866
15

Tweedekamerlid SP

Harry van Bommel (1962) is tweedekamerlid voor de SP. Sinds 1986 is hij lid van de partij. In 1990 werd hij voor de SP lid van de deelraad Amsterdam Oost en voorzitter van de afdeling Amsterdam Oost. In 1994 werd Van Bommel het eerste SP-gemeenteraadslid in Amsterdam. Sinds de entree van de SP in de Tweede Kamer is Van Bommel beleidsmedewerker Onderwijs en Defensie voor de nieuwe fractie. Hij werkte onder andere mee aan het spraakmakende rapport over (het gebrek aan) kansen voor jongeren "Alles Kids?".

Van Bommel studeerde politieke wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam (afgestudeerd in 1994) en doceerde hij enkele jaren Nederlands en Engels op een MBO-school.

Veel te vroeg voor steun aan leiders van Egypte

De VS en de EU lijken hun hardere opstelling tegen Egypte te laten varen. Een verkeerd signaal aan de militairen die de democratie met voeten treden.

Afgelopen weekeinde werd het resultaat bekend van het referendum over de nieuwe grondwet in Egypte. De opkomst was lager dan verwacht, maar de uitkomst was overweldigend: 98,1 procent van de kiezers stemde vóór. De aangenomen grondwet maakt de weg vrij voor presidents- en parlementsverkiezingen. Deze ontwikkelingen kunnen de indruk wekken dat na de militaire coup in juli de situatie in Egypte normaliseert, maar niets is minder waar.

Door Harry van Bommel en Cherif Osman

De omstandigheden rond het referendum waren dusdanig dat van een eerlijke volksraadpleging geen sprake was. Campagne voeren tegen de grondwet werd onmogelijk gemaakt, onder andere doordat activisten die de straat opgingen, werden opgepakt.

Ook wijzen waarnemers op verwerpelijke praktijken in de stemlokalen, zoals het meerdere keren uitbrengen van de stem en intimidatie door veiligheidspersoneel. Bovendien boycotten onder meer de Moslimbroederschap en verschillende jongerenbewegingen het referendum. Het absurd hoge percentage voorstemmers, dat doet denken aan de periode onder dictator Mubarak, roept daarnaast de nodige vragen op.

Er is ook terechte inhoudelijke kritiek op de grondwet. Mensenrechtenorganisaties wijzen er weliswaar op dat de grondwet op belangrijke punten een stap vooruit is, maar daar staat tegenover dat de macht van het leger flink wordt uitgebreid. Dat leger is al bijzonder invloedrijk in Egypte, onder andere vanwege grote bezittingen, maar dankzij de grondwet kan het leger de aankomende acht jaar ook de minister van Defensie aanwijzen. De politiek is dus deels ondergeschikt aan het leger in plaats van andersom. Ook komt er geen einde aan de berechting van burgers door militaire rechtbanken.

Dat de situatie in Egypte allesbehalve normaliseert, blijkt verder uit de keiharde onderdrukking door de veiligheidsdiensten van elke vorm van politieke oppositie. Sinds de zomercoup tegen president Morsi zijn meer dan duizend demonstrerende aanhangers van de Moslimbroederschap in koelen bloede gedood. Duizenden anderen zijn opgepakt. Ook is het gekozen parlement buiten werking gesteld en zijn parlementsleden gearresteerd. Recent werd de Moslimbroederschap zelfs tot terroristische organisatie bestempeld. Een aanzienlijk deel van de bevolking is daardoor van de politiek uitgesloten.

Andere groepen worden ook steeds meer slachtoffer van de repressie. Bijvoorbeeld de 6 aprilbeweging, die aan de wieg stond van de geslaagde opstand tegen Mubarak in 2011. Om deze onderdrukking mogelijk te maken, wordt in sneltreinvaart de ene na de andere repressieve maatregel ingevoerd. De ruimte om in vrijheid de eigen mening te uiten, wordt in rap tempo kleiner.

Toen de militairen in de zomer een abrupt einde maakten aan het prille democratische experiment in Egypte, werden door westerse landen terecht maatregelen genomen. De EU besloot om export van goederen die kunnen worden gebruikt voor interne repressie op te schorten en om export van militair materieel in te perken. Egypte kreeg van de VS jaarlijks 1,5 miljard dollar aan vooral militaire steun, maar Amerika heeft die hulp toen opgeschort. De laatste weken lijkt het er echter steeds meer op dat maatregelen worden teruggedraaid. Binnen de EU wordt hier openlijk over gesproken en de VS overweegt serieus om binnenkort een miljard aan militaire steun alsnog uit te keren.

Het is waar dat de Moslimbroeders er een potje van maakten toen zij een jaar lang Egypte regeerden en dat de militairen aanzienlijke steun kregen voor hun machtsgreep, maar vanwege de voortdurende repressie zou voorlopig niet moeten worden overgegaan tot business as usual met Egypte. Zolang de democratie niet is hersteld en oppositievoeren beantwoord wordt met geweervuur, is overgaan tot zo’n koerswijziging een verkeerd signaal.

Harry van Bommel is Tweede Kamerlid en woordvoerder Buitenlandse Zaken voor de SP.

Cherif Osman is afkomstig uit Egypte en lid van de 6 aprilbeweging. Dat is een seculiere en civiele beweging die in Egypte onder meer een grote rol speelde bij de opstand van 2011.

Dit artikel verscheen op 25 januari 2014 in onder andere BN/DeStem

Geef een reactie

Laatste reacties (15)