4.044
205

Financieel Geograaf/Onderzoeker

Rodrigo Fernandez (1975) studeerde politicologie aan de UvA en promoveerde aan dezelfde universiteit als financieel geograaf (2011). Momenteel werkt hij als postdoc onderzoeker aan een studie over de Nederlandse verzorgingsstaat in 2025 in verschillende globaliseringsscenarios. Hiernaast werkt hij één dag per week als onderzoeker bij Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO). Ook maakt hij onderdeel uit van Real World Economics, een groep academici en activisten dat maandelijks kritische debatten organiseert.

Vakbonden, stap uit jullie comfortzone

De lonen moeten weer de motor van de economie worden

De socioloog Colin Crouch typeert de afgelopen 25 jaar van de economische geschiedenis als het geprivatiseerde keynesianisme. Het is niet alleen meer de staat die schulden aangaat en risico’s op zich neemt, zoals tijdens het ‘klassieke’ keynesianisme, het zijn in toenemende mate de huishoudens. Het typerendste voorbeeld is het gebruik van de eigen woning als onderpand om consumptieve uitgaven te financieren, zoals gebruikelijk was tot de grote recessie.

Nu de grens van de private schuld bereikt is, lijkt een lagere economische groei of zelfs continue stagnatie onvermijdelijk. In de mate dat er nog groei is, is het een baanloze en salarisloze ‘groei’. Terwijl de winsten van het grootbedrijf weer tot historische hoogten zijn gestegen, en de beurskoersen zijn hersteld, zien werknemers hun salarissen niet stijgen. Ook de werkgelegenheid stijgt nauwelijks.

Nieuw economisch model
Een nieuw economisch model kreeg in de jaren 80, na het einde van de naoorlogse keynesiaanse orde vorm. De hoofdingrediënten van dit nieuwe model waren het dereguleren van markten, het privatiseren van staatsbedrijven en het vergroten van de wereldwijde mobiliteit van kapitaal. Transnationale ondernemingen kregen meer ruimte, hun activa stegen van 3.893 miljard dollar in 1990 tot 96.625 miljard dollar in 2013, van 18 procent van het wereld-BNP naar maar  liefst 130 procent. Terwijl de wereldeconomie verdrievoudigde, vervijftigvoudigde de omvang van alle transnationale bedrijven!

Dalend aandeel van de lonen in BNP
Deze verschuiving van nationale staten naar een handvol multinationals ging samen met dalend aandeel van de lonen in het bruto nationaal product. Om die zwervende kapitaalstromen op te vangen verlaagden veel landen hun belastingtarieven op kapitaal. Het gemiddelde tarief op de productiefactor kapitaal in OESO-landen daalde van 49 procent in 1982 tot 27 procent in 2007. De Nederlandse vennootschapsbelasting was in 1982 nog 48 procent, nu 25%.

De OESO becijferde in haar laatste rapport over Nederland dat in de praktijk de belasting in de buurt van 7% is in Nederland. Hiernaast hebben we sinds de jaren 90 natuurlijk met een stijgende belastingontwijking doormiddel van belastingparadijzen gezien. Het Europees Parlement becijferde dat EU-lidstaten jaarlijks 150 miljard euro mislopen door belastingontwijking door grote bedrijven.

Het geprivatiseerde keynesianisme
Samengevat: de lonen blijven achter en de kapitaalinkomens stijgen. En: private schulden worden steeds belangrijker als smeerolie voor de economie en de steeds groter wordende financiële sector. Ziehier het geprivatiseerde keynesianisme.

Laten we beginnen bij de lonen. Wereldwijd zien we een afname van het aandeel van de lonen in het wereld-BNP van 64 procent in 1980 naar 54 procent in 2008 . Als deze daling niet had plaatsgevonden, en het aandeel van de lonen gelijk was gebleven dan was vanaf 2008 wereldwijd ruim 7.000 miljard dollar per jaar méér in handen geweest van werknemers.

DNB becijferde dat als het aandeel van de lonen Nederland hetzelfde was gebleven als in 1992, dit jaarlijkse nu 60 miljard euro meer in de handen van werknemers zou betekenen.

Dan de stijging van de kapitaalinkomens. In de periode dat het loonaandeel 9 procent daalde, stegen de kapitaalopbrengsten van niet-financiële bedrijven in Nederland volgend DNB met 8 procentpunt: van 2 procent in 1992 tot 10 procent in 2008. Eenzelfde trend is ook door het IMF gesignaleerd in de G7.

Ondernemingen zijn door de nieuwe omstandigheden veranderd van debiteuren in crediteuren. Na het betalen van belasting en investeringen houden bedrijven in de G-7 gemiddeld een vermogen over van 3% van het BNP.

De investeringsmogelijkheden in de reële economie zijn domweg niet groot genoeg om alle winst te kunnen herinvesteren in de productieve economie. Dit kapitaal wordt vervolgens gebruikt om te beleggen in financiële activa zoals effecten en schuldbewijzen. En het einde van deze trend is nog niet bereikt, de komende jaren zullen winsten nog minder geïnvesteerd worden in de reële economie en meer in het opblazen van zeepbellen op de financiële markten.

De groeiende private schuldenlast, veelal met het eigen huis als onderpand, betekende dat een lange periode van dalende reële lonen gecombineerd kon worden met stijgende winsten, gezonde staatsfinanciën en economische groei. De crisis van 2008 heeft de grenzen van dit schuld gedreven economische model, het geprivatiseerde keynesianisme, blootgelegd. Toch blijven de private schulden toenemen, tussen 2007 en 2014 met ruim 57.000 miljard dollar.

Politici en belangengroepen verder op de oude voet
Een economisch model dat is gebouwd op schulden loopt op een gegeven moment tegen haar grenzen aan. Maar politici en belangengroepen van bankiers, makelaars en andere belanghebbenden, zijn vooral op zoek naar een manier om verder te gaan op de oude voet. Het idee dat de factor arbeid beter beloond moet worden en dat loon weer een pijler moet worden voor economisch groei begint echter ook langzaam door te dringen.

De lonen moeten weer de motor van de economie worden. Dat betekent ook dat de vakbond uit zijn ‘comfortzone’ van de polder moet stappen en weer stelling moet nemen, in een wereld waar de belangen van het grootbedrijf en de financiële industrie voorgaan op die van gewone mensen. De onlangs gestarte campagne van Young & United, een initiatief van de FNV, om jongeren vanaf 18 een normaal, volwassen loon te betalen in plaats van het onredelijke lage jeugdloon, is een goede en bemoedigende eerste stap in die richting.

Rodrigo Fernandez is als financieel geograaf verbonden aan de KU Leuven en is onderzoeker bij Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO).

Geef een reactie

Laatste reacties (205)