761
6

Journalist

Arjan van Bijnen studeerde journalistiek in Tilburg en kwam vervolgens te werken bij opeenvolgend VNO-NCW, het ministerie van Economische Zaken, Sprout en Veronica Magazine. Momenteel richt hij zich op een studie bedrijfswetenschappen aan de Open Universiteit en aan zijn tekst- en mediamanagementbedrijf AVB Writing. (www.avbwriting.nl)

Van een taboe op anti-pestmaatregelen wordt niemand wijzer

7 non-argumenten die het taboe op pesten in stand houden

Nog even over pesten. Want het onderwerp dreigt alweer van de borreltafel te verdwijnen, nadat de ouders van Tim Ribberink, die zichzelf doodde na een leven vol pesterijen, het land op zijn kop zetten met hun gedurfde rouwadvertentie.

Nadat de rouwadvertentie heel het internet over was geweest ging het, zoals bij elke discussie die in Nederland losbarst, al gauw alleen nog maar over de toon. Over de column van Luuk Koelman, over de hypocrisie van GeenStijl, over het nut van zelfmoord en over allerlei andere zaken die afleiden van waar het eigenlijk om ging: pesten.

Elk excuus wordt aangegrepen om het vooral niet over pesten te hebben. Het is ook geen leuk onderwerp. Immers, in zo’n discussie wordt iedereen met zichzelf geconfronteerd: gepesten schamen zich vaak, pesters zouden zich moeten schamen. Het alle lariekoek verklaren die menig commentator – in de commentsecties bij artikelen of gewoon officieel, in de krant – opvoert om het onderwerp dood te zwijgen.

Zeven veelgelezen dooddoeners die het taboe in stand houden:

Pesten is van alle tijden
Klopt als een zwerende vinger. En dan? Oorlog. Van alle tijden. Honger. Van alle tijden. Discrimatie. Van alle tijden. Zullen we het daar ook maar niet meer over hebben? Pesten is wellicht niet volledig uit te roeien, maar reduceren lijkt me ook de moeite waard.

Pesten hoort erbij
Bij het opgroeien, wordt hier bedoeld… Een romantisch idee. De protagonist van bijna elk verhaal doorstaat een veelvoud aan ontberingen zoals pesterijen, mishandeling, oorlog of ziekte, op weg naar het glorieuze einde. Pesten is een standaard-ingrediënt van coming-of-age verhalen, en broertjes en zusjes pesten elkaar ook altijd. Eigenlijk ben je pas iemand als je gepest bent, en iedere goede ouder zorgt er dan ook voor dat zijn kind flink getreiterd wordt. Want waarom zou een ouder zijn kind zo’n belangrijk onderdeel van het opgroeien willen ontzeggen? Of denkt u soms dat het zich ook wel zonder kan ontwikkelen?

Het slachtoffer vraagt er vaak ook wel een beetje om
Als je gepest wordt, heeft dat grote invloed op hoe jij je opstelt ten opzichte van andere mensen. De een wordt behaagziek, de ander wantrouwig; de een probeert zich te verstoppen voor de wereld, de ander creëert een schild van provocatie om zich achter te verschuilen. Niemand is nog ‘lekker zichzelf’ nadat hij lange tijd gepest is. Dat levert (jong-)volwassenen op die geen normale sociale relaties aan durven gaan, die hier ook niet in bedreven raken. Die mensen zie je toneelstukjes uitvoeren van hoe zij denken dat het hoort, want ze willen wel graag deelnemen aan het sociaal verkeer. En dat lukt dan steeds net niet. Het tragische is dat dit gedrag vaak weer nieuwe pesterijen oplevert.

Het is een proces van natuurlijke selectie
Inderdaad, uitsluiting van afwijkende dieren zien we in het dierenrijk ook terug. Maar waar evolutie zich doorgaans op specialisatie richt, ligt dat bij de mens toch wat anders.

Zo kent het recht van de sterkste, in het dierenrijk ook al geen rotsvast gegeven, bij mensen vele verschillende invullingen. Fysieke kracht heeft stevige concurrentie van bijvoorbeeld economische en sociale kracht en natuurlijk intelligentie. De leider van een gemeenschap is dan ook meestal niet degene die de sterkste is, maar diegene die door de rest van de groep het meest geschikt wordt bevonden. Of de groep daar perfect toe in staat is, kun je betwisten. Toch heb ik liever Mark Rutte dan Badr Hari als minister-president.

Mensen, zowel als soort als binnen maatschappelijke constructies, hebben, in tegenstelling tot de meeste diersoorten, baat bij veel variatie. Moeder natuur heeft ons niets indrukwekkends gegeven, behalve een stel hersenen waarmee we de concurrentie met de andere beesten aan konden gaan. Een concurrentiestrijd die we ruimschoots gewonnen hebben, met alleen onszelf als reële natuurlijke vijand. Die strijd wonnen we door steeds af te wijken van wat we al deden. Van de holbewoner die als eerste een wapen maakte tot de wetenschappers die het internet oprichtten, de ontwikkeling van de mens heeft het nooit moeten hebben van de status quo.

