28.883
10

schrijfster/journalist

Annemarie Haverkamp is 42 jaar. Geheel onverwacht kwam haar zoon Job in 2004 ernstig gehandicapt op de wereld. Eenmaal van de schrik bekomen, besloot Annemarie in De Gelderlander een column te schrijven over Job. Omdat ze de buitenwereld graag wil laten zien hoe het echt is, het dagelijks leven met een gehandicapt kind. De columns werden gebundeld in twee boeken. Haar eerste non-fictieroman Dolgelukkig zijn wij verscheen 19 oktober 2010 bij uitgeverij Nieuw Amsterdam. Het taboedoorbrekende boek genereerde veel media-aandacht. Annemarie studeerde culturele antropologie, werkte als redacteur, redactiechef en columnist bij De Gelderlander, was chef van het Arnhem/Nijmegen-magazine Luxity en is nu hoofdredacteur van universiteitsblad Vox.

Verdrietig

Vrijdagnacht brachten we je met de auto naar het ziekenhuis. Je had griep, het leek beter te gaan, maar opeens was je vreselijk benauwd.

Job (17) is door een chromosoomafwijking verstandelijk en lichamelijk gehandicapt.

Joran

Het is een warme zomerdag. We fietsen door de Ooijpolder, jij zit met je rolstoel voorop. “Zie je die donkere lucht, Job?”
Jij kijkt omhoog. Ik vraag je wat dat betekent, die zwarte wolken.
“Regen.”
“En wat moeten we dan doen?”
“Snel naar huis!”
Ik moet harder fietsen, zeg je. “We moeten naar binnen, mama.”
Je fladdert met je armen, je haren wapperen in de wind, je lacht. “Sneller!”

Het is een spel, zoals alles voor jou een spel is. Het leukste komt als we het net niet halen. De regen valt met bakken uit de lucht en we worden zeiknat. Thuis droog ik je af, je vindt die aandacht heerlijk en haalt je handjes over mijn hoofd. “Mama heeft natte haren.”

Dit is wat jij doet: alles leuk maken. Regen is leuk. Nat worden is leuk. Afdrogen is leuk. Als ik me slecht voel, als de dag te druk was, als er iemand onaardig tegen me heeft gedaan, als ik me zorgen maak over de toekomst met jou, hoef ik maar tegen je aan te kruipen en mijn gemoed wordt milder.

Zelfs bezoeken aan het ziekenhuis vind je leuk. De zorgen om jouw kromme rug krijg je niet mee. Alles is gezellig. Met papa en mama naar de dokter. Aandacht. Een arts die aan je friemelt. Daardoor leek alles altijd minder erg. We trokken ons op aan jou.

Vrijdagnacht brachten we je met de auto naar het ziekenhuis. Je had griep, het leek beter te gaan, maar opeens was je vreselijk benauwd.

Longontsteking. Dat woord was de donkere wolk die al jaren boven ons leven met jou hing. Een longontsteking zou je vanwege die slechte longen weleens niet kunnen overleven.

De dokters, de verpleegkundigen, papa en mama – allemaal trapten we zo hard mogelijk om je op tijd binnen te krijgen. Maar de hemel barstte open. Anderhalve dag later was je dood.

Niemand lachte. Toen we thuiskwamen, wilde ik tegen je aankruipen en huilen. Je zou je armen om me heen slaan en vragen waarom ik verdrietig was.
“Omdat mijn zoontje vandaag is overleden, liefie.”
“Stil maar lieve mama, alles komt goed.”

Job, die eigenlijk Joran heette, is overleden op 21 november in de armen van Annemarie en Rob.

cc-foto: Jan Ubels

Laatste publicatie van Annemarie Haverkamp

  • Ik heb geleefd

    Wat de dood je kan leren over het leven

    maart 2021


Geef een reactie

Laatste reacties (10)