Laatste update 14:20
2.824
102

sociaal-antropoloog

Toine van Teeffelen woont sinds 1995 in Bethlehem in de bezette Palestijnse Gebieden, samen met zijn Palestijnse vrouw Mary en hun kinderen. Hij is daar werkzaam als projectontwikkelaar in het onderwijs en is momenteel (in 2011) directeur ontwikkeling van het Arab Educational Institute-Open Windows, dat gelieerd is aan Pax Christi. Hij studeerde sociologie in Rotterdam (1973) en sociale antropologie in Amsterdam (1976) en promoveerde op een onderzoek naar de portrettering van het Midden-Oosten in Engelstalige bestseller-romans. Toen hij zich in 1995 vestigde op de Westelijke Jordaanoever als gastdocent aan de Universiteit van Bir Zeit. In het door hem gepubliceerde Dagboek Betlehem 2000-2004, maakte hij op persoonlijke wijze zichtbaar wat het betekent te leven in een frontlinie. Het dagelijkse bestaan en de realiteit van de wereldpolitiek zijn in het inmiddels geïsoleerde, ommuurde Betlehem onontkoombaar verweven. Het nieuwste boek van Toine van Teeffelen verschijnt eind november bij
Narratio (Gorinchem): "Liefde, woede en waardigheid: Leven als gezin op de
bezette Westelijke Jordaanoever."
Hij is verder ook gids voor Nederlandse en Vlaamse groepen.

Het verhaal van Gaza kan niet worden opgesloten

'De demonstranten geven ook een signaal af aan de Palestijnse politieke facties, met name Hamas en Fatah, die tot nu toe niet in staat bleken om nationale eenheid te verwezenlijken'

De gebeurtenissen in Gaza van de afgelopen weken zijn ook in Bethlehem het gesprek van de dag: de grote marsen, de doden en gewonden en ook de plannen voor de komende vrijdagen. Kennelijk is er elke vrijdag een ander thema. Zo is er misschien een ‘schoenenvrijdag’ waarop schoenen naar het Israelisch leger zullen worden gegooid. Het doet me een beetje denken aan de wekelijkse vrijdagdemonstraties tegen de Afscheidingsmuur die jarenlang in het dorp Bil’in op de Westoever hebben plaatsgevonden. In bepaalde periodes werd elke week een ander thema uit het dagelijks leven gekozen.

Cc-foto: stefano

Zo herinner ik me dat demonstranten blauwe Avatar-kleren droegen, uit de film, of zichzelf bij de Muur opsloten in een grote kooi met kinderspeelgoed, of ten tijde van World Cup wedstrijden gingen voetballen. Ooit vertelde een leider een conferentie in Bethlehem dat demonstranten voor het leger zongen. Zulke acties zijn niet erg bekend maar wel belangrijk voor het collectieve geheugen dat aan de basis staat van geweldloze strategieën.

Frame
Voor zover het mogelijk is om de ontwikkelingen in Gaza vanuit de media en sociale media goed te volgen, lijkt het erop dat de energie in de demonstraties in Gaza er grotendeels een is van een geweldloze sociale beweging. Dit ondanks het frame van geweld (en terreur) dat door de Israëlische regering en het leger erop wordt geplakt en die ook in reportages en vooral in de koppen van internationale media wordt opgeroepen: ‘dodelijke protesten’, ‘het geweld’ of, nog meer misleidend, ‘dodelijke clashes’ – uitdrukkingen die het geweld vooral associëren met de demonstraties. Meer dan met de Israëlische soldaten-scherpschutters die van een veilige afstand van honderden meters hun menselijke doelwitten uitkiezen, meestal buiten het zicht van fotografen en filmers. In de ‘grote mars van de terugkeer’, die ook een mars van vrijheid is, tonen de jongeren grote moed waar ze voor hun leven mogen vrezen.