Alle vooruitgang heeft geleid tot maatschappijen die gebaat zijn bij een gevarieerde populatie. De briljante wetenschapper is nodig, net zoals de slimme technicus, de bescheiden kassajuffrouw, het moeke dat op de buurkinderen past, de rechtvaardige leraar, de boer die het leven graag eenvoudig houdt en de kunstenaar voor wie het nooit groots en meeslepend genoeg kan zijn. We zijn dus als soort gebaat bij het bestaan van buitenbeentjes. Misschien pesten we inderdaad vanuit een natuurlijke selectiebehoefte. Maar het moge duidelijk zijn dat de menselijke evolutie er niet bij gebaat is.

Maatregelen helpen toch niet
Maatregelen werken wel degelijk. Maar het is wel mensenwerk. Het lastige is natuurlijk dat iemand beleid wil maken en dan geldt ‘one size fits all’. En zo werkt dat natuurlijk niet. Dat is geen reden om pestgedrag maar op zijn beloop te laten. Er zijn verschillende beproefde methodes(.pdf) die leerkrachten of andere  begeleiders kunnen toepassen. Misschien werkt een gekozen methode onvoldoende. Dan zijn er genoeg alternatieven. Ze niet uitproberen is een kwestie van onwil.

Je moet het slachtoffer weerbaarder maken
Alles om de daders buiten schot te houden… Niettemin is het belangrijk om bij het aanpakken van pestgedrag óók te werken aan de weerbaarheid van het slachtoffer. Arthur Japin schreef in de Volkskrant: “Het treft de gevoelige kinderen. Kinderen die anders reageren dan de anderen, die er anders uit zien, die niet geleerd hebben hard te reageren.”

Dat alsnog leren is op het cruciale moment nauwelijks mogelijk. Probeer maar eens aan je zelfvertrouwen te werken in dezelfde periode dat je door iedereen in je omgeving wordt uitgekotst en aangevallen. Een gepest kind kan niet zomaar een opgewekt, weerbaar kind worden. Vergelijk het met proberen tot rust te komen terwijl mensen de hele tijd in je oor tetteren. Simpelweg geen optie. Dus ja, help het slachtoffer zichzelf beter te verdedigen. Maar besef dat dit pas zin heeft als het slachtoffer dit kan leren in een veilige situatie. Zonder de pesters aan te pakken bereik je dus niets met judolessen voor het slachtoffer.

Ik ben er sterker uitgekomen
Onder de vele discussies die online losbarstten, opperde vaak iemand dat hij/zij er ‘sterker uit is gekomen’. Soms gaat het vergezeld van iets als ‘na therapie’ of ‘ik heb me er heel lang slecht onder gevoeld’. Ik wil deze voormalig pestslachtoffers van harte feliciteren met hun overwinning. Maar ik plaats wel vraagtekens bij hun motivatie om dit op te schrijven. Het argument wordt namelijk gebruikt om het er vooral niet over te hebben.

De schade die pesterijen en uitsluiting toebrengen, verschilt per individu en per situatie. Maar bij iedereen levert het emotionele littekens op. Sommige mensen blijken gelukkig in staat om, al dan niet met hulp van een kundige psycholoog, zichzelf over hun trauma heen te zetten. Een enkeling zet zich er zonder problemen zelfstandig overheen, zodra de situatie verandert. Sommigen zijn er zo aan gewend geraakt dat ze het niet eens meer opmerken.

Zelf ben ik eigenlijk maar één jaar gepest, maar ik kan je verzekeren dat de subtiele nasleep van dat jaar decennialang door etterde. Of ik er sterker uit ben gekomen? Tja, dat is moeilijk te zeggen. Sterker ten opzichte van wat? Er bestaat geen kloon van mij die nooit is gepest, dus ik moet u het antwoord schuldig blijven.

Wat ik wel weet: ik heb er jaren over gedaan om weer een beetje mezelf te durven zijn. Ik weet ook dat ik nog altijd slecht tegen kritiek kan, me argwanend opstel tegen vreemden, flink zenuwachtig kan worden van grote mensenmassa’s en veel onzekerder ben dan ik op objectieve grondslagen kan verantwoorden. Ik heb een flinke achterstand opgelopen die ik nu pas aan het inhalen ben. Kan ik functioneren? Absoluut, en het gaat erg goed met me, dank u. Daar heb ik wel keihard voor moeten werken en dat moet ik nog steeds. Op welke wijze een pestverleden tot een sterker karakter zou moeten leiden is mij dan ook een raadsel. Ik vrees dat dit bemoedigende argument niets meer is dan wishful thinking.

Van een taboe op anti-pestmaatregelen wordt niemand wijzer. Pesten beschadigt mensen, met alle gevolgen van dien. De hierboven genoemde ‘argumenten’ zijn niets meer dan smoesjes, bedoeld om de voor velen confronterende discussie in de kiem te smoren. Maar die discussie moeten we juist wél voeren. In een beschaafde samenleving treden we op tegen pestgedrag. Op school, in het bejaardentehuis, op de werkvloer, op straat. Dat is niet altijd makkelijk, maar het kán wel.

Geef een reactie

Laatste reacties (6)