3.124
14

Journalist

Maarten Zeegers (1982) is een freelance journalist en schrijver. Hij behaalde een MA in Arabisch en een MSc in Internationale Betrekkingen in Nijmegen en studeerde twee jaar Islamitisch Recht aan de universiteit van Damascus.

​Zeegers heeft veel kennis over de Arabische wereld. Hij werkte als correspondent voor NRC Handelsblad tijdens het uitbreken van de revolutie in Syrië. Over die tijd schreef hij het boek Wij zijn Arabieren.

​​Als theoloog is Zeegers gespecialiseerd in de islam. Hij deed langdurig onderzoek naar islam en de multiculturele samenleving in Den Haag. Daarover publiceerde hij het boek Ik was een van hen.

Hoe eerlijk was het UVA-onderzoek naar vrouwelijke Syriëgangers?

Als academicus dien je transparant te zijn en verantwoordelijkheid af te leggen, zeker als het gaat om politiek gevoelige onderwerpen

Deze week werd de afdeling antropologie van de UvA op de vingers getikt door een externe onderzoekscommissie naar aanleiding van een studie naar vrouwen in het kalifaat van IS die onder supervisie stond van onderzoekers Martijn de Koning en Annelies Moors. Het onderzoek vond plaats op basis van chatgesprekken die een junior onderzoekster voerde via Whatsapp en Messenger.

Syriegangers
Screenshot NRC

Uit speurwerk van NRC bleek dat de junior onderzoekster op internet sympathie had geuit voor de gewapende jihad en zelfs een zelfmoordaanslag wist goed te praten. Dat leidde tot vragen over de validiteit van de studie, want kan iemand met jihadistische sympathieën wel eerlijk en neutraal onderzoek doen naar vrouwelijke Syrië-gangers? De vraag is extra prangend omdat de uitkomsten in casu belangrijke maatschappelijke gevolgen kunnen hebben, waaronder invloed op het strafproces van eventuele terugkeerders.

De begeleiders De Koning en Moors beweerden niet op de hoogte te zijn van de politieke overtuigingen van de junior onderzoekster, maar dat lijkt zeer onwaarschijnlijk. Aangezien De Koning en Moors zelf niet over een netwerk beschikken van vrouwelijke Syrië-gangers, ligt het voor de hand dat ze juist gebruik maakten van iemand die die wel contacten had. Dan zou je je toch op zijn minst kunnen afvragen of zij dan ook onderdeel uitmaakt van die groep.

Die vraag vinden De Koning en Moors niet relevant. Vooringenomenheid van onderzoekers is in hun ogen geen probleem, omdat iedereen een mening heeft.

Natuurlijk vindt iedereen dingen over dingen, maar dat is heel wat anders dan problematische subjectiviteit. Dat wil zeggen dat de onderzoeker in kwestie zo’n sterke mening heeft over of verbondenheid voelt met de onderzoeksgroep, dat distantie en neutraliteit niet gegarandeerd kan worden. Je laat toch ook geen neonazi onderzoek doen naar het charisma van Hitler? En wie gelooft een studie naar het succes van de OV-chipkaart uitgevoerd door een medewerker van het bedrijf achter de OV-chipkaart?

Volgens De Koning en Moors spelen politieke overtuigingen geen rol, zolang het onderzoeksproces maar deugt. Maar juist dat rammelt aan alle kanten. Academisch onderzoek moet controleerbaar en reproduceerbaar zijn, maar daarvan was hier geen sprake. Niet alleen bleven de respondenten uit de chatgesprekken anoniem, maar hun identiteit was niet eens bekend bij de onderzoekers zelf. Hoe valt een dergelijk onderzoek te reproduceren? Hoe weet je zeker dat je appt met iemand in Syrië en niet met een vijftigjarige lolbroek uit Giethoorn?

Daarnaast zijn delen van de chatgesprekken vernietigd en overige delen niet toegankelijk voor collega-onderzoekers om de privacy (van toch al anonieme) personen te beschermen. Zo valt niet eens te controleren welke keuzes zijn gemaakt, of het onderzoek correct is uitgevoerd, en of de juiste conclusies zijn getrokken. Wanneer methodologie van een onderzoek niet voldoet aan wetenschappelijke eisen is het leuk als anekdote of populair boekje, maar dan hoort het in de academie niet thuis.

Tenenkrommend is de arrogante houding waarmee De Koning en Moors omgaan met de kritiek. Waar enige vorm van zelfreflectie op zijn plaats is, weigeren ze maatschappelijke verantwoording af te leggen voor hun onderzoek, terwijl diezelfde maatschappij toch hun onderzoek financiert. Hun medewerking aan de onderzoekscommissie vonden ‘ze een verspilling van tijd en energie.’ Ze voeren het debat liever met relevante academische onderzoeksgroepen uit het veld. Lees: niet met onafhankelijke kritische geluiden, maar met mensen die precies hetzelfde denken als zij.

Daarnaast hebben ze meerdere malen geprobeerd om de betreffende journalist van NRC verdacht te maken door hem weg te zetten als kleuter (‘hij omschreef ons onderzoek in een sms-je als ‘cool’), incompetent (‘de berichtgeving past niet bij een kwaliteitskrant’) en onbetrouwbaar (door hem te betichten van ‘bewuste of onbewuste misinterpretaties.’)

De Koning en Moors leveren voortdurend kritiek op andere onderzoekers die onethisch of zelfs racistisch zouden handelen. Voor mijn boek Ik was een van hen over de islam in het Transvaalkwartier zag De Koning het liefst een publicatieverbod, omdat het de privacy zou schenden. Nu hij en Moors zelf kritiek krijgen op hun ethische en wetenschappelijke keuzes, klagen ze dat de onderzoekscommissie hun handelingsvrijheid als wetenschappers probeert in te perken. ‘Leven we nog wel in Nederland en waar is de academische vrijheid?’ Dat geweeklaag kun je gerust hypocriet noemen.

Als academicus dien je transparant te zijn en verantwoordelijkheid af te leggen, zeker als het gaat om politiek gevoelige onderwerpen. Kritiek op de rol van wetenschap en de gebruikte methodes is in een open en democratische samenleving onontbeerlijk. De Koning en Moors zouden er goed aan doen in ieder geval dat te erkennen.


Laatste publicatie van MaartenZeegers

  • Ik was een van hen

    drie jaar undercover onder moslims

    April 2016


Geef een reactie

Laatste reacties (14)