1.207
23

Emeritus hoogleraar economie

Van 1951 tot 1956 studeerde Heertje economie aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Hij studeerde cum laude af. Hij was van 1964 tot 1999 hoogleraar staathuishoudkunde aan de juridische faculteit van de Universiteit van Amsterdam; vanaf 1997 tot 2006 was hij daar (eveneens) bijzonder hoogleraar in de geschiedenis van de economische wetenschap. Op 3 mei 2006 nam hij afscheid van de Universiteit van Amsterdam waar hij ruim veertig jaar lang had gedoceerd. In 1962 kreeg Heertje bekendheid door zijn boek De kern van de economie. Honderdduizenden zijn ervan verkocht en nog steeds staan nieuwe drukken van dit boek bij sommige scholen op de boekenlijst. Hij heeft vele jaren economie gegeven aan diverse middelbare scholen. Heertje is lid van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen.

Verloedering van het hbo moet nu stoppen

Red het hbo van autonome bestuurders, perverse financiële prikkels, doorgeschoten schaalvergroting en slecht onderwijs

Na het vertrek van Geert Dales zijn de overige leden van het college van bestuur van de hogeschool InHolland opgestapt. De inspectie doet onderzoek naar malversaties met declaraties, dubieuze uitgaven en diplomafraude. Nieuwe onthullingen over gebrekkig onderwijs en het intimideren van docenten door het management liggen in het verschiet. Doekle Terpstra is bezig een nieuw college van bestuur en een nieuwe raad van toezicht samen te stellen, waarna schoon schip kan worden gemaakt.

Emeritus hoogleraar Arnold Heertje schreef dit artikel samen met SP Kamerlid Jasper van Dijk. Het stuk werd op 26 november 2010 geplaatst in de Volkskrant.

Deze vormen van wanbeleid doen zich in meerdere of mindere mate ook bij andere hbo’s en roc’s voor. Daarom is een fundamentele herziening van het stelsel nodig. Vier zaken moeten worden aangepakt: de autonomie van bestuurders, de doorgeschoten schaalvergroting, perverse financiële prikkels en, last but not least, de kwaliteit van het onderwijs.

De autonomie van bestuurders is doorgeslagen. Het bestuur van InHolland is verdwenen, uitsluitend omdat het daar zelf toe besloot. De regering heeft die bevoegdheid niet, ondanks het publieke belang en de publieke middelen die in het geding zijn. Daarmee wordt een te zwaar gewicht toegekend aan zelfregulering en onderwijsvrijheid. Miljoenen aan belastinggeld zijn vrij besteedbaar zonder dat de Raad van Toezicht ingreep. De staatssecretaris staat machteloos aan de zijlijn.

Er moet snel een wet komen die de finale verantwoordelijkheid voor goed bestuur, gericht op kwalitatief hoogwaardig onderwijs, verlegt naar de overheid. Falende bestuurders moeten naar huis kunnen worden gestuurd. Die wet kan ook de nutteloze HBO-raad als koepelorganisatie opheffen, alsmede een beloningsbeleid instellen waarbij het salaris van de premier als maximum geldt.

Het tweede belangrijke punt is de schaalvergroting. Sinds de jaren negentig zijn hogescholen gaan fuseren, niet met het oog op beter onderwijs aan studenten, maar vanwege pseudo-efficiëntie en private belangen van bestuurders. Waren er in 1990 nog 500 hogescholen, nu zijn er nog maar 50. Allemaal mega-instellingen met doorgaans meer dan 30 duizend studenten.

Van contact met de werkvloer van docenten en studenten is geen sprake, mede omdat de bestuurders van nature geen verwantschap hebben met de inhoudelijke kanten van het onderwijs. De managers houden zich bezig met investeringen in het buitenland en onroerend goed of zoeken samenwerking met onderwijsvreemde particuliere instellingen.

De nadelen van de schaalvergroting tekenen zich nu zo scherp af dat de overheid ernst moet maken met een beleid van schaalverkleining. Begonnen kan worden met de hogeschool InHolland, waar enige jaren geleden de bestuurder Jos Elbers zelfs de helft van Nijenrode heeft opgekocht, een transactie die inmiddels met verlies is teruggeschroefd.

Van InHolland kan een verzameling kleinere hogescholen worden gemaakt met een aanspreekbare directie. Een school is niet groter dan het geheugen van de conciërge wordt wel gezegd. Er is niets tegen een maximumaantal studenten per instelling, bijvoorbeeld 3.500 voor een hogeschool. Managers horen minstens één dagdeel per week voor de klas te staan. In dit opzicht geeft de premier het goede voorbeeld.

Perverse prikkels manifesteren zich via financiële arrangementen van de overheid die budgetten toekent op basis van geslaagde aantallen studenten. Kwaliteitseisen en correcte normering worden ondergeschikt gemaakt aan geldelijk gewin. Bij sommige opleidingen van InHolland zijn docenten verplicht zorg te dragen voor ten minste 80 procent geslaagde studenten. Aan deze bizarre praktijken moet een einde komen.

Ten slotte de inhoud van het onderwijs zelf. Dat heeft jarenlang moeten lijden onder de zogenoemde vernieuwingsdrang van het nieuwe leren. Vakkennis werd onbelangrijk, het ging voortaan om competenties. Vakinhoudelijk opgeleide docenten waren niet meer van belang. Studenten moesten zich redden met zelfstudie zodat ook om die reden het aantal lessen werd geminimaliseerd.

De vertrokken manager Joke Snippe bij InHolland droeg deze doctrine uit, tot schade van generaties afgestudeerde hbo-studenten. Het heeft geleid tot grote uitval in het hbo. En wie kennis relativeert, kijkt ook soepel naar het eindniveau. Het droeg bij aan de diplomafraude. Talloze studenten kregen via alternatieve trajecten een diploma aangeboden. De schade is enorm: de samenleving heeft het vertrouwen in hbo-diploma’s verloren.

Op korte termijn is het nodig extra te investeren in de vakinhoudelijke opleiding van docenten en het vastleggen en handhaven van een verantwoord eindniveau. Zo mogelijk door landelijke examens, zoals nu ook in het mbo wordt onderzocht.

De nieuwe staatssecretaris, Halbe Zijlstra, kan de verloedering van het hbo keren aan de hand van onze actiepunten. Wij steunen hem daarbij van harte. Het alternatief is pappen en nathouden, maar dat past volgens ons beslist niet bij deze regering.

Geef een reactie

Laatste reacties (23)