958
4

vicevoorzitter FNV en portefeuillehouder Energietransitie

Vicevoorzitter FNV en portefeuillehouder Energietransitie

Veilig en gezond werken is een recht, geen gunst

De FNV zoekt naar een nieuwe balans tussen milieu en economie en naar manieren om de transitie naar de groenere economie in goede banen te leiden

Bijna wekelijks is in de krant te lezen dat er een werknemer is omgekomen tijdens een bedrijfsongeval. Ook dit jaar zijn er alweer meerdere mensen overleden tijdens de uitoefening van hun werk. Zoals de man die om het leven kwam bij een ongeval op een scheepswerf. Hij kreeg een mast op zijn hoofd. Hulp aan het slachtoffer mocht niet meer baten; hij is ter plekke overleden. Of de monteur die een storing in een koelcel probeerde op te lossen. Een medewerker van het bedrijf vond hem levenloos in de koelcel, waar een laag zuurstofgehalte bleek te zijn. Reanimatie mocht niet meer helpen.

Het lijkt zo vanzelfsprekend; na een werkdag weer veilig thuiskomen. In de praktijk is dit helaas niet altijd het geval. Een ‘gevaarlijke’ sector is en blijft de bouw. De laatste jaren stijgt het aantal doden in de bouw weer. In 2018 kwamen 20 mensen om door bouwwerkzaamheden, evenveel als in 2017. Vier meer dan in 2016 en 11 meer dan in 2015. Een zorgelijke ontwikkeling. Het gaat hier om zonen en dochters van moeders en vaders, maar het zijn vaak zelf ook vaders en moeders van soms nog jonge kinderen, die na een dag werken niet meer thuiskomen. Dit zou niet moeten mogen. Iedere werknemer heeft het recht om ’s avonds weer gezond naar huis terug te keren.

In totaal vielen vorig jaar bij 70 arbeidsongevallen 71 dodelijke slachtoffers. 17 meer dan in 2017. De meeste dodelijke ongelukken vonden plaats in de bouw, vervoer en opslag, handel en industrie. En dan hebben we het nog niet gehad over het aantal gewonden, waarvan een groot aantal met blijvend letsel. Uit cijfers van de Inspectie SZW blijkt dat in 2018 het aantal meldingen van een arbeidsongeval met vier procent is gestegen tot een wat mij betreft schokkende 4.368.

Oorzaken en maatregelen
Er zijn meerdere oorzaken voor het toenemend aantal arbeidsongevallen. Zo neemt het aantal arbeidsongevallen onder uitzendkrachten nog jaarlijks toe. Ook jonge werknemers tussen de 15 en 25 jaar én werknemers van 55 jaar en ouder zijn vaak slachtoffer van ernstige arbeidsongevallen. Binnen de bouw zijn er vaak communicatieproblemen. De sector Bouwen en Wonen is daarom bezig om Bouwspraak te ontwikkelen, naar aanleiding van een cao-voorstel van de FNV. Bouwspraak wordt een combinatie tussen het gesproken woord en gebaren, met een woordenschat in het Nederlands, waar werknemers aantoonbaar over moeten beschikken. Denk hierbij aan woorden als ‘boven’, ‘beneden’ en ‘pas op’. Bouwspraak is niet alleen gericht op buitenlandse werknemers, maar ook op de laaggeletterden. Alle werknemers moeten straks de basisgebaren kunnen herkennen, zodat Babylonische spraakverwarringen op de bouwplaats worden voorkomen en daarmee hopelijk ook de ongelukken.

Daarnaast is en blijft scherp en gereguleerd toezicht hard nodig. Zelfregulering werkt niet. Commerciële belangen lijken soms belangrijker te zijn dan veiligheid. De FNV steunt in principe het initiatief van minister Ollongren om bij wet te gaan regelen dat één partij verantwoordelijk wordt voor de veiligheid op en rondom de bouwplaatsen. De FNV is alleen wel bang dat zo’n veiligheidsbaas alleen de zogenoemde ‘constructieve’ veiligheid gaat waarborgen. En dat is geen goed plan. Zo’n veiligheidsbaas moet juist oog hebben voor de totale veiligheid op bouwplaats. FNV vindt dat één persoon verantwoordelijk moet zijn voor het naleven van alle veiligheidsvoorschriften. Als een bouwvakker overlijdt doordat er een betonnen wand op hem viel, dan maakt het niet meer uit of die wand op hem viel door een constructieve fout of doordat die niet goed aan de kraan bevestigd was.

Blootstelling aan gevaarlijke stoffen
Niet alleen vallen er doden door arbeidsongevallen. Jaarlijks overlijden er zo’n 4.100 mensen als gevolg van een beroepsziekte en ongezond werk. Velen van hen door blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan asbest, lasrook, kwartsstof of chroom-6. Dat zijn er veel te veel. Daar moeten we samen iets aan doen.

