3.300
34

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Vandaag, 100 jaar geleden

'Dat zelfvoldane, dat meewarige, heeft Nederland nooit meer verlaten. Het idee dat dit land de dwaze wereld ten voorbeeld strekt'

Vandaag, honderd jaar geleden was het ook drukkend warm. De donderbuien die de vorige dag duizenden socialisten op een vredesbijeenkomst in Den Haag een nat pak bezorgden, hadden uiteindelijk geen verkoeling gebracht. Nu was er nieuw noodweer onderweg. Wie er verstand van had, zoals veel boeren, kon aan de veertjes in de lucht zien dat het niet droog zou blijven. Maar dat was de minste zorg.

Vandaag zijn de wegen naar het strand verstopt. Er heerst rust in het land ondanks de berichten uit Gaza, die de rest van het verontrustend nieuws uit het Midden-Oosten hebben verdrongen. En ondanks de verscherpte relatie met Rusland, naast de Verenigde Staten nog steeds de enige atoommacht met genoeg potentieel om het leven op aarde vernietigen. De experts die met licht bewapende bescherming naar stoffelijke overschotten zoeken in de Oost-Oekraïne horen het kanongebulder van de burgeroorlog in de verte, terwijl zij zien hoe de bevolking van naburige dorpjes de wijk neemt. Gelaten neemt men in Nederland van dit alles kennis.

Paniek
Honderd jaar geleden was de sfeer wel anders. De stemming in Nederland grensde aan paniek. Wat niemand voor mogelijk had gehouden, was toch gebeurd: oorlog. Rusland en Frankrijk samen tegen de beide keizerrijken Duitsland en Oostenrijk-Hongarije. Het Britse kabinet was in spoedzitting bijeen. Italië, dat eigenlijk een bondgenoot van Duitsland was, leek zich buiten het conflict te willen houden. Het was maandagochtend en overal in Nederland moesten bazen en baasjes op de fabrieken, kantoren en werkplaatsen een groot probleem oplossen: de lege plekken. Het personeel was opgeroepen voor de militaire dienst, daardoor konden opdrachten niet worden uitgevoerd.

Bij grote bedrijven waren stremmingen in de productie. Grensarbeiders uit de Achterhoek die naar hun fabriek gingen in het Duitse Emmerich moesten onverrichterzake terugkeren: de weg was afgeloten met prikkeldraad en tonnen die met stenen waren gevuld. De regering had de algemene mobilisatie afgekondigd. Dienstplichtigen dienden zich onverwijld te melden. Op zondag was het merendeel van de treinen voor het vervoer naar de kazernes en andere verblijfplaatsen gereserveerd. Vandaag – 3 augustus – waren de stations voor het vervoer van burgers gesloten, behalve voor leden van de Staten Generaal op weg naar Den Haag. Ook het goederenvervoer lag stil maar zou de volgende dag langzaam maar zeker weer worden hervat.

Enthousiasme
Elders in Europa was het feest. Na de eerste schok had een enorm enthousiasme zich meester gemaakt van de stedelijke massa’s. In Duitsland marcheerden de soldaten met een bloem in de loop van het geweer naar het station om straks in de strijd tegen de Fransen en de Russen onvergetelijke roem te vergaren. De muziek voorop, de woorden van de keizer nog in het oor die had gezegd: “Ik ken geen partijen meer. Alleen nog Duitsers.” De Fransen zochten revanche voor de nederlaag van 1870 die hen Elzas Lotharingen had gekost. Het was tijd om de mars Alsace Lorraine weer te spelen, tot gek wordens toe.

In Nederland was de tóón anders. Die maandagochtend bracht het Nieuws van den Dag een extra oorlogseditie uit en de hoofdredacteur, dr. Cornelis Easton, astronoom van stiel maar journalist van roeping, schreef:

Stelt men zich voor, wat het zeggen wil, dat thans reeds tien millioen menschen gewapend tegenover elkaar staan, over korten tijd vijftien millioen? Gewapend met alle hulpmiddelen der modernste vernielingstechniek, met alle soorten van geschut, met vloten, met onderzeeërs, luchtschepen en vliegmachines! De oorlog te land, te water, onder water en in de lucht. Men huivert voor de cijfers waartoe men komen zou, indien men wilde gaan schatten, welk ontzettend verlies aan menschenlevens, welke reusachtige vernieling van goederen en onherstelbare vernietiging van kunstschatten het menschdom te boeken zal hebben, vóór wij een maand verder zijn Dies irae, dies i11a… Is dit niet waarlijk een dag des oordeels voor de Oude Wereld? In heel de geschiedenis van de beschaafde menschen is zulk een ramp nog niet voorgekomen… En waarom, waartoe? Wie wil eigenlijk dezen oorlog Niemand, zou men zoo zeggen.”

