7.396
16

Schrijver

Ties Teurlings (1993) studeerde aan de kunstacademie in Breda. Op zijn twintigste deed hij mee aan het Leids Cabaret Festival en hierna werkte hij als acteur in de Efteling. Deze veelzijdige Brabander liep in 2015 de pelgrimsroute van het Franse Saint-Jean-Pied-de-Port naar Santiago de Compostella in Spanje. Begin 2017 verscheen zijn debuutroman Krentenkoppen, Grappige en ontroerende verhalen over zijn opa en oma.

Twee handen extra

‘Nu mogen de kindjes die ik aanwijs hun jas aan gaan trekken. Als het níet lukt om je jas aan te trekken of je vindt het moeilijk mag je bij ons komen en dan zullen wij je helpen.’

‘Kleuters van groep één-twéé van juffrouw Karen!’ Mijn moeder klapt in haar handen.
Bij de muur doet ze het licht in de klas uit en aan. Verbaasd kijken een stuk of dertig kleuters op van hun bezigheden. Mijn moeder begint te zingen. ‘We gaan ópruimen, we gaan ópruimen, iedereen doet mee, dat is een goed idee…’
Met open mond kijkt nu iedereen naar mijn moeder.
‘Iedereen heeft vandaag heel goed gewerkt,’ gaat ze verder. ‘In de bouwhoek is een mooi kasteel gebouwd door Anne en Teun. Hamza en Ibrahim hebben wel dríe puzzels gelegd en Milan en Thirza hebben een hele mooie paddenstoel gemaakt met de kralenplank. En alle ándere kindjes hebben óók heel goed hun best gedaan. Het is nu bijna tijd om weer naar huis te gaan. Als jullie alles héél goed hebben opgeruimd mogen jullie stoel pakken en daarmee in de kring gaan zitten. Laat maar eens aan Ties zien hoe stil jullie dat kunnen.’

Om het goede voorbeeld te geven ben ik maar alvast naast mijn moeder gaan zitten. Omdat ik op een kleuterstoeltje en zij op een bureaustoel zit torent ze boven me uit.
‘Nu wordt het héél érg stíl,’ zegt mijn moeder. Mama houdt haar vinger voor haar lippen. ‘Zoals jullie al gezien hebben is er vanmiddag iemand bij ons op bezoek. Een paar van jullie weten al wie ons bezoek is. Wie van jullie weet er nog níet wie ons bezoek is?’
Ik word aangestaard door een kringetje van jongens en van meisjes.
‘Ties, zou jij iedereen kunnen vertellen wie jij bent?’ Niet te lang, graag.’
Ik kijk van mijn moeder naar de gezichtjes. ‘Ik ben het kind van juffrouw Karen.’
De kinderen kijken me aan alsof ik zojuist heb verteld dat ik op de maan ben geboren.
‘Ties is mijn oudste kind,’ vervolgt mijn moeder. ‘Wat is hij al groot, hè?’
Een paar kindjes knikken instemmend.
‘Wie heeft er een vraag voor Ties? Als je een vraag hebt moet je je vinger opsteken.’
Er wordt nagedacht. Het jongetje dat naast mij zit heeft zijn hoofd op mijn knie gelegd en kijkt nu verliefd naar me op.

Mijn moeder wijst aan wie er mag praten. ‘Nicole.’
Haar arm gaat omlaag. ‘Hoe oud ben jij?’
‘Dat vind ik een hele goede vraag van Nicole,’ zegt mijn moeder. ‘Hoe oud denken jullie dat Ties is?’
‘Ik ben al drie,’ fluistert een meisje op geheimzinnige toon tegen haar buurman.
‘Ik ben bijna jarig!’ roept een jongetje dat daarbij energiek opspringt en zijn armen op een Peter-Pan achtige manier op zijn heupen zet.
‘Eh, Tom, ga jij eens héél gauw op je stoeltje zitten!’ Tom doet snel wat mijn moeder zegt.
Ze wijst naar jongetje dat al de hele tijd zijn arm omhoog heeft. ‘Milan mag het zeggen. Hoe oud denk jij dat Ties is?’
Overvallen door de plotselinge aandacht moet Milan nadenken over wat hij ook alweer wilde zeggen.
‘Weet je het niet meer?’ vraagt mama. Milan kijkt naar de grond. ‘Moet ik het aan een ander kindje vragen?’
Milan knikt.
‘Thirza,’ wijst mijn moeder.
‘Vijftig,’ zegt Thirza met vastberaden blik.
Ze kijken nu allemaal weer naar mij.
‘Ties?’ vraagt mijn moeder alsof we samen in een toneelstuk spelen. ‘Ben jij vijftig jaar oud?’ Ik wacht even en schud daarna theatraal met mijn hoofd. ‘Nee.’
‘Mijn vader is vijftig,’ vertrouwt Kevin ons toe.
‘Hamza, wat denk jij?’
‘Ehmmmm,’ zegt Hamza met een schuin hoofd. ‘Hónderdvijftig!’ De andere kindjes proesten het uit.
‘Ties?’ vraagt mijn moeder.
‘Ja?’
‘Ben jij hónderdvijftig jaar oud?’
‘Nee.’
‘Honderdvijftig, dat is ook wel erg oud, hoor,’ gaat mijn moeder verder. ‘Dat zijn wel víjftien keer twéé handjes.’ De kinderen kijken aandachtig naar mijn gezicht. Drie van hen hebben hun duim in hun mond. Mijn moeder wijst een jongetje aan dat achterin de kring zit.
‘Siem, jij mag het zeggen.’
‘Wij zijn dit weekend naar de Efteling geweest.’
‘Harstikke leuk.’ Mama buigt naar me toe en zegt op zachte fluistertoon: ‘ze zijn altijd nét naar de Efteling geweest of het nu drie weken geleden is of drie jaar.’
Ze kijkt op haar horloge en richt zich weer tot de kinderen. ‘Zal Ties het maar verklappen?’ De kinderen knikken. Op mijn been ligt het jongentje nog steeds lieflijk tegen me aan.
‘Ik ben zesentwintig jaar oud’ zeg ik. De onthulling brengt niet veel reactie teweeg.
‘Mijn opa is vorige week dood gegaan,’ zegt Siem.

