3.892
92

Coördinator Platform Minima Organisaties

Kinga Visser is coördinator van Stichting Platform Minima Organisaties Haarlem en bestuurslid van Paleis van de Verdraagzaamheid.

Van armoede kan je geen vrij nemen

De gemeente Amsterdam maakte per ongeluk duizenden euro's over aan minima. Wat zou er gebeuren als zij het geld hadden mogen houden? 

Vorige maand bleek dat de gemeente Amsterdam bij het uitkeren van een woonkostenbijdrage aan minima veel hogere bedragen uitbetaalde dan de bedoeling was. Het betrof hier niet een paar tientjes, maar duizenden euro’s per persoon. Amsterdammers in de bijstand keken met ongeloof naar het bedrag op hun rekening: een honderdvoud van de normale bijdrage was bijgeschreven, dus bijvoorbeeld niet 155 euro, maar 15.500 euro.

‘Blunder maakt minima rijk’ kopte menige krant en de gemeente zette alles op alles om het geld terug te halen. De reacties her en der logen er niet om, het terughalen van het geld was van groot belang want de minima zouden het direct verbrassen. Arme mensen zijn immers dom, ja zelfs onverantwoordelijk. Anders zouden ze niet arm zijn, toch?

Ondertussen heeft de verantwoordelijke wethouder min of meer zijn politiek vege lijf  gered, crisisteams kwamen bij de mensen thuis langs om het geld terug te halen (hoe “achter de voordeur” kan je het hebben?) en van de vermiste 188 miljoen ontbreekt nog 4 miljoen. En toch, een vraag blijft hangen.

Stel nou dat de minima het geld hadden mogen houden? Wat zou er dan gebeuren?

Gratis geld
Eerder vorig jaar verscheen een artikel in De Correspondent over sociale experimenten waar mensen met een minimuminkomen gratis geld kregen om te kijken wat voor een effect het had op de kwaliteit van hun leven.  Als voorbeeld wordt een klein experiment opgevoerd met 13 daklozen in Londen. Alle 13 kregen een pot geld en begeleiding. Zij  mochten zelf aangeven wat zij wilden doen van het geld. Moraal van het verhaal is dat 11 van de 13 een grote stap vooruit maakten. Een baan, een huis en ook weer contact met hun familie (een netwerk, om in participatietermen te blijven). Er was uiteraard wat begeleiding nodig, want na veertig jaar op straat leven kan een dergelijk ommezwaai in je levensstijl wel wat paniekaanvallen opleveren.

Een ander voorbeeld is het  experiment genaamd Mincome in Canada, begin jaren zeventig. De 13.000 inwoners van het dorp Dauphin, die eerst elk dubbeltje moesten omdraaien, werden voorzien van een basisinkomen dat de geldzorgen wegnam. Hordes wetenschappers vertrokken erheen om te kijken wat er zou gebeuren. Nog voordat men het experiment kon analyseren, werd door een nieuwe conservatieve regering de stekker eruit getrokken. Te duur, te belachelijk.

Pas in 2009 heeft een wetenschapster zich op alle bewaarde gegevens gestort, met verbluffende conclusies. In het dorp studeerde men sneller en beter af, schoolprestaties verbeterden, ziekenhuisbezoeken daalden, kostwinnaars bleven gewoon werken, er waren minder huiselijk geweld en psychische problemen, kortom de inwoners werden gezonder en dat effect werkte door in de latere generaties.

De discussie over gratis geld of een basisinkomen steekt her en der weer de kop op, maar wordt meestal sceptisch benaderd. Onlosmakelijk ligt de gedachte ten grondslag: arme mensen zijn en blijven arm omdat ze dom zijn en daarom slechte beslissingen nemen. Arm zijn is een gevalletje “eigen schuld, dikke bult.”

“Nee”, schrijven Sendhil Mullainathan en Eldar Shafir in hun boek ‘Schaarste’.

“Het falen van de armen is onlosmakelijk verbonden met het ongelukkige feit dat ze arm zijn. Onder deze omstandigheden zouden wij allemaal falen.