Ongetwijfeld was Easton onder de indruk geraakt van de internationale pacifistische bestseller ‘de Wapens Neder’ van de Oostenrijkse barones Bertha von Suttner, die net zes weken voor het uitbreken van de wereldrand overleed. Dat boek beschreef in schrille en larmoyante kleuren de verschrikkingen van de moderne oorlog. Er was maar één andere bestseller die daaraan kon tippen, the War in the Air, van H.G. Wells: daarin gaat de hele beschaving ten onder als de Duitse keizer een luchtoorlog begint.

Ridderlijk strijden
Iedereen wist het. Iedereen was op de hoogte. Maar overal in de oorlogvoerende landen werd die kennis van wat soldaten te wachten stond, weggeveegd door het algemene enthousiasme. Het zou geen kreperen worden op de slagvelden maar ridderlijk strijden en winnen voor het vaderland. In Nederland overheersten echter angst en vrees. Winkeliers weigerden papiergeld aan te nemen omdat het straks niks meer waard zou zijn. Huisvrouwen die het betalen konden, hamsterden voedselvoorraden. Iedereen was doodzuinig op zijn muntgeld omdat dit in tegenstelling tot de bankbiljetten wel zijn waarde zouden behouden.

De firma Verkade plaatste grote advertenties dat ze de vertrouwde biscuits zou blijveren leveren na ontvangst van bestellingen mét daarbij contant geld. Dit zo lang de voorraad strekte. In 1914 kon je bij de Nederlandsche Bank je papiergeld desgewenst nog inwisselen tegen gouden en zilveren munt. Voor het gebouw op de Oude Turfmarkt in Amsterdam posteerden zich duizenden om van die gelegenheid gebruik te maken voor het te laat was. De menigte bleef rustig. Er was geen wanklank te horen. Maar ze liet zich niet wegjagen, niet door de brandende zon, niet door deslagregens van die middag.

Wildste geruchten
Bij bankgebouwen en postkantoren overal in het land waren dezelfde tonelen te zien: mensen wilden hun papiergeld inwisselen tegen klinkende munt. Er waren zelfs slimme jongens die bankbiljetten ruilden voor muntgeld tegen een aanzienlijk lager bedrag dan de waarde. Huisvrouwen die het betalen konden, kochten de winkels leeg want de hongersnood zou niet ver weg meer zijn. Ondertussen deden de wildste geruchten de ronde. Er zou een Duitse vloot voor Zierikzee zijn gezien. In Nancy – toen Duits – was een Franse arts gearresteerd en ter dood gebracht omdat hij geprobeerd had het water met cholerabacillen te besmetten.

Waar moest je informatie vandaan halen? Nederland kende nog maar één massamedium: de krant. Daar moest je dan op wachten. De angst greep iedereen naar de keel. Alles, alles stond op losse schroeven. Toen ’s avonds de krant eindelijk kwam, stond daarin dat de waarde van het papiergeld zo vast stond als een huis, dat je kalm moest blijven, dat de regering alles onder controle had en dat prijsopdrijving verboden was. Maar de Telegraaf bracht in grote opmaak het nieuws dat Duitsland aan het neutrale België een ultimatum had gesteld: vrije doortocht voor zijn troepen of oorlog.

Lokroep van de oorlog
Het kabinet vergaderde in Brussel onder voorzitterschap van de koning. Niemand had reden om rustig te gaan slapen. In de weken daarna kwam Nederland weer tot rust. Er maakte zich zelfs een zekere zelfvoldaanheid meester van de bevolking: in tegenstelling tot de meeste andere Europese landen liet het onze zich niet verleiden door de lokroep van de oorlog. Nederlanders waren wijzer. Zij waren rationeel. Zij waren vredelievend. Zij zongen geen oorlogsliederen ook al waren ze in de grond net zo melancholisch als bijvoorbeeld het Russische Slavianka

Wat Nederlanders dachten en voelden werd door de liedjesschrijvende houthandelaar Dirk Witte onder woorden gebracht in het Wijnglas en gezongen door Jean-Louis Pisuisse. Dat zelfvoldane, dat meewarige, heeft Nederland nooit meer verlaten. Het idee dat dit land de dwaze wereld ten voorbeeld strekt.

Vandaag, zondag 3 augustus 2014, leggen Angela Merkel en François Hollande samen de eerste steen voor een nieuw gezamenlijk oorlogsmuseum.


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Nepnieuws

    Een wereld van desinformatie

    Februari 2018


Geef een reactie

Laatste reacties (34)