1.444
12

Hoogleraar Openbare Financiën

Professor Harrie Verbon is econoom en momenteel werkzaam als hoogleraar Openbare Financiën en Sociale Zekerheid aan de Universiteit van Tilburg. Zijn onderzoek behelst onder meer de volgende terreinen: de macroeconomische effecten van vergrijzing, migratie, herverdeling en economische groei, overdrachten tussen generaties (inclusief pensioenen) en verhandelbare emissierechten. Professor Verbon is daarnaast lid van het bestuur van het Rathenau Instituut. Hij was eind jaren '90 lid van de programmacommissie van het CDA, maar heeft inmiddels het lidmaatschap van die partij opgezegd.

Vaarwel CDA, vaarwel

Politiek gezien ben ik typisch een man van het midden: conservatief, maar met een vleugje gevoel voor sociale rechtvaardigheid.

Het is in het Nederlandse politieke spectrum moeilijk om een partij te vinden die deze twee elementen in zich verenigt. Bij het CDA heb ik altijd twijfels gehad of ‘geloof’ wel een goede basis voor politiek kon zijn. In de bijbel lezen we immers wel heel veel dingen die tegenwoordig links en rechts als onwenselijk worden beschouwd. Vrouwenmishandeling en het vermoorden van ongelovigen worden er bijvoorbeeld aangeprezen.

Maar toen kwam in 1994 het eerste ‘paarse’ (PvdA, D66 en VVD) kabinet. De kinderbijslag werd beknot, van weduwen die kinderen hadden opgevoed werden de uitkeringen afgepakt, alleenstaande moeders moesten aan het werk, of ze nu kleine kinderen hadden of niet. Kortom, de paarse overheid had geen boodschap aan het welzijn van kinderen. Er was maar één partij die zich bekommerde om kinderen in het gezin. Dat was het CDA dat net een electorale aframmeling had gekregen en waar veel mensen zich van afkeerden. Verliezers zijn niet populair.

Op uitnodiging van een prominent CDA-politicus ging ik eens kijken bij het CDA. Er werd mij niet gevraagd of ik geloofde (weet ik niet), en of ik ter kerke ging (nee). Voor ik het wist zat ik in de commissie die het programma voor de verkiezingen van 1998 ging schrijven. In die commissie zaten velen die later Nederland zouden regeren (maar dat wisten we toen nog niet): Donner, Pieter van Geel, Jan-Kees de Jager, Hirsch-Ballin, Jack de Vries en natuurlijk Jan-Peter Balkenende. Ikzelf werd belast met de financiële paragraaf, en Jan-Peter werd mijn hulpje.

Mede dankzij de (ook toen al) rechtse doorrekeningen van het CPB, bereikte het CDA bij de verkiezingen van 1998 een historisch dieptepunt, 29 zetels. Jan-Peter klom na de verkiezingen op tot financieel woordvoerder in de tweede kamer, maar hij raadpleegde niet mij, maar anderen over financieel-economische zaken. Ook goed. Mijn tijd als actief politicus zat er al weer op. Ik werd papieren lid en toen, vanaf 2002, ging het CDA opeens weer omhoog.  Ik bekeek met verbazing de droomcarrière van Balkenende en de herrijzenis van de partij uit de paarse woestijn.

Er was vanaf het begin veel dat mij goed deed in het CDA, maar helaas ook veel dat mij niet aanstond. Het eeuwige ontzien van rijke bejaarden, van rijke huizenbezitters, de aandrang om lastenverlichting te geven (maar die aandrang hadden alle partijen, toen en nu). In het recente programma wordt zelfs wel heel erg rechts uitgepakt. De omgekeerde Robin Hood is bij het CDA alleen maar wat kleiner dan bij de VVD.

Daarom is voor mij nu echt de tijd gekomen om dat papieren lidmaatschap maar eens op te zeggen. Nee, ik vind het niet laf een zinkend schip te verlaten. Als de kapitein zelf er af stapt, dan mag de eerste de beste grijze muis toch ook wel gaan. Bovendien ben ik aan boord gegaan toen het schip ook al zinkend was. Dat was pas dapper. En zinkt het schip nu echt? Anders dan in 1994 is er vrijwel geen levensvatbare coalitie denkbaar waar het CDA niet bij zit. De partij is gewoon weer de spil in de Nederlandse politiek.

Dit schip kun je verlaten zonder natte voeten te krijgen.

Geef een reactie

Laatste reacties (12)