1.385
26

Auteur

Mineke Schipper is hoogleraar Interculturele literatuurwetenschap in Leiden. Naast drie romans schreef ze tal van boeken op haar vakgebied. Voor haar over de hele wereld vertaalde 'Trouw nooit een vrouw met grote voeten' kreeg zij in 2005 de Eurekaprijs. Onlangs verscheen haar boek over scheppingsmythen 'In het begin was er niemand. Hoe het komt dat er mensen zijn'.

Van Amsterdam naar Marokko en terug

Op weg van Amsterdam naar Marokko zat ik in het vliegtuig naast een energieke Nederlandse vrouw van Marokkaanse afkomst. We raakten aan de praat, over de belangrijke rol van moeders.

Toen ze getrouwd was en haar man achterna kwam naar Nederland was ze analfabeet, maar ze had hier meteen haar kans gegrepen om zo snel mogelijk te leren lezen en schrijven. Ze sprak behoorlijk Nederlands en had, aanvankelijk tegen de zin van haar man, doorgezet en een leuke baan gevonden.

In Casablanca moesten we zes uur wachten op de aansluiting naar Fez en ze vertelde mij uitvoerig hoe zij de Marokkaanse integratie in Nederland beleefde. ‘In het Arabisch zeggen we “Als een dochter geboren wordt, huilt de drempel veertig dagen” en we zeggen ook: “Een meisje blijft een bron van narigheid, zelfs al is ze een koningin op een troon.” Vandaar dat zwangere vrouwen tot de Profeet bidden om een zoon. Toen de moeder van mijn man stierf, was hij zo wanhopig dat hij van het balkon wilde springen. We moesten hem vasthouden om dat te verhinderen. Hij herhaalde steeds: “Nu heb ik niemand meer.” Nou ja, hij had mij en de kinderen, maar wij telden op dat moment totaal niet mee!’

‘Onze moeders zijn zo gek op hun zonen dat ze al hun fouten goedpraten, zodat die jongens gaan geloven dat ze nooit fouten maken. Alles hoort voor ze klaar te staan in het leven. Doordat die knulletjes als klein kind zo in de watten gelegd zijn, worden ze kwetsbaar. Ze leren van hun moeders niet om zelf de handen uit de mouwen te steken. Met andere woorden, het probleem begint bij hun eigen moeders. Ik heb het daarom anders aangepakt. Mijn kinderen, twee jongens en twee meisjes, gaf ik huishoudelijke taken, van jongs af aan. Ze stofzuigen, maken hun eigen bed op en wassen af. Dat vinden ze heel gewoon, ook al verbazen sommige Marokkaanse buren zich erover dat mijn jongens die dingen ook moeten doen.’

‘Ik ben ook lang geleden begonnen om de Marokkaanse mannen in mijn omgeving op te voeden. Ik geef je een voorbeeld. Ik zit bij een vriendin koffie te drinken en haar verwende zoontje heeft de autosleutels van zijn vader weggemaakt. De vader komt binnen, vindt de sleutels niet en geeft zijn vrouw een klap. Dan sta ik op, geef hem een klap en zeg: “Denk erom dat je dat nooit meer doet. Als je nog één keer je vrouw slaat, ga ik naar de politie, want dat is bij de wet verboden in dit land.” Hij heeft zijn vrouw nooit meer geslagen en we zijn toch goede vrienden gebleven. Denk nooit, zeg ik tegen iedereen die het horen wil, dat dingen niet kunnen veranderen.’ 

Zo kan iedereen een beroep op de wet doen die geen burger afrekent op zijn of haar herkomst. De grenzen tussen ‘eigen’ en ‘vreemd’ verschuiven op verrassende manieren voor wie er oog voor heeft. 

Mineke Schippers meest recente boek is ‘In het begin was er niemand. Hoe het komt dat er mensen zijn’.

Geef een reactie

Laatste reacties (26)