Laatste update 22 juli 2016, 12:26
1.354
21

Universitair hoofddocent, UvA

Joost van Spanje is universitair hoofddocent politieke communicatie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is gespecialiseerd in onderzoek naar de reacties van de gevestigde orde op nieuwe politieke partijen. Dit omvat juridische reacties (bijv. strafvervolging), politieke reacties (bijv. cordons sanitaires) en media-reacties (bijv. doodzwijgen). Joost is winnaar van de Jaarprijs Politicologie 2010, van een NWO Veni-onderzoeksbeurs in 2012 en van een NWO Vidi-onderzoeksbeurs in 2015.

Van “Marx” Rutte tot de boycot van Janmaat

Hoe vaak komt repressie van partijen door journalisten voor? 

“Van het uitsluiten van Hans Janmaat, weliswaar in opdracht van de NOS-bazen, heb ik tot op de dag van vandaag spijt.” In een openhartig stuk op deze website schrijft journalist Paul Sneijder dat hij het Tweede Kamerlid Hans Janmaat opzettelijk heeft genegeerd. Janmaat was in 1982 de enige partijleider aan wie de gelegenheid werd ontzegd om te reageren op de Troonrede. Enerzijds is dat geen nieuws: Janmaat werd door alle journalisten stelselmatig doodgezwegen. Anderzijds is het schokkend: media die bepalen dat we een politicus nooit zien. Nog schokkender: hoe vaak repressie van partijen door journalisten voorkomt is onbekend.

Hoog tijd voor onderzoek. Media-repressie van partijen druist immers in tegen alle gangbare ideeën over de rol van massamedia in een democratisch stelsel. Repressie neemt vaak de vorm aan van doodzwijgen, ridiculiseren of stigmatiseren. Of alle drie, zoals in geval van Janmaat. Als hij al in de media kwam, dan werd hij ofwel niet serieus genomen ofwel bestempeld als extreemrechts. Na Janmaats neergang werd een andere politicus mikpunt van wat sommigen repressie noemen: Pim Fortuyn. Berucht is de column in Trouw van Matty Verkamman, die de “vuile, kale nepprofessor” toewenste: ik hoop dat je “in die dark room van je zo gauw mogelijk aids krijgt”.

Terecht of niet, zowel Janmaat als Fortuyn klaagden steen en been over hun behandeling door de media. Ze waren niet de enigen. Rita Verdonk en Jan Nagel gaven de media de schuld van verkiezingsnederlagen. De PVV stelde zelfs Kamervragen over NRC Handelsblad, “een politiek-correct blad dat een lofzang brengt op de multiculturele samenleving”. Het is van alle tijden. In 1952 schreef de Communistische Partij (CPN) over “de gevestigde orde”: “Hun pers, radio, films (…) geven het communisme de schuld van alle ellende, waaronder de eenvoudige mensen thans gebukt gaan.” Daarna werd de CPN uitgesloten van de Zendtijd Politieke Partijen op radio en TV.

Ook in andere Europese landen zijn er voorbeelden van (vermeende) media-repressie. De anti-immigratiepartij ‘Zwedendemocraten’ is in de jaren ’90 door Zweedse kranten genegeerd. De Duitse krant Bild keerde zich toen ook tegen een anti-immigratiepartij, de Republikaner. In een niet-aflatende stroom van negatieve publiciteit werd de partijleider steevast aangeduid met “Führer”. Ook Engelse tabloids staan bekend om hun onversneden haatcampagnes, vooral in verkiezingstijd. Als politicus moet je die tabloids wel te vriend houden. In 2012 volgde De Telegraaf hun voorbeeld met campagnes tegen de SP (voor de verkiezingen) en tegen “Marx” Rutte erna.

Het omgekeerde verwijt, te veel of te rooskleurige media-aandacht voor een politicus, komt ook voor. Dit is wel gezegd over Diederik Samsom en Geert Wilders. In 2012 had Samsom over gebrek aan belangstelling niet te klagen en werd hij bij DWDD mild aangepakt. Wilders heeft in 2010 veel aandacht gekregen en is bijvoorbeeld door Merel Westrik in 2012 niet al te stevig ondervraagd. Een buitenlands voorbeeld is de grootste krant van Oostenrijk, Kronen Zeitung. Deze steunde wijlen Jörg Haider door dik en dun en lanceerde een campagne ter ondersteuning van Haider nadat hij problemen kreeg door positieve uitlatingen over Nazi-Duitsland in 1991.

Welke partijen worden er bij volgende verkiezingen structureel bevoordeeld of benadeeld? Moeilijk te zeggen. Zoals De Telegraaf het SP-imago probeerde te beïnvloeden, zo kunnen linkse media proberen de reputatie van de PVV te besmetten met het rechtsextremisme van sommige aanhangers, of met het dubieuze verleden van Vlaams Belang of Front National. Groter is de media-invloed bij kleine en nieuwe partijen. Bij die partijen bepalen de media sterk het beeld dat kiezers ervan hebben. 50Plus en Hero Brinkmans partij in oprichting – ze kunnen op uiteenlopende manieren worden geframed. In sommige gevallen kunnen media een partij maken of breken.

Paul Sneijder is bepaald niet de enige journalist die een bedenkelijke rol heeft gespeeld. De groepsdruk zal groot geweest zijn. Als hij Janmaat destijds het woord had gegeven, dàn was hij de enige geweest. Zijn carrière had er vervolgens minder glanzend uitgezien. Hetzelfde geldt voor een journalist die het in de jaren ’50 in zijn hoofd zou hebben gehaald om de CPN fair te behandelen. Is er nu ook groepsdruk? Komt media-repressie momenteel in Nederland voor? Om dat te weten te komen moet in kaart worden gebracht hoe journalisten, columnisten en commentatoren elke partij benaderen. Een mooi begin van onderzoek dat de media een spiegel voorhoudt.

Lees hier het artikel van Paul Sneijder terug: Europa is niet gediend met slappe knieën

Geef een reactie

Laatste reacties (21)