te stemmen. 

VVD
De VVD zit in de lift sinds half maart. Dat lijkt sterk samen te hangen met het feit dat bij deze verkiezingen de economie, en met name de invulling van de bezuinigingen, een hoofdrol gaat spelen. Dat de VVD het electoraal slecht heeft gedaan in de periode 2007-begin 2010, kwam vooral door de concurrentie met de PVV. Samen met de VVD scoorde deze partij steeds tussen de 45 en 50 zetels.

Sinds de gemeenteraadsverkiezingen zakt de PVV verder weg en stijgt de VVD.  Nadat de verkiezingsprogramma’s bekend zijn geworden, zien we dat de kiezers het programma van de VVD het hoogst waarderen.  Dat komt doordat naast de VVD-kiezers zelf er ook nogal wat PVV- en CDA-kiezers zijn die het verkiezingsprogramma van de VVD waarderen. Dat is duidelijk minder het geval bij het CDA-verkiezingsprogramma.

Daar waar er een inhoudelijke discussie bij de debatten zal ontstaan, lijkt de VVD een sterk uitgangspunt te hebben en zou men nog meer kiezers van de PVV of CDA kunnen trekken. Maar als de strijd vooral zal gaan om de vraag wie de volgende premier wordt, dan is de positie van Rutte op dit moment duidelijk zwakker dan die van Cohen. Het zou kunnen zijn dat die factor een belemmering is voor de VVD om de grootste partij te worden – een belemmering die weggenomen kan worden als Neelie Kroes de beoogde premierskandidaat is.

Het grote verschil met de PvdA is ook goed te zien via de Woordenwolk van de VVD. Aan de andere kant zou het zo kunnen zijn dat tijdens de debatten Rutte verder groeit in zijn rol en meer mensen aan de rechterkant hem toch wel zien zitten als volgende premier. Ook zou hij extra aantrekkingskracht kunnen hebben op de jongere kiezers.  

PVV
De PVV deed het een jaar geleden erg goed onder de kiezers. Bij de Europese Parlementsverkiezingen scoorde de partij een tegenwaarde van ongeveer 25 zetels. De teruggang van de PVV lijkt samen te hangen met het feit dat enerzijds de verkiezingen minder over veiligheid en immigratie/integratie gaan dan over bezuinigingen en anderzijds dat de PVV blijkbaar niet in een bestuur terechtkomt – ook als er goede verkiezingsuitslagen worden gerealiseerd, zoals in Almere en Den Haag.

Inhoudelijk is het wel zo dat het verkiezingsprogramma van de PVV het goed doet bij de PVV-kiezers en een groot deel van de VVD-kiezers, maar of dat omgezet kan worden in een betere verkiezingsuitslag dan de huidige 17 zetels lijkt zeer de vraag. De PVV kan echter toch nog een factor van belang worden als VVD+CDA+PVV boven de 75 zetels lijken te eindigen.

Want als CDA+VVD+PVV na de verkiezingen meer dan 75 zetels hebben, dan komt met name de VVD in een moeilijke en kwetsbare positie: een andere oplossing dan te regeren met de PVV, of via gedoogsteun van de PVV, zal door veel VVD-kiezers als ongewenst worden beoordeeld.

De paradox is dat hoewel de PVV een grote kans heeft niet hoger dan 17 of 18 zetels te scoren (nog steeds een verdubbeling), de partij na de verkiezingen toch van grote invloed kan zijn. En als de VVD wel in de regering komt en de PVV niet (en ook geen gedoogsteun geeft), dan kan de PVV snel weer in de richting van de 30 zetels stijgen.

D66, GroenLinks en SP
Deze drie partijen zitten ongeveer in hetzelfde schuitje, hoewel de aanvliegroute verschillend is. Hun groeikansen in de komende weken zijn aanzienlijk beperkt na het aantreden van Cohen als lijsttrekker. Er staan nog meer kiezers van die partijen klaar om Cohen te hulp te schieten en de strijd met ‘rechts’ of Rutte te winnen.  Ze kunnen nog verder dalen.

Alleen als er geen sprake is van een nek-aan-nek-strijd tussen Cohen en VVD of CDA kort voor de verkiezingen, hebben deze drie partijen nog een kans om duidelijk te stijgen. (En dan hebben ze ook nog het probleem dat ze bij debatten vaak een ondergeschikte rol gaan spelen).

D66 komt van een beduidend hogere positie een jaar geleden. Dat kwam doordat Pechtold het heel goed deed op basis van zijn debatten in de Kamer, met name met Wilders. Bij de debatten voor de gemeenteraadsverkiezingen was al duidelijk dat hij er in die debatten niet zo sterk uitkwam. Dat zien we ook terug in de niet zeer positieve reactie van de kiezers op het verkiezingsprogramma van D66.

De SP zit in een moeilijke situatie doordat de partij in 2006 een veel hogere uitslag haalde dan ooit ervoor. (Het maximum was 9 zetels in 2003 en in 2006 werden dat er 25.) Dat was vrijwel volledig op het conto te schrijven van Jan Marijnissen persoonlijk. Zelfs als hij nu nog politiek leider was geweest, zou de SP er slechter voor staan dan in 2006.

Maar door de wisseling van de wacht vorig jaar heeft de SP het extra moeilijk. Ook lijkt Roemer nu nog niet voldoende exposure te hebben om de zwakke positie van de SP van de laatste twee maanden voor een deel te corrigeren. Wel zien we nu dat de resterende kiezers van de SP minder genegen zijn om naar de PvdA over te stappen dan die van Groen Links en D66. (Ook de potentiële overgang van de PvdA naar de SP is beduidend minder dan die van Groen Links en D66.)