De FNV vindt daarom dat er meer aandacht moet komen voor de preventie van blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Op dit moment hapert de werking van de arbobeleidscyclus: de inzet van preventieve instrumenten zoals de risico-inventarisatie en –evaluatie (RI&E), het individueel blootstellingsregister en het PAGO, het periodieke arbeidsgeneeskundige onderzoek, gebeurt vaak niet of niet adequaat. Daarnaast laat de samenwerking tussen de werkgever, medezeggenschap, preventiemedewerker en kerndeskundigen regelmatig te wensen over. Hierdoor is er vaak geen volledig beeld van de aanwezige veiligheids- en gezondheidsrisico’s binnen een bedrijf. Op zich zijn er duidelijke kaders, in de Arbowet en in het Arbobesluit staan deze immers beschreven. Aan deze kaders moet je je dan ook houden. Zonder naleving kan er niet gezond en veilig worden gewerkt. Hier heeft de Inspectie SZW een belangrijke rol. Zij moet toezien op het nakomen van de registratieverplichtingen. Hiervoor is het noodzakelijk dat er voldoende inspecteurs zijn.

Daarnaast moet de Inspectie SZW ook voldoende mogelijkheden hebben om te sanctioneren. Voorzie daarvoor een aantal belangrijke bepalingen in het Arbobesluit van een sanctie, een boete. Dan kan de Inspectie SZW daarop handhaven. Een voorbeeld: er staat op dit moment geen sanctie op wanneer een bedrijfsarts geen persoonlijk medisch dossier bijhoudt van een werknemer die een arbeidsgezondheidsonderzoek heeft ondergaan. Ook staat de Inspectie machteloos wanneer een werknemer, ondanks dat hij of zij daar recht op heeft, geen inzage of afschrift krijgt van zijn of haar medisch dossier.

Aanvullende maatregelen die FNV voorstelt
Om een efficiënte handhaving te bevorderen, zouden wat de FNV betreft een aantal aanvullende zaken in de wet- en regelgeving opgenomen moeten worden: het verplicht verstrekken van de RI&E aan de Inspectie SZW door de werkgever. Het verplicht melden van beroepsziekten aan de Inspectie SZW, en het verplicht verstrekken van de blootstellingsregisters aan de Inspectie SZW, waar het gaat om kankerverwekkende, mutagene en reprotoxische stoffen. Dit is nu nog allemaal niet het geval, maar erg belangrijk omdat werknemers vaak pas jaren later ziek worden en het belangrijk is dat zij aan kunnen tonen dat het bedrijf met ziekmakende stoffen heeft gewerkt. De FNV heeft de staatssecretaris en de Tweede Kamer van dit standpunt op de hoogte gebracht.

Binnen de SER-commissie Gevaarlijke Stoffen op de Werkplek spreken we wettelijke grenswaarden af voor kankerverwekkende- en allergene stoffen. Dit om veilige blootstellingsniveaus in bedrijven duidelijk te kunnen bepalen. Probleem is echter de handhaving van deze wettelijke bepalingen. Die vindt niet plaats. De FNV stelt daarom voor om binnen de Inspectie SZW een Team Handhaving Grenswaarden in te stellen, dat willekeurig en onverwacht bedrijven bezoekt om te beoordelen op welke wijze men voldoet aan de wettelijke grenswaarden.

Een voorbeeld van blootstelling aan gevaarlijke stoffen is chroom-6, gebruikt bij onder andere Nedtrain en Defensie. Werknemers zijn soms tientallen jaren blootgesteld op het werk. Nu blijkt dat sommige (oud)medewerkers hierdoor ernstig ziek zijn geworden. Nog steeds vindt blootstelling aan chroom-6 echter plaats bij medewerkers bij Defensie. Bijvoorbeeld bij het onderhoud van vliegtuigonderdelen. Uit een rapport van april 2018 blijkt dat bij het treffen van maatregelen nog niet altijd goed gaat.

Ook als FNV hebben we een taak en brengen we veilig en gezond werken voortdurend onder de aandacht, niet alleen bij werkgevers en de overheid, maar ook bij werknemers. Zo hebben we samen met de Inspectie SZW de Stoffencheck-app ontwikkelt. En neem afgelopen zomer. Toen hebben we veel bouwplaatsen bezocht om mensen te wijzen op de risico’s van het werken bij hoge temperaturen of in de zon. Momenteel zijn we bezig met het ontwikkelen van een nieuwe app: de FNV hitte- en koude stresscalculator.

Energietransitie
Grote veranderingen staan voor de deur door klimaatverandering. De FNV staat voor een maatschappij waarin duurzaam beheer van de aarde hand in hand gaat met een sociaal-rechtvaardige oplossing voor de gevolgen van het mondiale milieubeleid op arbeid. Het vraagt urgentie en tempo om te komen tot een duurzame energietransitie, maar wel op sociaal verantwoorde manier. De energietransitie is noodzakelijk en kan ook veel nieuwe werkgelegenheid opleveren. Daarbij moet het natuurlijk wel om veilig en gezond werk gaan.