‘Jongens en meisjes, we weten nu allemaal hoe oud Ties is. Zullen we voor hem nog even het liedje zingen wat we vandaag hebben geleerd? Laat maar eens zien hoe goed jullie alles hebben onthouden. Mijn moeder begint weer opgewekt te zingen. Het is een liedje van Cowboy Billie Boem dat ik ook nog wel uit mijn hoofd ken. ‘Dit zijn mijn wangetjes en dit is mijn kin, dit is mijn mondje met tandjes erin…’ Ondertussen wijst mijn moeder de plekjes aan waar ze over zingt. De kindjes doen haar bewegingen na. Het ziet er niet uit alsof ze ook maar iets hebben onthouden. Mijn moeder port me in mijn zij. ‘Dit zijn mijn wangentjes!’ zing ik, ‘en dit is mijn kin…’

‘Zo,’ zegt mijn moeder als we zijn uitgezongen. ‘Héél goed meegedaan allemaal. Nu mogen de kindjes die ik aanwijs hun jas aan gaan trekken. Als het níet lukt om je jas aan te trekken of je vindt het moeilijk mag je bij ons komen en dan zullen wij je helpen. En de kindjes die als eerste hun jas mogen pakken zijn de kindjes die dat het stilst kunnen doen…’
Met ingehouden adem staren dertig kleuters naar mijn moeder.
‘Koen en Anne, jullie mogen je jas gaan pakken.’
Koen en Anne springen van hun stoeltje. Alsof ze zojuist tot ridder in de orde van Oranje Nassau zijn benoemd lopen Koen en Anne achter elkaar de klas uit. Als ze terugkomen lopen ze naar het midden van de kring waar ze hun jassen op de vloer smijten. Eenmaal weer op hun stoel met hun jas aan zijn de volgende twee aan de beurt.
‘Britt en Dilana mogen hun jas aan gaan trekken.’
Zo gaat het een tijdje door. Ik help Milan met de rits. Mama helpt Ibrahim die daarna niet meer op zijn stoel wil gaan zitten. ‘Nog even op je stoel,’ zegt ze tegen hem, ‘tot iedereen zijn jas aan heeft.’

foto
cc-foto: Onderwijsgek

Uiteindelijk zit iedereen met zijn jas aan op zijn stoeltje heen en weer te wippen.
‘De kindjes die straks op het schoolplein hun papa of mama of opa of oma níet kunnen zien mogen bij mij blijven staan.’
‘Of de oppas!’ roept er Tom.
‘Of de oppas,’ herhaalt mijn moeder. ‘Dan mogen jullie nu allemaal rústig in de rij bij de deur gaan staan met je rijvriendje.’
Tientallen houten poten schuiven over de linoleum vloer. Mijn moeder staat op. ‘Een, twee, drie vier, pak de sleutel van je mond, een twee drie vier, draai maar drie keer rond!’
Met een kind aan haar ene hand en een kind aan de andere draait mama zich om naar mij.
‘Ga jij mee of blijf je hier?’
‘Ik blijf wel hier,’ antwoord ik. ‘Moet er nog iets worden gedaan?’

Mijn moeder kijkt me aan en haalt diep adem. ‘De stoelen moeten op de tafels, de vloer moet worden geveegd, daarna gedweild, de verf, de lijm en het papier moeten worden bijgevuld en de kwasten en het verfbord moeten worden schoongemaakt, morgen is er iemand jarig dus er moet een kroon worden geknutseld, er moeten slingers worden opgehangen en een stoel versierd, de vuilniszakken moet naar buiten, de kleurplaten zijn op dus die moeten worden bij gekopieerd, vroeger deed de conciërge dat maar die hebben we niet meer, er moet een naamkaartje worden gemaakt voor het nieuwe kind, eentje voor de kapstok en eentje voor zijn gymtas en eentje voor zijn stoel, de knutselwerkjes moeten in de werkmappen worden geplakt, er moet een overleg worden gepland met het team van de onderbouw over het nieuwe thema, volgende week is het ouderavond daar moeten nog brieven voor worden geschreven, het programma van morgen moet worden klaargelegd op het bureau en een verslag van de gebeurtenissen van vandaag; Fleur heeft in de lego-bak gekotst, die blokjes moeten nu allemaal worden gewassen, Maaike is eerder opgehaald want die moest naar de oogarts, de logopediste van Nicole moet worden teruggebeld, vanochtend had Tim heel veel moeite met het afscheid, die heb ik moeten troostten en Amber mag niet worden meegegeven aan haar vader want die heeft een straatverbod vanwege huiselijk geweld, ook niet aan haar oma van vaderskant, alleen aan de oma van haar moeder of haar moeder zelf dus en alle verkleedkleren en de knuffels moeten worden gewassen want er zijn luizen geconstateerd door de kriebelmoeders, de veters moeten uit het veterwerkje, de kralen uit de kralenplank en de puzzels moeten terug in de kast en als het lokaal geveegd en gedweild is moet de kring weer worden klaargezet voor morgen maar dat is het wel zo’n beetje. Kun je daar even mee helpen?’


Laatste publicatie van Ties Teurlings

  • Krentenkoppen

    2017


Geef een reactie

Laatste reacties (16)