1.129
20

Opiniemaker & publicist

Chiem Balduk is opiniemaker en publicist. Hij woont in het oosten maar studeert in het westen. Schrijft over onderwijs, ouder worden en de wereldpolitiek. En toch zo normaal gebleven.

Meer op Balduc.nl

Uitkijken naar je verkiezingsontmaagding

Hoe we verkiezingen weer sexy kunnen maken, of op zijn minst een béétje aantrekkelijk

Chiem Balduk gaat op 18 maart voor het eerst stemmen. Hij kijkt uit naar de Provinciale Statenverkiezingen, maar dat zal niet iedere 18-jarige hem nadoen.

“Chiem, post voor jou!” Een dikke, witte envelop van de gemeente Utrecht. Ik weet direct wat de inhoud is: mijn stempas voor de Provinciale en –waterschapsverkiezingen op 18 maart aanstaande. Het worden voor mij, als 18-jarige jongen, de eerste verkiezingen waarvoor ik mag stemmen. Mijn electorale ontmaagding dus. Voor een democraat een bijzonder moment.

Stemtinderen
Zoals een geëngageerd burger betaamt, besloot ik mij goed voor te bereiden op dit moment suprême. Ik vulde een stemwijzer in en stemtinderde er op los. Na wat stellingen over het aanpassen van het waterpeil aan de natuur en het bebouwen van een polder ergens in mijn provincie vond ik het wel welletjes. De anarchist kwam in me naar boven en startte te twijfelen aan de democratie. Waarom zou ik gaan stemmen, vroeg ik me af. Wat kan ik als individu nou uitmaken?

Het is wellicht een gedachte die bij mijn puberse leeftijd hoort – ‘schijt aan de autoriteit’ – maar de cijfers liegen er niet om. Al jaren schommelt de opkomst voor de Provinciale Verkiezingen rond de helft van stemgerechtigden. Voor de lokale verkiezingen geldt hetzelfde, het Europese equivalent scoort zelfs nog lager – steevast onder de 40 procent. De enige reden om voor de provincie te gaan stemmen is omdat je daarmee indirect op de Eerste Kamer kunt stemmen, de inhoud is immers totaal niet sexy en vaak zelfs onbekend. Het woord ‘waterschapsverkiezingen’ gaf Word tijdens het schrijven van dit stuk bijvoorbeeld aan als ‘onbestaand’.

Geschikt/ongeschikt
Daar kan die arme provincie ook niets aan doen. Het is simpelweg een bestuurslaag die niet echt indruk maakt op de burgers, en zeker niet op jongeren. Ik kom maar met moeite door de Stemwijzer heen. Jezus Leeft komt als ‘meest geschikt’ voor mij uit de bus.

De lage opkomst is een serieus probleem dat onze democratie bedreigt. Kernpunten van een democratische samenleving dienen te zijn dat het hele volk mee beslist en de meerderheid bepaalt. Wanneer minder dan de helft stemt, gaan beide aspecten niet meer op. De meerderheid van een minderheid beslist dan.

Het meest gehoorde argument van niet-stemmers is dat hun stem er toch niet toe doet. Of zij nu op SP, CDA of Jezus Leeft stemmen, uiteindelijk ‘flikkeren ze het verkiezingsprogramma in de vuilnisbak en doen wat ze zelf willen’. Mensen met zulke uitspraken zijn ietwat kort door de bocht en wellicht is het nog niet eens zo slecht dat deze mensen niet stemmen, maar toch zullen we na moeten denken aan een oplossing voor dit massale wegblijven van de stembus.

Democratie 2.0
De democratie is toe aan een tweede stap. Een stap waarin aan de hand van allerlei referenda écht wat te zeggen krijgt tijdens een verkiezing. Een stem op een partij is namelijk ontoereikend. Er bestaat geen partij die precies mijn standpunten verdedigt. Bij elke keuze stem je tegen één of meerdere idealen. Uit de Stemwijzer resulteert immers Jezus Leeft omdat ik het met 16 van de 30 stellingen met ze eens ben, bijna de helft oneens dus. Een stem op hen is dus niet zo zeer de beste keuze, maar de minst slechtste.

Daarom zijn we ook nooit tevreden met een politieke partij en belanden we in dubio. Je kan het harde zorgstandpunt van de PVV waarderen, op het gebied van migratie het met de PvdA eens zijn, maar de mening omtrent drugs van de D66 juist hebben. Of op provinciaal niveau: duurzame energie, het openhouden van regionale ziekenhuizen en cultuurinvesteringen.

Die optie is er echter niet. Het is het een of het ander – anders niet. Daarom zou bij het stembiljet mogelijk moeten zijn om op hoofdlijnen het regeerbeleid te kunnen samenstellen. Wat moet de gemeente, provincie, het Rijk of Europa de komende jaren hoog op het prioriteitenlijstje hebben staan? Zo krijgt de burger weer wat te zeggen – of op zijn minst het gevoel weer wat te zeggen te hebben.

Het bewijs dat dit werkt, werd in november 2014 geleverd. In verschillende gemeenten, waaronder ‘s-Hertogenbosch en Alkmaar, werden verlate verkiezingen gehouden wegens herindeling of annexatie. De gemiddelde opkomst was 46 procent, maar in Groesbeek (bij Nijmegen) ruim 66 procent. Daar werd namelijk tegelijkertijd een referendum gehouden over de toekomstige naam van de gemeente. Het literaire ‘Berg en Dal’ won er van het eenvoudige ‘Groesbeek’. Ik ben geen politicoloog, maar ik vermoed een verband.

Dit voorbeeld betrof een lullige naamsverandering. Bedenk eens hoe de opkomst zou kunnen stijgen als men over het ziekenhuis om de hoek of toekomstige woningbouw om de andere hoek mag beslissen. Daarbij moet natuurlijk wel rekening gehouden worden met populisme. Als burger stem je alleen op verbeteringen, maar nooit voor bezuinigingen. Er zou daarom gedacht kunnen worden aan een ‘pro’ en ‘con’ constructie. Voor elke investering dien je ook op een verschraling te stemmen; zo bepalen burgers pas echt waar het geld naartoe gaat. 

Democratie 2.0 noem ik het. Meer te zeggen, daardoor meer betrokkenheid en nooit meer tegen je principes stemmen. Wie weet schiet de opkomst dan eens naar een recordhoogte. En wie weet kijken er dan wel meer 18-jarige jochies op naar hun verkiezingsontmaagding.


Laatste publicatie van ChiemBalduk

  • Dit boek gaat over Gewone Nederlanders

    Op safari in de Vinex-wijk

    2014


Geef een reactie

Laatste reacties (20)