De FNV zoekt naar een nieuwe balans tussen milieu en economie en naar manieren om de transitie naar de groenere economie in goede banen te leiden. Zodanig dat werkenden in milieuvervuilende en klimaatonvriendelijke sectoren de omslag naar een duurzame economie mee kunnen maken. Nieuwe werkgelegenheid moet ook echte banen opleveren. De toenemende flexibilisering en race naar beneden op de arbeidsmarkt past niet in een duurzame economie. De FNV wil geen zonnepanelen op het dak die zijn neergelegd door werknemers die onder een enorm hoge werkdruk – we willen immers allemaal zonnepanelen op ons dak – ongezekerd en onverzekerd aan het werk zijn om ónze duurzaamheid tot stand te brengen.

De FNV is voor het verder versnellen van de circulaire economie: een aantal grondstoffen worden schaars. Het winnen en verwerken van sommige voor onze nieuwe economie noodzakelijke grondstoffen gebeurt niet veilig en verantwoord. Denk bijvoorbeeld aan kobaltwinning voor onze mobiele telefoons, overigens vooral op het zuidelijk halfrond. Het verminderen van grondstoffengebruik, door deze langer in de kringloop te houden, is een belangrijk instrument om vooral in industriële sectoren verder te verduurzamen.

Volwassen arbeidsverhoudingen
Uitgangspunt voor de FNV is dat banen bestaanszekerheid en toekomstperspectief bieden en dat de kwaliteit op orde is. Dat geldt zeker voor een duurzame economie. Eerlijke echt groene banen betekent banen met fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden, arbeidsinhoud, volwassen arbeidsverhoudingen, maar ook nadrukkelijk gezonde en veilige arbeidsomstandigheden. Maar arbeid in de nieuwe energiesectoren voldoet niet overal aan de voorwaarden van Decent Work, zoals opgeschreven in het Klimaatverdrag van Parijs. Collectieve arbeidsvoorwaarden ontbreken veelal en er is geen sprake van volwassen arbeidsverhoudingen. Het risico bestaat dat zich een niet-gereguleerde ‘cowboysector’ ontwikkelt. Het reguleren van de sector met betrokkenheid van vakbonden bij arbeidsvoorwaardevorming via cao’s, pensioenregelingen, O&O fondsen, opleidingen, enzovoort is pionierswerk. Er is een voorzichtige start gemaakt met overleg met een aantal werkgevers. Het opbouwen van (grensoverschrijdende) vakbondsmacht vraagt echter een forse inspanning. Het is de bedoeling om te komen tot aantrekkelijke en echte banen in deze groeisector. Banen waarin je je werk veilig en gezond kunt doen.

De arbeidsomstandigheden in de nieuwe (deel)sectoren vragen dus extra aandacht. Het is bovendien niet altijd duidelijk welke wet- en regelgeving geldt. De (proces)industrie experimenteert met nieuwe grondstoffen. Zonder dat er duidelijkheid is over de gevolgen voor gezondheid. Soms is er sprake van werken met nieuwe materialen, grondstoffen of werkmethoden met kans op nieuwe, nog onbekende risico’s. Vaker gaat het om bekende risico’s, zoals blootstelling aan gevaarlijke (chemische) stoffen, lichamelijke belasting, hoge werkdruk, werken met elektrische installaties, machineveiligheid, straling door zonlicht en andere bronnen, en het werken op hoogte. Denk bijvoorbeeld aan het aanleggen van windmolens op zee, 100 meter boven zeeniveau, letterlijk uit het zicht.

Toezicht
Het huidige wetgevingskader kan, mits een goede naleving is geborgd, veel risico’s afdekken. Daarom is het belangrijk dat de Inspectie SZW nieuwe deelsectoren benoemt en opneemt in haar handhaving- en nalevingsgebieden. Toezicht is absoluut noodzakelijk. De FNV vindt dat tijdig onderzoek naar mogelijke nieuwe risico’s noodzakelijk is. Voorkomen is immers beter dan genezen.

Tot zover de ontwikkelingen voor de toekomst. Terug naar vandaag. Het is vandaag 28 april en elk jaar staan we op 28 april tijdens Workers Memorial Day wereldwijd stil bij de slachtoffers van arbeidsongevallen en beroepsziekten. Per jaar overlijden er bijna drie miljoen werknemers wereldwijd door een arbeidsongeval of door ongezond werk. 4.100 doden per jaar daarvan in Nederland. Daar moeten we samen iets aan doen. Werknemers samen met collega’s en natuurlijk de FNV. Werkgevers moeten veilig en gezond werken voorop stellen en zelfregulering veel serieuzer nemen. Momenteel doet 70% van de bedrijven die met gevaarlijke stoffen werken daar helemaal niet aan. En daarom is het ook hard nodig dat de overheid actiever moet controleren en zwaarder beboeten. Veilig en gezond werken is een recht, geen gunst.

Deze toespraak werd door Jong uitgesproken in het kader van Workers Memorial Day in Hengelo en Amsterdam. Zij schreef de speech samen met Marike Schoonenveldt, beleidsadviseur bij FNV.

Cc-foto: Shirley de Jong

Geef een reactie

Laatste reacties (4)