Schaarste neemt bezit van het denken
Bij onderzoek naar armoede wordt meestal alleen gekeken naar de materiële omstandigheden, maar wordt het psychologische aspect vaak genegeerd. In hun boek stellen Mullainathan en Shafir dat schaarste, ongeacht tijd of geld, een unieke psychische gesteldheid opwekt, namelijk tunnelvisie, gebrek aan speelruimte en een afname van de cognitieve capaciteit.  

Als iemand een groot deel van de ruimte in zijn hoofd – zij noemen dit ‘bandbreedte’ – besteedt aan schaarste, vermindert de denkkracht voor andere dingen. Deadlines of geldgebrek kunnen mensen vindingrijk of doelgericht maken. Maar uit recent wetenschappelijk onderzoek blijkt dat schaarste ook voor blinde vlekken zorgt en zelfs het denkvermogen beperkt. In uiteenlopende experimenten tonen de auteurs aan dat iemands intelligentie drastisch daalt als hij bijvoorbeeld geldzorgen heeft. Als iemand schaarste ervaart blijkt zijn IQ met 14 punten te dalen. Anders gezegd: schaarste grijpt je aandacht en laat minder ruimte over om aan andere dingen te denken.

De welvarende mensen met teveel projecten en deadlines (tijdschaarste) hebben nog altijd wel de keuze en vrijheid om tijd in te kopen. Geld is inwisselbaar om deze vorm van schaarste te bestrijden. Je huurt iemand in om je huis schoon te maken, je kan een maaltijd laten bezorgen of je neemt vakantie. Die keuze en vrijheid fungeren als een soort van veiligheidsklep.

Van armoede kan je echter niet zomaar vrij nemen. Iemand met een minimuminkomen kan niet op een dag besluiten om even voor een tijdje niet arm te zijn. In die situatie vervalt de veiligheidsklep en zijn de gevolgen op langere termijn funest: vergeetachtigheid, slapeloosheid, uitholling van de zelfbeheersing, minder vermogen om nieuwe informatie te verwerken en meer moeite met het aanleren van nieuwe vaardigheden. Stuk voor stuk zaken die juist nodig zijn om weer op lange termijn te kunnen denken en wel “verstandige” beslissingen te kunnen nemen.

De eerder genoemde sociale experimenten onderschrijven dit. De daklozen kozen voor nieuwe tanden of een cursus, zaken die bijdroegen naar een significante verbetering van hun leefsituatie. Keuzes die zij niet zouden maken of konden maken toen ze geen geld hadden. De angst dat er geld over de balk wordt gesmeten, sluiten de experimenten met een basisinkomen ook al uit.

Bij het bepalen van armoedebeleid zou men eigenlijk meer naar de psychologische aspecten moeten kijken en er beducht op zijn dat de interpretatie van de problematiek niet gekleurd wordt door vooroordelen of een negatief stereotype van de “armen”.

Armoedevrij
In dat opzicht heeft de gemeente Amsterdam zichzelf een unieke kans ontzegd. In het licht van de bovengenoemde onderzoeken, hoe vernieuwend en verstandig zou het wel niet zijn geweest als de wethouder tegen de minima had gezegd: “Houd het geld maar! Jullie krijgen wel professionele begeleiding, want jullie schrikken je natuurlijk nu helemaal een hoedje, maar ga je gang! Kom uit de schulden. Pak die cursus of studie op. Breng je kind naar de opvang zodat jij wel die baan kan nemen. Doe! Leef! En maak je voorlopig even geen zorgen over geld en de eindjes die maar niet aan elkaar geknoopt kunnen worden.” Het zou interessant zijn hoeveel minima na een jaar uit de problemen zouden zijn.

Kinga Visser is coördinator van Stichting Platform Minima Organisaties Haarlem en bestuurslid van Paleis van de Verdraagzaamheid. Dit opiniestuk verscheen eerder op de website van PMO en op Amsterdam Centraal, was geadresseerd aan Haarlemse politici, maar gaat net zo goed op voor Amsterdam.

Geef een reactie

Laatste reacties (92)