Groen Links en Femke Halsema zaten het laatste jaar duidelijk in de lift. Bij de gemeenteraadsverkiezingen deed Groen Links het goed en in de debatten voorafgaand aan die verkiezingen en op de avond van de vergaderingen scoorde Halsema goed. Zij werd de favoriet van de linkse kiezers.

Niet alleen is haar stijgingspotentie afgenomen door het aantreden van Cohen en is Groen Links al 3 tot 4  zetels gedaald, ook moet de partij hopen dat Cohen het minder goed zal doen de komende 6 weken en dat Halsema de ruimte krijgt om haar boodschap in de media voor het voetlicht te brengen.

ChristenUnie
Deze partij is electoraal ongeschonden uit het kabinet CDA+PvdA+ChristenUnie gekomen. Kiezers zijn tevreden met het feit dat de partij voor het eerst vertegenwoordigd was in een kabinet en dat dit kabinet geen beslissingen nam die de kiezers van de ChristenUnie tegen de haren in streek.

Bij deze verkiezingen zijn er nogal wat kiezers die tussen CDA en ChristenUnie zweven. Het CDA is beduidend groter dan de ChristenUnie, wat betekent dat de ChristenUnie fors zou kunnen stijgen, maar ook onder de zes zetels kan dalen als Balkenende een laatste duwtje nodig heeft om de grootste te worden. Mocht het CDA echter in een moeilijk parket raken rondom een mogelijke regeringscombinatie met VVD en PVV, dan zou het kunnen dat er CDA-kiezers zijn die een combinatie met de PVV zo sterk afwijzen dat ze naar de ChristenUnie overstappen (zoals bijvoorbeeld Aantjes heeft aangekondigd).

Overige partijen
Bij de overige partijen gaat het eigenlijk maar om één zetel meer of minder. De SGP heeft traditioneel steeds ongeveer 160.000 kiezers en dat levert bij een opkomst van tien miljoen kiezers 2 zetels op. Wel zijn er kiezers die aangeven nu SGP te gaan kiezen door de uitspraak van de Hoge Raad over de verplichting het passieve kiesrecht aan vrouwen te geven. Maar het lijkt er nu niet op dat het de SGP de 3e zetel oplevert.

De Partij voor de Dieren is door het gedoe rondom partijdemocratie en de 2e positie op de lijst in de peilingen voor het eerst de 2e zetel kwijtgeraakt. Het zal erom spannen of de Partij voor de Dieren deze 2e zetel toch binnensleept. Een 3e zetel lijkt onwaarschijnlijk.

Trots op Nederland heeft best een redelijk potentieel aan kiezers, zoals ook weer tijdens de gemeenteraadsverkiezingen is aangetoond. Maar het probleem is dat dit met name kiezers zijn die PVV gestemd zouden hebben als die partij aan de verkiezingen had meegedaan. Als de VVD echt een nek-aan-nek-strijd met de PvdA voert vlak voor de verkiezingen, dan zou Trots op NL wel eens op 0 zetels kunnen eindigen, anders ligt 1 zetel binnen bereik.

Op dit moment lijken de andere partijen geen kans te maken. Maar die partijen zijn erg afhankelijk van media-aandacht. Als de PiratenPartij of LEF (Lijst0) voldoende media-aandacht krijgen, zouden zij nog voor een verrassing kunnen zorgen. Maar het zal voor die partijen een hele klus worden de meer dan 60.000 kiezers binnen te halen die nodig zijn voor 1 zetel – zeker wanneer het een nek-aan-nek-strijd wordt, waardoor kiezers nog meer de neiging hebben hun keuze door die strijd te laten bepalen.

Ten slotte
Op de voorgaande pagina’s is de tussenbalans opgemaakt. Er is aangegeven welke factoren een rol spelen en hoe de dynamiek zich de komende weken zal kunnen voltrekken. Maar er zijn ook nu nog onbekende gebeurtenissen  die de kiezers kunnen beïnvloeden bij hun uiteindelijke keuze.

Probleem echter is wat er vervolgens na de verkiezingen gaat gebeuren. Een geheel links kabinet lijkt volledig onmogelijk. Een kabinet met VVD+CDA+PVV zou misschien getalsmatig mogelijk zijn, maar zelfs als men samen 76 zetels of meer haalt, blijft het de vraag of dat kabinet er komt en hoe stabiel het is – nog los van het feit dat circa tweederde van alle kiezers een regering met de PVV erin niet wenst, zodat deze regering vanaf het begin de steun van de bevolking zal ontberen.

Een kabinet met in ieder geval CDA en PvdA erin, of VVD en PvdA erin (en die combinaties lijken op dit moment nog het waarschijnlijkst), levert weer een ander probleem op, namelijk dat zo’n kabinet door de kiezers van die grotere partijen niet echt gewenst wordt – hooguit als de enige mogelijkheid gezien de verkiezingsuitslag. Een dergelijk kabinet, dat een aantal ingrijpende maatregelen moet gaan nemen rondom de bezuinigingen, zou dan wel weer een regering kunnen zijn die bij veel kiezers weinig steun geniet. En dat zou dan zowel de daadkracht als de stabiliteit van die regering fors kunnen aantasten, nog afgezien van de verdere onvrede onder kiezers en de gevolgen die dat weer gaat krijgen.

Geef een reactie

Laatste reacties (58)