Nathan Thrall, van de International Crisis Group, zei in de NYT dat “een groot aantal [demonstranten] uit eigen initiatief kwam. De mensen voelden niet dat zij bij een protestdemonstratie waren, het voelde aan als een soort viering.” Een artikel van Amira Hass van de Israëlische krant Haaretz beschrijft een feestelijke, civiele atmosfeer tijdens de eerste vrijdagsmars direct voordat doden en gewonden vallen. Tienduizenden demonstranten roepen slogans, zingen, of schreeuwen, om samen een menselijke stem te vormen.

Humanisering
Menselijkheid als boodschap. Een website uit Gaza met lopend nieuws over de demonstraties heet We Are Not Numbers. Tijdens de aanvallen op Gaza in 2014 wilde de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’tselem spotjes op de Israëlische radio brengen waarin dagelijks de namen van Palestijnse slachtoffers warden voorgelezen. De advertenties werden geweigerd, humanisering was te controversieel.

Maar terwijl gemeenschappen zoals in Gaza ongelukkig genoeg kunnen worden opgesloten, kan dat niet met hun verhaal. De huidige demonstranten willen het menselijke Palestijnse verhaal luid en duidelijk naar voren brengen. Zij maken daarbij gebruik van de Palestijnse politieke kalender die in de lente begint met de Dag van het Land (30 maart, protest tegen landonteigeningen), gevolgd door de Dag van de Gevangenen op 17 april, en dan de Nakba (Ramp) Dag op 15/16 mei wanneer de verdrijving van meer dan 700.000 Palestijnen in 1948 uit hun vaderland wordt herdacht. Met hun marsen roepen de Palestijnen het verhaal van de terugkeer op, gebaseerd op het recht op terugkeer zoals dat in 1948 in resolutie 194 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties werd bekrachtigd en in het internationale recht nooit meer is herroepen. De demonstranten vergelijken hun vrijheidsmarsen met die van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging uit de jaren zestig van de vorige eeuw.

Wanhoop
Een groot deel van de motivatie van de demonstranten zal ongetwijfeld zijn gebaseerd op een gevoel van wanhoop als gevolg van de politieke marginalisering van de Palestijnse rechten na de verklaring van Trump over Jeruzalem als hoofdstad van Israël en de bereidheid van met name Saoedi-Arabië om daarin stilzwijgend mee te gaan. Maar de demonstranten geven ook een signaal af aan de Palestijnse politieke facties, met name Hamas en Fatah, die tot nu toe niet in staat bleken om nationale eenheid te verwezenlijken. De deelnemers en organisatoren komen van een breed scala van Palestijnse politieke partijen met veel deelnemers ook van buiten die partijen. Het lijkt erop dat de acties breed, nationaal geworteld zijn – de meeste gedragen vlag is de nationale Palestijnse – ofschoon Hamas massaal aanwezig is en veel van de logistieke coördinatie voor zijn rekening neemt.

Zijn er nieuwe basisinitiatieven van Palestijnen op komst? Laatst, met de joodse Pasen, was er een kleinschalig initiatief hier op de Westoever, in Hebron, waar kleine Israëlische nederzettingen verspreid liggen door de binnenstad en het dagelijks leven danig in de war sturen. Dit initiatief leek voortgekomen uit een behoefte naar nieuwe paden, buiten de reguliere demonstraties. De Palestijnse Youth Against Settlements organiseerde een protestviering van het joodse Pasen samen met zo’n honderd joodse Israëli’s en bezoekers van de anti-bezettingsbeweging. Zij verwezen naar die andere vrijheidsmars, de Exodus uit het Bijbelse Egypte. Na afloop zei Youth Against Settlements op de joodse Paasdag volgend jaar graag 1000 deelnemers in plaats van 100 te willen ontvangen. Ook dat bevrijdende verhaal, wereldwijd zo vaak gebruikt in onder meer burgerrechtenbewegingen of vakbondsstrijd, kan niet worden opgesloten.

Geef een reactie

Laatste reacties (102)