297
3

Medewerker OneMen

Annemiek Tigchelaar won World of Difference, een programma van de Vodafone Netherlands Foundation waarbij de winnaar een jaar lang op kosten van Vodafone mag werken voor een goed doel. Voor Onemen reist Annemiek het komende jaar onder andere naar India, waar zij de ontwikkelingsprojecten van lokale pioniers in beeld zal brengen.

Vechten voor vluchtelingenrechten

Het raakt me enorm dat het mogelijk is dat je je als vrouw niet bewust bent van het recht dat je hebt om voor jezelf op te komen en jezelf te beschermen

Eigenlijk verwachtte ik tenten, tenten en nog eens tenten. Maar het grootste deel van het Kakuma VN vluchtelingenkamp in Noord Kenia bestaat uit eenvoudige huizen. Zodra de vluchtelingen de muren voor het huis zelf hebben gebouwd, krijgen ze van de Verenigde Naties een golfplaat voor het dak. Met een aantal inwoners van meer dan 80.000 zou het Kakuma kamp zo door kunnen gaan voor een gewone stad. Ook de voorzieningen zijn aanwezig: ik zie een videotheek, winkels, restaurantjes en internetcafés.

Maar één ding is hier absoluut anders dan in een gewone Afrikaanse stad: iedereen die hier woont is gevlucht. Voornamelijk uit Somalië, Ethiopië, Congo en Zuid-Sudan. Waar oorlogen, extreme droogte en andere levensbedreigende situaties aan de orde van de dag waren of zijn. De meeste vluchtelingen zijn gedwongen de rest van hun leven in dit kamp te blijven wonen. Vluchteling en vader Kakozi vertelt: “Mijn wens is dat mijn kinderen een beter leven krijgen, maar om eerlijk te zijn zie ik geen betere toekomst voor ze dan het leven in deze vreselijke omstandigheden. Dat doet me echt veel pijn.”

Ik rijd samen met oneMen pionier Martin Pepela door het kamp. Hij is advocaat en verleent rechtsbijstand aan de vluchtelingen. In eerste instantie heb ik geen duidelijk beeld bij de noodzaak, maar al gauw wordt duidelijk dat de Verenigde Naties alleen zorgt voor de behuizing, voedsel en andere basisvoorzieningen. Voordat Martin hier werkte reisden vluchtelingen naar Nairobi, hier zo’n 600 km vandaan. Om daar de rechtshulp te krijgen die ze nodig hadden. Gelukkig is er hier in Kakuma nu ook een kantoor.

Het bankje voor het kantoor van Martin zit bijna altijd vol. Het heeft een beetje het wachtkameridee bij de huisarts. De cliënten wachten op een gesprek. Ik ga erbij zitten. Er wordt gesproken over een afgewezen asielaanvraag, over een echtscheiding en over een vertrek naar Friesland. Friesland? Daar kom ik vandaan! De binnenkort Friese Congolees vertelt me dat de asielaanvraag van hem en zijn familie is toegekend en hij binnenkort in een asielzoekerscentrum in Friesland gaat wonen. We wisselen mailadressen uit, zodat ik hem binnenkort een rondleiding kan geven en uiteraard wat ‘Fryske wurden’ kan leren.

Nadat de cliënten hun gesprek hebben gehad, ga ook ik het kantoor in. Daar zit Martin, de advocaat die er ook voor had kunnen kiezen om flink te verdienen bij een gewoon advocatenkantoor. “Maar”, zo zegt hij,  “ik ken de pijn die je voelt als slachtoffer van oorlog of gevaar. Ik begrijp de problemen van de vluchtelingen, omdat ik zelf in een soortgelijke situatie heb gezeten. Daarom wil ik mij als advocaat inzetten voor deze mensen.” We praten over zijn werk en Martin vertelt over één van de zaken die op dit moment loopt.

“Ik begeleid een 21 jarige Congolees die 30 jaar de cel in moet, omdat hij een meisje van 15 heeft zwanger gemaakt. Het meisje geeft toe dat ze vrijwillige seks heeft gehad en beide zeggen verliefd te zijn. In hun dorp zou het geen probleem hebben opgeleverd. Maar de Keniaanse wet schrijft strenge regels voor en de regering wil onder druk van internationale organisaties een statement maken. Mijn cliënt ontkende ook niks, omdat hij in zijn ogen niets verkeerd heeft gedaan.”

Het slachtoffer van de onwetendheid is dus dader geworden en verdwijnt de bak in. Het meisje is niet meer in het kamp gezien.

Naast rechtshulp, richt Martin zich op preventie. En dat dit ook van enorm belang is wordt me duidelijk als ik bij een meeting van Ethiopische vrouwen ben in het kamp. Mishandeling en verkrachting komen veel voor in en om het kamp. Eén van de deelneemsters komt met haar verhaal:

“Ik ben verkracht toen ik hout aan het zoeken was buiten het kamp. Een lokale bewoner bedreigde mij met een mes en zei dat hij me zou vermoorden als ik niet meewerkte.” De tranen komen en Martin vraagt of ze het eerder met iemand heeft gedeeld: “nee.” Hij vraagt of ze aangifte heeft gedaan: “nee.” Hij richt zich tot de groep en vraagt wie er weet dat je aangifte kunt doen na verkrachting. Het blijft ijzingwekkend stil. Ik ben in deze groep van toch zeker 50 vrouwen blijkbaar de enige vrouw die zich bewust is van haar rechten.

Het raakt me enorm dat het mogelijk is dat je je als vrouw niet bewust bent van het recht dat je hebt om voor jezelf op te komen, jezelf te beschermen, om voor zover nog mogelijk je eigenwaarde te behouden, om de dader te laten straffen. Maar deze meeting is een begin, ik zie het, ik voel het. De vrouwen komen los en pionier Martin schrijft mee. Het gaat over seksueel geweld en mishandeling, ook door de eigen partner. Het gaat over het wel of niet aangeven van je eigen zoon als hij de dader zou zijn. Het gaat over de rechten van vrouwen op een beter leven. Een leven waarin de mannen bestraft kunnen worden als ze een vrouw onrecht aandoen.

Martin belooft de vrouwen dat hij binnenkort terugkomt om een driedaagse training te geven, waarin onder andere alle stappen worden uitgelegd die je kunt ondernemen na een verkrachting. En hij maakt duidelijk dat deze vrouwen voor rechtshulp altijd bij hem terecht kunnen. Wat een man die Martin. Zó inspirerend. Wat een belangrijke missie, zó ontzettend nodig.

Dit artikel verscheen eerder op de website van IS Magazine

Geef een reactie

Laatste reacties (3)