3.479
46

Econoom en veganist

Tim Crutzen is econoom, finance- en economiedocent aan een hogeschool, redacteur van VEGAN Magazine, ruim tien jaar veganist en publiceert regelmatig over aan veganisme gerelateerde onderwerpen

Veganisme onder vuur: de veldmuis en de maaidorser

We beroepen ons op onze rechten, zonder over onze verantwoordelijkheden na te denken.

cc-foto: Andy Belshaw

Afgelopen vrijdag betoogde ik op Joop dat een linkse progressieve oriëntatie en het gebruik van dierlijke producten niet samengaan, omdat het gebruik van dierlijke producten een vorm van speciësisme is. Onder het artikel werd een redelijk groot aantal reacties geplaatst, waarbij de meeste reageerders herkenbare argumenten tegen het veganisme inbrachten. Om recht te doen aan al deze reacties heb ik ze omgezet tot een aantal stellingen, waarbij ik per stelling zal uiteenzetten waarom de stelling ofwel niet klopt, ofwel het onderliggende idee van de stelling niet relevant is.

Het doden van dieren is natuurlijk
Wat natuurlijk is en wat niet, is subjectief. Niettemin zijn er tal van voorbeelden van menselijke gedragingen die zeker niet onnatuurlijk zijn, maar waarvan we als gemeenschap hebben besloten dat ze immoreel of ongewenst zijn. Zo weigeren we moord, diefstal of naaktlopen in de openbare ruimte te tolereren en zijn deze gedragingen strafbaar. Een van de waardevolste eigenschappen van de mens is dat we niet klakkeloos accepteren wat de natuur ons oplegt: wanneer het ons uitkomt, zowel op praktisch als moreel gebied, schuiven we de natuur zonder problemen aan de kant. En dat is in de meeste gevallen een uitstekend idee.

Hiermee vervalt ook een ander argument dat de aanhangers van een rudimentair natuurrecht regelmatig tegen veganisme gebruiken, namelijk dat andere dieren ook dieren doden. Uiteraard doden roofdieren prooidieren, maar roofdieren zijn op geen enkele wijze in staat om te bedenken wat de morele implicaties van een natuurtoestand zijn. Evenmin zijn ze in staat om op basis daarvan te besluiten hun gedrag aan te passen. De mens is, voor zover bekend, de enige diersoort die wel de morele implicaties van de natuurtoestand en het eigen handelen kan overzien. Dat geeft de mens meer verantwoordelijkheid, niet meer rechten.

Tot op heden hebben we ons weinig consistent getoond in het opzij schuiven van de natuur: we doen dit alleen wanneer dit in ons voordeel is, zonder rekening te houden met de belangen van andere soorten. We beroepen ons op onze rechten, zonder over onze verantwoordelijkheden na te denken.

Er gaan dieren dood bij alle menselijke handelingen, ook bij het verbouwen van plantaardig voedsel
Een veel gebruikt voorbeeld is de veldmuis die gedood wordt door een landbouwvoertuig. Deze vergelijking lijkt vreemd genoeg nooit tot doel te hebben om aandacht te vragen voor het welzijn of de rechten van de veldmuis, maar wordt altijd in stelling gebracht om aan te tonen dat de goede bedoelingen van veganisten teniet worden gedaan door de harde realiteit van de alledaagse voedselproductie.

Maar de vergelijking klopt niet. Indien we willens en wetens veldmuizen zouden kweken en deze massaal zouden loslaten voor een aanstormende maaidorser, zou dit een moreel probleem van dezelfde orde zijn. Uiteraard kweken we geen muizen om ze door een maaidorser te laten vermalen. Dit zou wreed, absurdistisch en een verspilling van hulpbronnen zijn. Het incoherente is dat we dit wel met onze industriedieren doen. Zo worden per jaar tientallen miljoenen eendagshaantjes vermalen in de messen van industriële gehaktmolens, omdat haantjes nu eenmaal geen eieren leggen en daardoor geen economische waarde hebben. Dit is wreed, absurdistisch en totaal overbodig.

