Laatste update 12:28
2.105
25

freelance (eind)redacteur voor onder meer NRC en de Nederlandse Boekengids

Joey de Gruyl is freelance (eind)redacteur voor onder meer NRC en de Nederlandse Boekengids en studeerde aan het Institute for Logic, Language & Computation af op causale interpretaties van statistische modellen

Van twijfel (geen) sprake

Complotdenkers, dat zijn zij: die eeuwig onweldenkende ander.

‘De vlammen sloegen nog niet uit het dak van de Notre-Dame of de eerste samenzweringstheorieën gingen al rond’, schrijft de Volkskrant in mei. Is het complotdenken in opkomst? Het is vaste prik bij virusuitbraken, lijkt de krant zichzelf te beantwoorden. Maar hoe ‘wapen’ je je daartegen? Nou, niet met voorlichting en bewustwording, essayeert Bas Heijne in NRC. De complotdenker baseert zich namelijk op onderbuikgevoel. Kan zelfs een psychose toegedicht worden, opinieert Jelle Havermans hier op Joop. Heeft krankzinnige opvattingen, weet het Parool. En laten we die opvattingen nu net vaker vinden op de nationalistische flanken, schrijft Trouw, dat het Kieskompas inschakelde om het verband te leggen tussen politieke kleur en het geloof in samenzweringstheorieën.

Het is slechts een selectie van wat er de afgelopen tijd verscheen over het onderwerp, maar het toont een trend. Het denken en schrijven over complottheorieën is inherent gepolitiseerd. Complotdenkers, dat zijn zij: die eeuwig onweldenkende ander. De ratio – die komt ons toch immers toe?

Nou, nee. Het is naïef om het complot te politiseren, het fenomeen slechts te duiden in sociale en culturele context en daarbij en passent af te doen als onware onzin. Het leidt bovendien af van een belangrijke vraag die niemand nu lijkt te stellen: wat is een complot? Waar begint ze, waar houdt ze op?

Het simpele argument is dat het complot een foute weergave van de werkelijkheid is: aantoonbaar onjuist, en daarmee de moeite van het aanhoren niet waard. Dat mag zo zijn – en is ook vaak zo – maar het veronderstelt te gemakkelijk dat er zoiets bestaat als een ‘juiste weergave’. Het eerlijke antwoord is: we weten het vaak niet. En zelfs als we wel denken te weten hoe het allemaal in elkaar steekt, is het nog maar de vraag of we ook bij die waarheid kunnen komen. Het bestaan van de statistiek spreekt boekdelen: we kunnen vaak niet bij de werkelijkheid. En dus benaderen we haar, op basis van wat we denken te weten.

cc-foto: Peter H

We weten het dus niet
De zinnige vraag lijkt me dus niet ‘waarom zit de complotdenker fout?’, maar ‘waarom gelooft hij wat hij gelooft?’ Die vraag hangt niet samen met de waarheid van een theorie, maar bevraagt vooral de geloofwaardigheid van het argument als geheel. Geen ‘complotdenker’ zal beweren in samenzweringen te geloven – voor hem is het namelijk geen complot, maar een aannemelijke conclusie die volgt uit een veronderstelde samenhang gezien in de beschikbare informatie. Dat heeft een naam, en die luidt abductie. Kort samengevat: een abductief argument bevat een conclusie die volgt uit incomplete informatie. Die informatie is zelf niet zozeer incompleet, maar het abductieve argument noodzaakt een verklaring die niet besloten ligt in die informatie. Wie een nat wegdek verbindt aan regenval, redeneert abductief. Immers: niets aan het feit dat de straat nat is, legitimeert de conclusie dat er regen viel. Het is slechts een vrij aannemelijke verklaring. Is dat dan een complot? Nee. Sterker nog: abductie is alomtegenwoordig en vaak onproblematisch.

Zwarte gaten? Abductie. Statististische hypothesen? Abductie. Evolutietheorie? Abductie. Zijn dat illegitieme verklaringsmodellen voor een lastig te vatten werkelijkheid? Nee. Abductie blijkt doorgaans bijzonder instrumenteel. Het brengt ons tot verklaringsmodellen waar de data dat niet doen. Laat dat nu net de kern van het complotdenken zijn.

Abductie gaat vaak samen met de eenvoud van de verklaring. Waarom is regen een goede kandidaat om een natte straat te verklaren? Omdat het, gegeven de informatie, de simpelste verklaring is. Op gelijke voet: de evolutieleer is een relatief eenvoudige verklaring om de ontwikkeling van soorten te duiden over een grote tijdspanne. Maar het blijkt als theorie niet toereikend om het ontstaan van nieuwe genetische defecten te verklaren. Ik denk dat weinigen zullen betogen dat de hele theorie met zo’n tegenvoorbeeld de prullenbak in kan. Waarom verlangen we dat dan wel van iemand die gelooft dat 9/11 een inside job was? Is het ‘slachtofferen’ van je eigen volk niet een veel eenvoudigere verklaring voor de inval in Irak dan de complexe geopolitieke realiteit die eraan ten grondslag lag?

We weten dus niet wat een complot is
De vraag lijkt me dus: waarom mag de wetenschapper zich van abductie bedienen, maar de complotdenker niet? Omdat de laatste fout zit, hoor ik u zeggen. Maar wanneer zit men dan fout? Het complot is niet zwart of wit, waar of onwaar. Ook complotten komen in gradaties. De een plausibeler dan de ander. Een kritische houding tegenover een nieuw vaccin staat niet op gelijke voet met een geloof in aliens, hoewel beiden op abductie berusten.

Het debat over complotten moet worden opengebroken, gedepolitiseerd. Niemand is gebaat bij een debat dat stukloopt op wij-zij-denken. Het is de abductie die aan het complot ten grondslag ligt die bevraagd moet worden. Wat is de aard van het complot? Waar begint het, waar houdt het op? Wat zijn de grenzen van abductie?

In zoverre we onszelf helder denken toedichten, zou die vraag het startpunt moeten zijn. NRC-columnist Wouter van Noort doet alvast een voorschotje.

Geef een reactie

Laatste reacties (25)