4.039
48

journalist

Sladjana Labovic (1977) werd geboren in een Joegoslavisch gastarbeidersgezin. Ze groeide op in de Utrechtse achterstandswijk Kanaleneiland. Haar journalistieke loopbaan begon bij de Amsterdamse internetaanbieder De Digitale Stad, waarna ze ruim vijf jaar werkte bij dagblad Het Parool en meer dan vier jaar bij Pauw & Witteman. Momenteel werkt ze bij Uitgesproken VARA. Ze heeft een verlopen Joegoslavisch en een geldig Nederlands paspoort. Onlangs verscheen van haar hand 'En we gaan nog niet naar huis – gastarbeiderskinderen over hun jeugd'.

Verbazing over succesvolle allochtonen

Nooit verwacht dat Nederlandse journalisten zó zouden denken

Mijn boek ‘En we gaan nog niet naar huis’ ligt sinds eind oktober in de boekhandel. Het bevat vijfentwintig verhalen van kinderen van gastarbeiders over hun jeugd. Ik koos ervoor kinderen van onder andere Spaanse, Griekse, Italiaanse, Portugese, Koerdische, Joegoslavische, Turkse, Marokkaanse en Tunesische gastarbeiders te interviewen. Van de vijfentwintig mensen zijn er ongeveer vijftien onbekend en tien genieten in meer of mindere mate roem. Gelukkig trok mijn boek de aandacht van een aantal media.

Omdat ik zelf sinds mijn negentiende werkzaam ben in de media, wist ik ongeveer wel welke vragen ik kon verwachten: waarom juist deze mensen? Hoe was het voor mij als dochter van Joegoslavische gastarbeiders? En wat wil ik bereiken met dit boek. Gezien de discussie over het dubbele paspoort van staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten van Volksgezondheid bereidde ik me ook voor op een passend antwoord op vragen over dubbele nationaliteiten. 
Waar ik echter niet op was voorbereid was de vraag die me het meest gesteld werd: waarom ik had gekozen voor allerlei succesverhalen? De eind-twintigers, dertigers en veertigers in mijn boek hebben bijna allemaal een baan en dat stond kennelijk gelijk aan succes. Sanja is stewardess, Efdokia is bedrijfskundig medewerker, Nidhal is werkeloos, Predrag is vertaler, Javier werkt in een internetwinkel en Lalita staat voor de klas. Normale mensen met normale beroepen.

Ik had er nooit bij stilgestaan dat de interviews in mijn boek gezien zouden worden als een bundel succesverhalen. Als ik journalisten vertel verbaasd te zijn over deze indruk, hoor ik dat ik nu eenmaal niet gekozen heb voor de mensen die rondhangen op straat. Ik vertel ze dat de mensen in mijn boek vaak de dertig en soms de veertig – en dus ook het eventuele rondhangen op straat – al gepasseerd zijn.

Nadat ik ook nog eens in het Algemeen Dagblad lees dat mijn boek verhalen bevat van ‘geslaagde’ gastarbeiderskinderen, ga ik op zoek naar de cijfers. Is het zo bijzonder dat allochtonen gewoon actief zijn op de arbeidsmarkt? Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is de werkloosheid onder ‘niet-westerse allochtonen’ (defintie CBS: allochtoon met als herkomstgroepering een van de landen in Afrika, Latijns-Amerika en Azië – exclusief Indonesië en Japan – of Turkije) in 2009 11% is. Onder westerse allochtonen ligt dat percentage op 6% en bij autochtonen op 4%. 
Het is misschien niet fraai dat het percentage werkloze allochtonen hoger ligt dan het aantal werkloze autochtonen, maar vooralsnog is de uitkomst nog steeds dat de meeste mensen – autochtoon en allochtoon – gewoon elke maand een salarisstrookje in de brievenbus krijgen. Wie daarvan opkijkt, verwacht – bewust of onbewust – niet zoveel van de allochtonen. Blijkbaar was ik al succesvol achter de kassa van de Albert Heijn op Kanaleneiland, Utrecht. Maar goed dat ik me daar destijds niet bewust van was. 

En we gaan nog niet naar huis (Uitgeverij Nieuw Amsterdam)

Geef een reactie

Laatste reacties (48)