1.550
6

Dichter, acteur

Ramsey Nasr (1974, Rotterdam) is dichter/schrijver, acteur en regisseur. In 2000 debuteerde hij als dichter met de bundel 27 gedichten & Geen lied, die werd genomineerd voor zowel de C. Buddingh’-prijs als de Hugues C. Pernath-prijs. Hij werd in 2005 benoemd tot stadsdichter van Antwerpen. In de vele artikelen en opiniestukken die hij voor de Nederlandse en Vlaamse media schreef, laat Nasr zich kennen als een man met vele passies. Ze bestaan uit een liefde voor kunst – klassieke muziek, toneel, poëzie – alsook een grote betrokkenheid bij de hedendaagse politiek. Van 27 januari 2009 tot 2013 was Nasr de Dichter des Vaderlands.

Van de Herengracht tot aan Istiklal

Een smartlap

In het kader van de vieringen rond 400 jaar Turks-Nederlandse betrekkingen werd op zaterdag 23 juni 2012 Het Grote Levenslied Festival georganiseerd in Amsterdam. Dichter des Vaderlands Ramsey Nasr schreef een tekst voor een nieuwe smartlap, die op deze avond ten gehore werd gebracht door Turkse en Nederlandse musici. Compositie: Murat Opus.

Zeg eens, canim sevgilim

worden onze kastanjes nog altijd verkocht?
Zet jij soms onze voetstappen nog
in Üsküdar, Eyüp en Taksim?
En verder, lieveling, leef je nog?

Zeg me, canim bitanem

nu alle straten zijn achtergelaten
is het waar dat de stad nog maar
een lege echo is van ons samen
nu jij de resten hebt weggevaagd?

Zeg me

zwemt er nog vis onder de brug
tussen Galata en Eminönü?
Klopt het dat ook daar, onder water
al je doodsheid om zich heen grijpt nu?

Ik wandel op en neer met mijn lief
van de Herengracht tot aan Istiklal.
Ik had me een gapende kloof voorgesteld
maar alles versmelt – alleen jij niet.

Zeg me dan iets, zeg , sms me:
wat moet ik in godsnaam doen
om nog een letter te ontvangen
in Amsterdam vanuit Istanbul?

Zeg het me, want ik wacht al zo lang
misschien was je bang, ging alles te snel 
misschien is een liefde op afstand voor jou
wel helemaal niets – maar voor mij wel.

Ik wandel op en neer met mijn lief
van de Herengracht tot aan Istiklal.
Ik had me een gapende kloof voorgesteld
maar alles versmelt – alleen jij niet.

Nog altijd wandel ik hele dagen
hand in hand, heen en weer
over de Istiklal met mijn lief
waar ik de tram, alle mensen, negeer

waar ik al wandelend niets wilde zijn
dan een tric-trac-spel voor onze vingers
waar we rondgingen met handen, lippen
om onze afstand tot nul af te dingen.

Kom, sevgilim, loop met mij
nog één maal door je doodstille stad.
Kom naar de Boğaz voor simit en çay.

Kom, hou me vast
voor de nacht, voor de zwarte
nacht als een brand bij ons binnenwaait.

Ik wandel op en neer met mijn lief
van de Herengracht tot aan Istiklal.
Ik had me een gapende kloof voorgesteld
maar alles versmelt – alleen jij niet.

Geef een reactie

Laatste reacties (6)