Daarnaast dragen juist veganisten eraan bij dat er minder veldmuizen omkomen bij de productie van ons voedsel, omdat er veel meer voedsel door onze industriedieren wordt opgegeten, dan dat deze dieren aan voedsel ‘opbrengen’. Onder de streep spaart een veganist het leven van vele duizenden muizen.

Dieren begrazen stukken land die niet voor akkerbouw geschikt zijn
Niet alleen de veldmuis heeft baat bij veganisme, ook het wereldvoedselprobleem wordt voor een groot deel opgelost, indien men zou overstappen naar een meer plantaardig dieet. Het idee dat dieren op een droge toendra of in onherbergzaam gebied hun kostje bijeen schrapen en zo de mens van anders onbereikbaar voedsel voorzien, is een hopeloos geromantiseerde utopie. De realiteit is dat er veel meer voedsel in de vee-industrie wordt gestopt dan dat het ons oplevert. Soja, graan en maïs, prima geschikt voor menselijke consumptie, gaan voor het overgrote gedeelte naar onze industriedieren. De veeteelt is de enige industrie ter wereld waarbij de grondstoffen waardevoller zijn (gemeten in voedingswaarde), dan de eindproducten. Een voor onze aarde en haar bewoners desastreuze verspilling van hulpbronnen.

Veganisme brengt gezondheidsrisico’s met zich mee
Het is zeer makkelijk om gezond veganistisch te eten. Sterker nog, het Vlaams Gewest heeft recentelijk een nieuwe voedseldriehoek uitgebracht, waarin duidelijk wordt dat het eten van dierlijke producten tot een minimum beperkt dient te worden. Mensen moeten zich vooral, naast het ruimschoots drinken van water, voeden met groente, fruit, noten, zaden, bonen en jawel, tofu. Het Vlaams Instituut Gezond Leven dat de driehoek ontworpen heeft, is hiermee verantwoordelijk voor een kleine paradigmaverschuiving op het gebied van voedingswetenschap: niet alleen is veganisme an sich gezond, het is ook nog een van de gezondere voedingskeuzes.

Uiteindelijk is gezonde voeding een kwestie van een individuele verantwoordelijkheid. Een veganist die leeft op louter patat of bruine bonen zal net zo min gezond eten als een vleeseter die zich met enige regelmaat laaft aan hamburgers en milkshakes.

Planten lijden ook
Dat planten zouden kunnen lijden, is niet alleen niet bewezen, maar ook nog eens zeer onwaarschijnlijk, omdat planten geen centraal zenuwstelsel hebben dat pijnprikkels kan verwerken. De basale vorm van communicatie van planten vormt geen enkel bewijs dat planten lijden. Dat dieren lijden, is niet alleen zeer waarschijnlijk, het is zelfs al bewezen. En ook al zouden planten kunnen lijden, dan geldt hier hetzelfde als voor de veldmuis: veganisten sparen juist planten, omdat er veel meer planten verloren gaan bij de zeer inefficiënte productie van dierlijk voedsel dan dat er planten verloren gaan bij de productie van plantaardig voedsel dat direct bestemd is voor menselijke consumptie.

Veganisme is duur
De nieuwe voedseldriehoek staat bol van de goedkope producten. Groente en fruit, vooral in het juiste seizoen, zijn niet bijzonder duur. Datzelfde geldt voor zaden, granen, rijst en tofu. Er zijn tegenwoordig tal van mensen met een laag inkomen die veganist zijn, en ze eten vrijwel allemaal een stuk gezonder dan niet-veganisten uit dezelfde inkomensgroep.

Veganisme is alleen goed voor dieren
Veganisme is geen eenzijdig focus op het welzijn en rechten van dieren, ten koste van het welzijn van mensen. Veganisme is beter voor de omwonenden van de Brabantse megastallen, beter voor de inwoners van ontwikkelingslanden en beter voor onze planeet. De weerstand tegen veganisme is vaak cultureel bepaald, wordt meestal op een emotionele wijze geuit en kent zelden een rationele basis.

Geef een reactie

Laatste reacties (46)