1.823
63

journalist/publicist

Carl Stellweg was van januari 1994 tot augustus 2009 redacteur/verslaggever buitenland voor het Algemeen Dagblad. Hij schreef reportages vanuit onder meer het Midden-Oosten, Noord-Afrika, Iran, Pakistan en Oost-Europa. Tegenwoordig is hij freelance vertaler, publicist en een van de initiatiefnemers van het Grote Midden Oosten Platform. Ook verschenen van zijn hand de roman 'Mijn beeldschone aandoening' (Compaan uitgevers), en 'De wereld van de islam in begrijpelijke taal' (I-publish)

Verneder Arabieren niet langer

We zouden tot de ontdekking kunnen komen dat het hen niet in de eerste plaats is te doen om de islam, noch om hang naar onze consumptieparadijzen

De Egyptische opstand heeft oude westerse veiligheidsstrategieën op de tocht gezet. Het heeft iets van een wake up call: dictators steunen is helemaal niet veilig. De daders van de aanslagen van 11 september 2001 kwamen immers niet uit vijandige landen als Iran, Irak, of Syrië. Ze kwamen voornamelijk uit Saoedi-Arabië, een bondgenoot van de VS. En de leider van de kapers was een Egyptenaar, die zijn eigen regering haatte en dus ook het Westen niet kon verdragen, omdat het diezelfde regering in het zadel hield. Columnist Ross Douthat van de New York Times stelde het onlangs zo: mogelijk zouden de Twin Towers er nog staan, als de VS Mubarak niet hadden gesteund.

Een en ander betekent niet dat de ontluikende Arabische democratie nu ruim baan krijgt. Er wordt gewezen op de ongelukkige afloop van eerdere democratische oprispingen in dit deel van de wereld. Zelden wordt hierbij echter het hele verhaal verteld. De democratische mislukkingen in het Midden-Oosten zijn hetzij betrekkelijk, hetzij mede het gevolg van Westers handelen.

Enkele van die veronderstelde mislukkingen op een rij: parlementsverkiezingen in Algerije zouden begin jaren negentig tot een machtsgreep van de ‘groene fascisten’ van het Islamitisch Heilsfront (FIS) hebben geleid, als het leger die verkiezingen niet had onderbroken. Palestijnse parlementsverkiezingen in 2006 werden overtuigend gewonnen door Hamas, waarop een burgeroorlog tussen deze beweging en Fatah losbarstte. En wat bleef er over van de ‘cederrevolutie’ in Libanon? Hezbollah zit er steviger in het zadel dan ooit.

De annulering van de Algerijnse verkiezingen, impliciet door het Westen gesteund, leidde evenwel tot een binnenlandse strijd in die naar verluidt 200.000 levens eiste. Het Westen keek toe. Dan was het FIS misschien nog het minste kwaad. Het huidige bewind van president Bouteflika  is een aangepaste voortzetting van het door militairen aangestuurde regime. Armoede en werkloosheid zijn in Algerije nog wijdverbreid, ondanks indrukwekkende valutareserves. Dat de economische liberalisering vooral een klasse van bevoorrechten ten goede is gekomen, is schrijnend zichtbaar. Een opstand is denkbaar en zou bloediger kunnen uitpakken dan die in Egypte, gezien de Algerijnse traditie van politiek geweld.

Dan de verkiezingsoverwinning van Hamas: de onthutste westerse reacties ten spijt, was die volkomen begrijpelijk, want te wijten aan de corruptie van de partij Fatah van president Abbas, én aan diens marginalisering door Israël en de VS. De Palestijnen verloren daardoor ieder geloof in Abbas’ vermogen een rechtvaardige vrede te bewerkstelligen. De VS en Israël mochten zich het succes van Hamas dus aanrekenen, maar reageerden met huichelachtig geweeklaag. Erger: Fatah kreeg nu wél steun en de presidentiële garde van Abbas werd versterkt. Resultaat: een bespoediging van de burgeroorlog met Hamas.

Hezbollah ten slotte. Deze beweging is na de cederrevolutie en de oorlog met Israël in 2006, een volwaardige deelnemer aan het – overigens zeer moeizame – Libanese politieke proces geworden. Aan de grens met Israël bleef het ondertussen rustig. Hezbollah blijft een rigide en duistere organisatie en dat ze inmiddels meeregeert is niet iets om vrolijk van te worden. Maar misschien zijn haar huidige positie, met de verantwoordelijkheden die daarbij horen, op den duur toch te verkiezen boven het eigengereide militantisme waarop ze zich vroeger vooral toelegde.

Wat valt er uit dit alles op te maken? Niet dat de schuld voornamelijk bij het Westen ligt, want de democratisering van de Arabische wereld blijft in de eerste plaats een zaak van de Arabieren zelf. Wel dat hun aspiraties met minder cynisme tegemoet mogen worden getreden – al was het maar omdat de ontwikkelingen in Tunesië en Egypte aantonen dat de politieke islam minder invloedrijk is dan vaak gedacht.

Het is daarom spijtig dat het Westen waarschijnlijk toch zijn geld zal zetten op een voortzetting, in mildere gedaante, van de militaire dictatuur in Egypte. Er tekent zich een analogie af met Algerije: na de volksopstand die zich er eind jaren tachtig voltrok, bleven de oude machtsstructuren gehandhaafd.

Zorgwekkend? Ja. Het terrorisme is noch in Algerije, noch in Egypte door de autocratische regimes verslagen. Het heeft zelfs een internationaler en dus voor het Westen potentieel bedreigender karakter gekregen. In het eerste land heeft de Salafistische Groep voor de Prediking en de Strijd, een terroristische splinter met aanvankelijk slechts nationale ambities, zich aangesloten bij al-Qaeda. De aanslag in Egypte op de Koptische kerk, op nieuwsjaardag, moet ook het werk zijn geweest van een aan al-Qaeda gelieerde groepering.

Als de hoop op een betere toekomst andermaal wordt gefrustreerd, zal het nu al diepe ressentiment in de regio enkel verergeren. En dat is geen plezierig idee, met al-Qaeda in de buurt. Vroeg of laat zal toch méér rekening moeten worden gehouden met de Arabische bevolkingen. Getuige het karakter van de afgelopen opstanden, zouden we dan tot de ontdekking kunnen komen dat het hen niet in de eerste plaats is te doen om de islam, noch om hang naar onze consumptieparadijzen – maar dat de Arabieren vooral niet langer willen worden vernederd.    

Geef een reactie

Laatste reacties (63)